De Borsato- clips

Hij is een huilende clown! Echt, Marco Borsato is een huilende clown. In het filmpje bij het lied `Als alle lichten zijn gedoofd' op zijn nieuwste album Zien, zijn eerste dvd, zit hij verkleed als Bassie en lopen de tranen vermengd met make-up over zijn wangen.

Het lijkt goddorie wel een grap. Dat iemand in Nederland, wat is het, dertig jaar na Ben Cramer nog een lied durft te maken over het doek dat gevallen is en dat een regisseur dat in de clip dan vertaalt als `Hij was maar een clown'.

Dat de regisseur van dit filmpje Theo van Gogh heet, stemt in eerste instantie des te argwanender. Die wilde toch ook ooit in een film een vader zijn dochtertje laten verkrachten op de tonen van `De glimlach van een kind'? Heeft hij Borsato bij de neus genomen? Op de première zei Borsato dat hij wel even had moeten slikken toen hij de ideeën van Van Gogh las (hij verfilmde vier van de dertien liedjes op Zien), maar dat hij hem vertrouwde. En volgens Van Gogh heeft Borsato deze wilde ideeën verdedigd tegenover de platenmaatschappij.

De vier filmpjes van Van Gogh zijn verreweg de interessantste geworden van Zien, ze staan met hun wrange inhoud het meest haaks op het jofele dat Marco Borsato uitstraalt. Aan het andere uiterste staan de zes filmpjes van het Costa-duo Johan Nijenhuis en Alain de Levita, die deze jofelheid juist onderstrepen – de jongensachtige zanger met zijn korte jack en zijn bloes uit zijn broek, aan het strand, gewoon op straat, met de boodschappen, met die leuke vriendin.

Dick Maas en Matthijs van Heijningen jr. deden net een stapje achteruit. Maas, Nederlands clipfilmer van het eerste uur, maakte een droevig minispeelfilmpje bij de hitsingle `Afscheid nemen bestaat niet' en zijn interpretatie van `Laat me gaan' werd een Beastie-Boys-achtige spoof met snorren, pruiken en een bijl.

In zijn enige filmpje, `Dromer', heeft Van Heijningen de beste oplossing gevonden voor het probleem van de zingende zanger. In de meeste filmpjes moest Borsato zingend in beeld komen. Alleen in de filmpjes van Van Gogh gebeurt dat consequent niet. Van Heijningen is met het gegeven gaan spelen. In `Dromer' zit Borsato met een zak over zijn hoofd vastgebonden aan een stoel en zien we zijn lichaam ritmisch heen en weer gaan terwijl hij zingt ,,Laat mij maar dromen''.

Borsato zegt zelf in een interview op de dvd dat het mooie van muziek is, dat ze verbeelding opwekt. Dat iedereen zijn of haar eigen beelden oproept bij het horen van muziek. En dat deze clips nu de verbeelding invullen. `Afscheid nemen bestaat niet' kon tot eergisteren over elke vorm van afscheid gaan. Nu niet meer. Voor Maas gaat het over een moeder en haar dochtertje die de dode man missen en hoe die dode man hun moed inspreekt van waar hij zich ook maar bevindt. Het filmpje ziet er prima uit, maar is helemaal één op één. Wat Borsato zingt, filmt Maas.

Er klinkt twijfel in Borsato's opmerking door, en terecht. De meeste van de filmpjes vullen in, vullen niet aan. En juist bij zijn soort muziek en teksten is dat tamelijk dodelijk. Hij is een zanger met een volle stem en een volle borst die teksten zingt die wel over gevoelens gaan, maar niet over de gevoelens van één bepaald iemand, laat staan die van hemzelf. ,,Het komt allemaal wel goed, wacht maar af wat de tijd met je doet.''

Misschien dat de creativiteit van iemand als Spike Jonze zulke nummers van een andere dimensie had kunnen voorzien. Wij moeten het doen met de pogingen van Van Gogh, die daar het dichtst bij komt. Verder zijn er de vakkundigheid en handigheid van vier goede Nederlandse regisseurs die leiden tot een af product dat maar op een heel enkele plek verrast.