Bijbelvertaling

In zijn interessante artikel over de nieuwe bijbelvertaling (Boeken, 05.03.04) gaat Hendrik Spiering wat nader in op een passage in het boek Amos. Met name gaat het om de vraag wat bedoeld wordt met de hoek van het bed en de sponde van de koets in Amos 3:12.Ik heb de Statenvertaling er nog eens bijgepakt en volgens mij zit het zo: het hele boek Amos is eigenlijk een aanklacht tegen machtsmisbruik door de heersende klasse, die in grote weelde leeft door onderdrukking van het van het volk (3:9 en 3:10, verder bijv. 2:6, 5:11). Zij moet daar voor gestraft worden, haar paleizen zullen geplunderd worden (3:11). Gered zullen echter worden diegenen die zitten in de hoek van het bed, dus niet comfortabel midden op het zachte deel, en op de sponde van de `koets' of bed, de harde buitenrand. Dat dit uiteindelijk slechts een minderheid zal zijn valt wellicht af te leiden uit de vergelijking met twee schenkels en een oor die door de herder uit de muil van de leeuw gered worden.(N.B. aardig hierin is ook dat de Heere zowel leeuw als herder is).