Blix maakt mild de rekening op

Afgelopen week publiceerde VN-inspecteur Hans Blix de aantekeningen die hij maakte in de aanloop naar de oorlog van een jaar geleden. Blix was als hoofd van de organisatie UNMOVIC verantwoordelijk voor de verificatie van Iraakse verklaringen over afwezigheid van biologische en chemische wapens. Samen met collega Mohamed ElBaradei van atoombureau IAEA speelde hij een hoofdrol in de internationale beraadslagingen, tussen november 2002 en maart 2003, over de noodzaak Irak met geweld te ontwapenen.

Het is een keurig verslag geworden. Geen ophef van woorden, geen verdachtmakingen, geen `naming and blaming'. Jammer genoeg ook niet de onthullingen die je verwachten zou van een man die bijna 76 is en die carrière en pensioen nu wel heeft veilig gesteld. Blix is de geboren ambtenaar die zich tot aan zijn graf gebonden acht aan diplomatieke codes.

In een soort uitgewerkte dagboeknotities beschrijft Blix de geschiedenis van UNMOVIC, in 1999 opgericht nadat voorganger UNSCOM eind 1998 door president Saddam Hussein het land was uitgeschopt. Met het bombardement dat president Clinton er op liet volgen verspeelden de Amerikanen hun kruit, want daarna liet Irak het nieuwe UNMOVIC niet meer binnen. Achter de schermen is eindeloos gesoebat om de Irakezen toch zover te krijgen, maar in feite heeft UNMOVIC twee jaar moeten droogzwemmen. De kentering kwam met de Al Qaeda-aanslagen van 2001 en het wat latere Amerikaanse besluit om nu ook met Saddam Hussein af te rekenen. Dat besluit moet omstreeks maart 2002 genomen zijn. In de maanden erna werd dat steeds duidelijker.

Op initiatief van de VS en het Verenigd Koninkrijk nam de Veiligheidsraad op 8 november resolutie 1441 aan, waarin Irak een laatste kans kreeg opening van zaken te geven. Binnen een maand moest het land een sluitend overzicht leveren van al zijn vroegere en bestaande wapenactiviteiten. De inmiddels goed getrainde UNMOVIC-inspecteurs zouden die opgaven verifiëren, samen met de IAEA-inspecteurs. Ze gingen al op 25 november aan de slag.

Als Blix dit moment beschrijft is hij al bijna op de helft van zijn boek en heeft de lezer nog weinig gelezen dat hij niet al wist. Nieuw is misschien de beschrijving van het bedenkelijk optreden van ex-IAEA-inspecteur David Kay. En leuk om te weten is dat de uitputtende Iraakse verklaring zoveel elementaire atoomgeheimen en aanwijzingen voor de productie van zenuwgas bevatte, dat de VN in verlegenheid raakte. En hoe het verarmde hoofdkwartier van de VN niet in staat was het omvangrijke Iraakse dossier te kopiëren. Zo kreeg Washington het ongekuiste materiaal als eerste in handen.

Op stoom

Pas in het tweede deel van zijn boek komt Blix op stoom. Leitmotiv wordt dan de beschrijving van de dubieuze rol die de Amerikanen gespeeld hebben in een proces dat formeel bestuurd werd door de Veiligheidsraad. Hoe zij probeerden de inspecteurs al vroeg tot een hard en duidelijk negatief oordeel te bewegen. Maar Blix is mild: hij is nooit onaanvaardbaar zwaar onder druk gezet. Meneer Cheney en meneer Powell en mejuffrouw Condoleezza Rice waren altijd hoffelijk en plezierig in de omgang. Voor Rice, die hem geregeld privé belde, toont Blix zelfs sympathie. Ze is een intellectueel die liever discussieert op basis van argumenten dan van macht. (Voor Cheney geldt het omgekeerde.)

