Een aaibare stripheld als president van het land

Jonge Taiwanezen hebben zorgen over de dreiging van China. President Chen Shui-bian, die vandaag gewond raakte bij een aanslag, speelt in op hun onzekerheid. Morgen zijn er verkiezingen.

De 24-jarige studente Ou Pei-pei gaat morgen voor de tweede keer stemmen, en net als vier jaar geleden doet ze dat op de vandaag bij een aanslag gewond geraakte president Chen Shui-bian. Maar of ze ook bereid is om voor haar vaderland in het leger te vechten in een oorlog tegen China? ,,Daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht'', zegt ze, terwijl ze rondkijkt in een winkel met promotieartikelen voor president Chen.

Taiwan is nog niet zo lang een democratie. Pas met de oprichting van de Democratische Progressieve Partij (DPP) in 1986 kwam er oppositie tegen de alleenheerschappij van de Kwomintang (KMT), een partij die werd geleid door de militairen onder leiding van `generalissimo' Chiang Kai-shek, die door Mao in 1949 van het vasteland van China verdreven zijn.

In 2000 kwam tot ieders verrassing DPP-kandidaat Chen aan de macht. Hij ging er niet langer automatisch vanuit dat China en Taiwan twee delen vormen van één en hetzelfde land. Dat leidde tot grote ergernis van China, dat steeds weer met een mogelijk militair ingrijpen dreigt.

De gedachte aan een oorlog met China is daarmee in Taiwan nooit ver weg, zeker niet in de verkiezingstijd. Dat heeft zijn weerslag op de zeer emotionele campagne van de twee kandidaten die zaterdag strijden om het presidentschap. Naast Chen is dat Lien Chan, die een gematigder koers ten opzichte van China wil voeren, ook al heeft ook zijn partij de KMT begin jaren negentig het dogma van een `herovering' van China laten varen.

Op het affiche voor de huidige president Chen Shui-bian waar heel Taipei mee is volgeplakt, staat een meisje in legeruniform dat met haar wijsvinger recht naar de kijker wijst. `Taiwan Needs You', luidt de tekst, alsof de oorlog met China al is uitgebroken.

Het lijkt alsof het idee van hereniging met China inmiddels vrijwel geheel uit de hoofden van de jongere generatie is verdwenen. Hoe meer tijd er verstrijkt, des te onwaarschijnlijker lijkt het dat de bevolking van het democratische Taiwan zich ooit nog eens vrijwillig zal neerleggen bij de door China zo gewenste hereniging met Peking.

De keuze tussen de Chen en Lien is daarmee geen keuze tussen onafhankelijkheid of hereniging, maar het gaat om de vraag in hoeverre Taiwan met zijn de facto onafhankelijkheid ook kan en moet opkomen voor formele onafhankelijkheid. Is het beter om de onafhankelijkheid uit te roepen, zoals Chen op termijn toch zou willen, of is het verstandiger om China niet voor het hoofd te stoten en de huidige situatie in elk geval voorlopig in stand te houden?

President Chen houdt zijn toespraken meestal in het plaatselijke Chinese dialect, niet in het Noord-Chinese Mandarijn. Ook daarmee wil hij onderstrepen dat Taiwan een apart land is dat zelfstandig een gelijkwaardig naast China moet kunnen bestaan.

De Chinese regering moet nog steeds niets van Chen hebben. Hij zou een aanhanger zijn van wat China het `splijtisme' noemt, iets waarvan China bijvoorbeeld ook de Tibetaanse religieus leider de Dalai Lama beschuldigt. Vier jaar geleden dreigde Peking met een militaire aanval als Chen verkozen zou worden, en ook deze keer maakt Peking duidelijk dat het de herverkiezing van Chen niet zonder meer wenst te accepteren. Als Chen vroeg of laat de formele onafhankelijkheid van het eiland uitroept, dan komt er oorlog, zo waarschuwt China.

Ou voelt zich geen Chinees, maar Taiwanees. Haar ouders zijn net als Ou allebei op Taiwan geboren. Het is alweer de generatie van haar oma die in 1949 als vluchteling uit China naar Taiwan is gekomen.

,,We spreken wel dezelfde taal, maar we hebben niet dezelfde cultuur. China loopt dertig jaar op ons achter, het is een dictatuur en het is geen multiculturele samenleving. Misschien dat we later ooit nog eens zo dicht naar elkaar toe groeien dat we één land kunnen worden, maar eigenlijk zie ik dat niet meer gebeuren'', zegt de studente literatuur, die in kleding en opvattingen veel meer als een `wereldburger' aan doet dan de meeste studenten in China.

Lang niet alle Taiwanese jongeren weten al hoe ze gaan stemmen. Veel jongeren aarzelen nog, en dat weten de campagneleiders. Daarom heeft de partij van Chen, de Democratische Progressieve Partij (DPP), veel promotiemateriaal laten ontwikkelen dat probeert aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren. ,,Juist de zwevende, jongere kiezers worden bepalend voor de uitslag'', zegt vertelt Yeh Hsin-yi, die al jaren voor Chen campagne voert. ,,De oudere kiezers zijn al in kampen opgedeeld. De harten van de jongeren win je niet alleen met argumenten, je moet ze ook emotioneel aanspreken.''

President Chen word daarom vooral gepresenteerd als een sympathieke en aaibare stripheld. Zo wordt hij afgebeeld op producten variërend van T-shirts tot ijskastmagneetjes, die door handelaren voor eigen rekening aan de man worden gebracht op de verkiezingskantoortjes die Chen's partij door de hele stad heeft opgezet.

De 26-jarige Jennifer Cheng, die levensverzekeringen verkoopt, heeft net op een van die kantoortjes een pluche kussen in de vorm van het hoofd van de huidige president gekocht. Zij stemt vooral op hem omdat ze hem schattig vindt. ,,Maar ik zou voor hem en voor de verdediging van ons land wel bereid zijn om bij het leger te gaan'', vertelt ze er iets minder schattig bij.

Niet alle jongeren zijn gecharmeerd van Chen. ,,Ik ga op Lien stemmen'', zegt de 20-jarige Tung Tsi-chun, die dit jaar voor het eerst aan de verkiezingen deelneemt. Stemt hij op Lien omdat hij zich verbonden voelt met de Volksrepubliek China? ,,Welnee, natuurlijk niet. Dat voelt bijna niemand zich. Ik heb gewoon geen zin om straks in het leger te moeten om voor Taiwan te vechten. Bovendien heeft Chen er op economisch gebied een puinhoop van gemaakt. Ik wil later graag een baan waar je goed van kunt eten.''

Met drie vrienden bezoekt hij net als veel andere jongeren een avondschool in de hoop om daarna rechten te kunnen gaan studeren aan de universiteit van Taipei. ,,Politici zijn allemaal corrupt. We weten niet goed wat ze precies doen, en ze hebben een zwart hart. Ik stem op Lien omdat ik niet wil dat de situatie op Taiwan instabiel wordt, maar verder zoeken ze het maar uit'', aldus Tung, die lachend met zijn vrienden zijn avondschool binnenloopt.