De Franse oprotmachine

Frankrijk morrelt aan de sociale verworvenheden van werknemers. Tegenover de modernisering van het arbeidsrecht staan de vakbonden pal. ,,Bazen kunnen hier niet zomaar alles doen.''

Over een week is het in Frankrijk in zekere zin D-Day. Op 25 maart eindigt het overleg van de regering-Raffarin met de sociale partners over de door president Jacques Chirac verordonneerde `modernisering' van het arbeidsrecht. Om de urgentie ervan te onderstrepen heeft hij bij voorbaat de parlementaire spoedprocedure van toepassing verklaard op de uitkomst. Het wetsvoorstel wordt met slechts één lezing door de Assemblée en de Senaat, de Franse pendanten van de Nederlandse Tweede en Eerste Kamer, geloodst om in mei zijn beslag te krijgen.

Maar zover is het nog lang niet. Er naken forse conflicten, want het gaat om de verworvenheden van de welvaartsstaat. Het monopolie van het als te slap ervaren centrale Arbeidsbureau, de Agence Nationale pour l'Emploi (ANPE) moet doorbroken worden, zo is de bedoeling, en de druk op werklozen verhoogd. De sancties voor weigering van geschikt werk gaan variëren van tijdelijke verlaging tot volledige stopzetting van de uitkering. De mogelijkheden om afvloeiing aan te vechten worden beperkt. Als het aan de regering ligt, hoeven werkgevers een onrechtmatig ontslagen werknemer niet meer in dienst nemen, maar kunnen ze volstaan met een financiële tegemoetkoming.

De meest omstreden maatregel – waar de regering daarom nog over twijfelt – is het `contrat de projet', een tijdelijk arbeidscontract per project. Dit is het centrale thema van een rapport uit januari van een werkgroep van Michel de Virville, algemeen secretaris van het bestuur van Renault. Het contract zou vooralsnog alleen gelden voor hoger kader, maar de vakbonden zien het als een symbool van afbraak van de welvaartsstaat. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is nu eenmaal de ultieme zekerheid.

Werkgeversorganisatie Medef zag haar kans schoon en lanceerde deze week een pakket van vierenveertig voorstellen. De Medef wil het ontslagrecht `versimpelen' en de door de vorige, linkse regering van Jospin in het arbeidsrecht opgenomen notie van intimidatie op het werk onder het normale strafrecht laten vallen. Ook de overlegstructuren moeten worden teruggebracht tot één instantie. Die zou niet langer de ondernemingsraad en onafhankelijke deskundigen hoeven cq mogen raadplegen alvorens een akkoord te sluiten. De vakbonden hebben de voorstellen een `regelrechte oorlogsverklaring aan het adres van de werknemers' genoemd.

Op hun kantoortje in een voormalig warenhuis aan de rue de Clignancourt, waar ook de ondernemingsraad van de bank zetelt, spreken Bernard Quiot en Bernard Drevon, gedetacheerde werknemers van één van de grootste banken van Europa, BNP Paribas, er vooralsnog lakoniek over, want ze zijn `vastberaden'. Quiot is adjunct-hoofd van de nationale vertegenwoordiging bij BNP Paribas van de CFDT, Drevon is secretaris van het Europese Comité van dezelfde bond, voorzitter van de Verzekeringskas van de bank en lid van de Vereniging van Banken. Met een kleine miljoen leden is de CFDT (Confédération française démocratique du travail), in de negentiende eeuw opgericht op christelijke grondslag maar in de jaren zestig geseculariseerd, één van de grootste bonden van Frankrijk. Binnen de bank is de CFDT de grootste vakbond.

Problemen zien ze wel. ,,De ongelukkige Franse traditie wil dat vakbonden zelf verdeeld zijn. Bij de hervorming van het pensioenstelsel zag onze bond in dat het pensioenstelsel door de demografische ontwikkelingen niet langer te handhaven was, maar andere liepen te hoop tegen de geringste aanpassing. Daardoor kon de overheid ons uit elkaar spelen en heeft zij een resultaat bereikt dat ook wij te ver vinden gaan.''

Binnen BNP Paribas strijdt de CFDT op dit moment tegen het zogeheten `plan d'adaptation à l'emploi' (PAE), dat bijvoorbeeld de door de geldautomaten overbodig geworden werknemers laat afvloeien. Voor de CFDT is het plan een preuts eufemisme voor een `oprotmachine'. ,,Er vallen niet direct ontslagen – BNP Paribas maakt forse winst – maar personeel wordt wel aangezet tot vertrek. Wij willen dat de mogelijkheden van herscholing worden uitgebreid. Er is nu een regeling die voorziet in een gouden handdruk tot 26 maal het maandsalaris bij vrijwillig vertrek en begeleiding bij het vinden van een andere baan. Daar gaat aan getornd worden als we ons nu niet verzetten.''

Quiot en Drevon noemen hun macht `relatief klein', omdat in Frankrijk alles bij gecentraliseerde wet geregeld wordt en er weinig onderhandelingsruimte is. ,,Maar de Franse traditie wil ook, dat bazen niet zomaar alles kunnen doen. In Italië en Duitsland zijn bij dochterondernemingen van BNP Paribas al ontslagen gevallen, hier niet. Wij en het personeel zouden dat niet accepteren, de cliënten ook niet. De directie weet dat. Dat ze toch pogingen waagt, komt door onze latijnse mentaliteit. Het is wat te boud te stellen dat we gedijen bij conflicten, maar we zijn er wel aan gewend.''