Maar er gebeurt iets vreemds. Al die hoffelijke gesprekken worden steevast gevolgd door verslagen in kranten als The New York Times waarin een vertekend beeld van de ontmoetingen wordt gegeven en waarin anonieme regerings-vertegenwoordigers zich zeer laatdunkend uitlaten over Blix en zijn inspectiewerk (en later ook dat van ElBaradei). Dit spel wordt steeds harder. Geleidelijk leveren Rumsfeld, Cheney en zelfs de gematigde Powell openlijk kritiek.

Blix gelooft dat de Amerikanen en Britten er aanvankelijk echt oprecht van overtuigd waren dat er nog voorraden massavernietigingswapens lagen en dat er nieuwe werden gemaakt. Maar hij heeft zich er vanaf het begin tegen verzet daarvoor het bewijs te zien in de onvolledige boekhouding van de Irakezen. Dat partijen antrax zoek waren bewees niet dat ze er nog waren, beklemtoonde hij.

Blix krijgt de Amerikanem zo ver dat ze hem materiaal van de CIA en andere inlichtingendiensten overhandigen. Hij staat versteld van de belabberde kwaliteit en concludeert dat de Amerikanen er zelf ook geen flauw benul van hebben waar de massavernietigingswapens zijn. Hij begrijpt nu, maar betreurt, dat ze in hoofdzaak afgaan op verklaringen van `defectors' (overlopers). De Amerikanen hopen dat Blix snel zal uitspreken dat de Irakezen tekortschieten. Aanvankelijk lijkt hij daartoe bereid, want in de eerste uitgebreide rapportages aan de Veiligheidsraad (9 en 27 januari) uit hij zich in verrassend harde termen. Blix hoopte de Irakezen daarmee van de ernst van de situatie te doordringen, schrijft hij. Hij deed het geheel op eigen initiatief en naar eigen oordeel.

Twijfels

Maar na Bush' State of the Union (29 januari), vermoedelijk het tijdstip waarop definitief tot de oorlog werd besloten, verandert het beeld. Blix gaat zich tot wanhoop van de Amerikanen steeds genuanceerder uitlaten. Hij is tevreden over de Iraakse samenwerking en toont steeds meer twijfels over de aanwezigheid van wapens. De geërgerde Amerikanen besluiten de druk op te voeren en Blix wordt steeds vaker `uitgenodigd' voor vooroverleg of een toelichting. Uiteindelijk verdwijnt daarbij ook de hoffelijkheid, zeker bij onderminister John Wolf. Goedbeschouwd zijn de beschrijvingen van al deze confrontaties de onthullendste passages in het boek.

De dramatische PowerPoint-presentatie die Powell op 5 februari gaf in de Veiligheidsraad leverde Blix en ElBaradei op dat moment al het bewijs dat de Amerikanen een valse voorstelling van zaken gaven. Op 7 maart zou ElBaradei dat ook aantonen: de vermeende uraniumbestellingen in Niger hadden nooit bestaan. De aluminium buizen waren niet voor centrifuges. Hij wordt hard door Powell en Cheney te grazen genomen, want voor de Amerikanen is er geen weg meer terug. Het wordt te heet in de woestijn.

Aan veel analyse komt Blix niet toe. Waarom de Irakezen niet direct lieten zien dat ze geen massavernietigingswapens meer hadden? Het zal wel trots geweest zijn. Aardig is de conclusie dat de Irakezen uiteindelijk zijn aangevallen omdat ze die wapens niet hadden: ze konden ze dus ook niet meer op het laatste moment op het offerblok leggen om het gevaar af te wenden. Blix' verslag is leesbaar, nuttig maar niet onmisbaar. Veel details ontbreken en bijna niets is gedocumenteerd. De rol die de VN speelde in de aanloop naar de eerste preventieve oorlog van deze eeuw moet nog worden beschreven.

Hans Blix: Disarming Iraq: The Search for Weapons of Mass Destruction. Bloomsbury, 285 blz. €19,76 Hans Blix: Missie Irak. Balans, 291 blz. €17,50