Een dier duldt geen onderbroek

Hoeveel stemmen gaat Rudy Kousbroek op 10 juni trekken bij de Europese Verkiezingen, als `lijstduwer' van de Dierenpartij? Konden dieren maar naar de stembus, want dan zou het goed zitten. Dieren weten namelijk beter dan mensen dat je voor de humane soort moet uitkijken. Neem Beer van Maarten Biesheuvel, in het verhaal `Die aardige beer' in Hoe de dieren in de hemel kwamen. Beer loopt op een dag in het bos in een klem en dan komt er een vreemde figuur op hem af die op zijn achterpoten loopt. Het is een mens, dringt tot Beer door. `Hij kwam steeds nader en nader, op een gegeven moment was hij gewoon mijn naaste en ik dacht: Nu zal ik merken wat naastenliefde is, want ik was daar toch wel erg benieuwd naar. Hij prikte me in mijn billen en toen viel ik in slaap.'

Zie daar de mens. Die door Biesheuvel ook vakkundig in de val wordt gelokt. De kinderlijke toon van de vertelling belooft veel liefs, maar ondertussen ben je getuige van alle narigheid die Beer overkomt. Het aardige dier wordt vernederd en mishandeld in een circus, tot hij op een dag de ring door zijn neus kapot trekt en ervandoor gaat, een ervaring rijker. Die ervaring maakt hem niet bitter, integendeel. Hij steelt je hart met zijn `mededierlijkheid'. Iedereen is welkom in zijn huis en warme bed. Zo'n geborgen en gezellige wereld is in het oeuvre van Biesheuvel een vertrouwd gegeven. Maar de dreiging van pijn en chaos is altijd ook voelbaar. Voor ons dan, niet voor de dieren. Beer denkt: `Het leuke van de meeste dieren is dat ze zo aandoenlijk haast niets weten.'

Biesheuvel schreef met dit verhaal een fraai moraalsprookje. Het zou als programma van de Dierenpartij kunnen dienen. Want de les is duidelijk. Wie het dierlijke in zichzelf niet schuwt, kan rekenen op warmbloedigheid en een vrolijk uitwaaierende geest (`Ik neuriede een liedje en had grappige gedachten.') Eenzelfde strekking heeft het titelverhaal van de bundel. Voor Biesheuvel is `haast niets weten' een voorwaarde voor geluk. En waar vind je het opperste geluk? In de hemel, volgens de schrijver, die eens beweerde dat hij niet in God gelooft maar God ís. Daarom is het raar dat er in de hemel geen dieren wonen. De titelvertelling gaat over hoe hier uiteindelijk, tot tevredenheid van alle hemelingen, verandering in kwam.

Biesheuvel publiceerde twee jaar geleden voor het laatst een dunne bundel verhalen. Hoe de dieren in de hemel kwamen stilt voor even weer het verlangen. Het is een herdruk van een uitgave uit 1982. De grofgelijnde en heldere houtsneden die Charlotte Mutsaers destijds maakte, zijn opnieuw afgedrukt. Inmiddels tekent Mutsaers niet meer omdat ze, schreef ze in haar essaybundel Paardejam (1996), ontdekte dat ze de metamorfose tot paard nooit zou kunnen schilderen maar wel kon schrijven. Mutsaers en Biesheuvel zijn geestverwanten in hun dierentrouw. Bij Mutsaers blijkt dat ook uit de internetveiling die ze op dit moment houdt van tien unieke exemplaren van haar boek Bont en waarvan de opbrengst (op 25 maart bekend te maken in De Rode Hoed) naar de actiegroep Bont voor Dieren gaat.

In haar pas uitgebrachte theatermonoloog Cheese!, die op cd door Mutsaers wordt voorgelezen, verzet de twaalfjarige Lutje Wicht zich tegen de metamorfose tot `vrouw'. Lutje zit in de huiskamer een boek te lezen, vindt er niks aan, gooit het in de hoek en rekt zich eens lekker uit, benen wijd, onderbroekje te zien. Haar vader zegt: `Lutje, dit kan eenvoudig niet!' `Wat kan eenvoudig niet?' vraagt Lutje. Het zal de laatste keer zijn dat ze zo'n vraag in alle onschuld stellen zal. In Lutjes monoloog, 's avonds in bed, wordt de wanhoop voelbaar van een kind dat beseft dat ze uit het paradijs gegooid is. Voortaan zal er schaamte zijn. Voortaan zullen er geboden en verboden zijn. Voortaan zal het nergens meer vanzelfsprekend zijn. En ze heeft nog een besef: als er een einde kan komen aan de kindertijd, kan aan álles een einde komen. Lutje doet dan iets met een groot dramatisch effect: een voor een gooit ze haar knuffels (`mijn zoetekes') uit het raam, de gracht in. Haar pluchen familie moet eraan geloven, want dit symbool van eeuwige trouw is ingehaald door de werkelijkheid. `Omdat ik al zo lang van jullie had gehouden. Omdat ik had gedacht dat die liefde eeuwig was.'

Lutje zegt iets waardoor we weten dat ook zij van de Dierenpartij is:

`Arme, arme beesten van me...

En arme, arme rups.

Zóveel poten om op te staan en het heeft niet mogen baten ...

Zo gaat dat.

Maar ík kan het niet helpen.

Geloof me, alsjeblieft.

Het is de schuld van een dom ding.

Een ding dat geen dier ooit aan zijn lijf zou dulden: een doodsimpele witte onderbroek.'

Mutsaers en Biesheuvel zoeken in hun werk allebei het gebied op waar menselijke begrenzingen niet de almacht hebben. Hun politieke actie is de ongekooide verbeelding. Het is helemaal niet uitgesloten dat op 10 juni, voor één dag, de hazen, beren, paarden, kamelen, katten en honden van Mutsaers en Biesheuvel uit Biesheuvels hemel afdalen om in optocht naar Brussel te gaan.

J.M.A. Biesheuvel: Hoe de dieren in de hemel kwamen. Met houtsneden van Charlotte Mutsaers. Meulenhoff, 63 blz. €16,95 Charlotte Mutsaers: Cheese! Rubinstein, 48 blz. €14,50 (met cd)