Beesten van vlees en bloed

In de Nederlandse versie van de musical `The Lion King' hebben alle tekenfilmfiguren een mensengezicht. Regisseur Julie Taymor: ,,In het theater moet je de trucs niet verstoppen.''

Vanuit het niets verrijst een grote, hel oplichtende zon. Geen gelikte, roodkoperen projectie van een spetterende kalenderplaat, maar een zon zo simpel als een zon kan zijn. Een rijzende, ronde rij lamellen – veel meer heeft de dageraad in het dierenrijk van de Lion King niet om het lijf. In de eenvoud schuilt tegelijkertijd de magie, en daar is het bedenkster/regisseur Julie Taymor (51) precies om te doen. ,,De toeschouwer is toch niet gek? Die weet ook wel dat een theaterzon geen echte zon is. Wees dan eerlijk en kies voor een ambachtelijke oplossing die de fantasie prikkelt, en in die zin in elk geval `echt' is. Je hoeft de trucs niet te verstoppen. Theater is geen film.''

Met de Nederlandse productie van de musical The Lion King viert het Scheveningse Circustheater dit jaar zijn eeuwfeest. De door Joop van den Ende geproduceerde voorstelling sluit aan in een lange rij succesproducties. Na de oerversie op Broadway volgden Lion King-musicals in Hamburg, Toronto, Tokio, Los Angeles en Londen. Met steeds andere musici en zangers die zingen in andere talen, maar met als constanten de regie en kostuums van Julie Taymor, beide met een Tony Award bekroond.

Net als de tekenfilm begint de musical The Lion King met Elton Johns liedje `The Circle of Life' en zelfs na de openingsscène verloopt het verhaal grofweg langs dezelfde lijnen. Maar daarmee houden de parallellen tussen film en voorstelling ook op. Het koninklijke knuffelwelpje Simba is in de musical geen pluizig balletje, maar een echt jongetje `van Afrikaanse, Arabische of Aziatische afkomst', zoals de vacature eist. En zo hebben alle tekenfilmfiguren in de musical een eigen gezicht gekregen. In Taymors kostuums zijn koning Mufasa, diens vileine broer Scar en Nala, speelkameraadje en later geliefde van Simba, herkenbaar als mensen én leeuwen. Alleen de komische Timon en Pumbaa lijken op de tekenfilmfiguren. ,,Zij zijn een soort clowns, een directe verwijzing naar de commedia dell'arte'', verklaart Taymor. ,,De domme dikke en de snaakse dunne. Om die reden kon ik de cartoonfiguurtjes klakkeloos kopiëren. Maar als geheel moest de musical op zichzelf staan.''

De muziek is daartoe uitgebreid met tien liedjes, en klinkt door de grotere invloed van componist Lebo M. opvallend veel Afrikaanser. Bovendien is het verhaal verlengd, en zijn de vrouwelijke `personages' op last van Taymor van flat characters uitgediept tot beesten van vlees en bloed. Zo is baviaan Rafiki een sjamanistische priesteres geworden, die met koerende keelgeluiden de jong-volwassen Simba overtuigt van zijn plicht de jungle-troon te bestijgen en de dictatuur van Oom Scar omver te werpen.

Nieuwe zangers

Voor het begin van de repetities voor de Nederlandse Lion King was concept- en kostuumontwerpster Julie Taymor kort in Nederland. Om de nieuwe zangers te introduceren in wat van scratch af aan `haar' voorstelling is geweest, vertelt ze.

Om van de tekenfilm een theatervoorstelling te maken, kreeg Taymor volkomen de vrije hand. In New York was net haar voorstelling Juan Darién te zien geweest, waarin eveneens dierlijke personages voorkomen. ,,Maar mijn professionele voorgeschiedenis bestond uit louter voorstellingen die wat meer behelsden dan twee banken, een tafel en een bandrecorder'', pareert ze pinnig. ,,Misschien werd ik juist daarom wel zo vrijgelaten. Het mocht van alles worden, van een `Lion King on Ice' tot een planetariumshow. Dat was tegelijkertijd de uitdaging. Zelf zou ik er niet opgekomen zijn een project als dit aan te vatten; ik had de tekenfilm zelfs nog nooit gezien. Maar terwijl ik de schade inhaalde, zag ik de kansen. Welke theatermaker wordt er niet enthousiast bij het idee om hordes gazellen en zwermen vogels op het podium tot leven te wekken? Hoe creëer je een dierenwereld met menselijke acteurs in dierenpakken, zonder dat ze hun menselijkheid verliezen?''

Taymors oplossing is `de magie van het theater' niet te verbergen, maar juist zichtbaar te maken. Die aanpak maakt van The Lion King een triomfantelijke expositie van alle denkbare, mechanische en ambachtelijke technieken. Een cheeta met menselijke achterpoten en door mensenhanden bediende voorpoten rent met precies de juiste, vertraagde gratie. Een vierpotige steltloper wandelt als giraffe rond met authentieke houterigheid. Een andere danser draagt drie gazellen: een op het hoofd en een aan beide armen – samen een levensechte kudde. En zelfs de leeuwen hebben geen pluchen manen, maar het uiterlijk van strenge Afrikaanse krijgers, het leeuwenmasker als kroon op het hoofd geplaatst.

Julie Taymor: ,,Dieren in tekenfilms zijn allemaal dieren met een menselijke mimiek, dus ik zag geen reden de ware gedaante van de spelers te verdoezelen. Het publiek herkent nu de mens én de leeuw, en waardeert tegelijkertijd de creatie. De kracht van The Lion King is niet het verhaaltje; dat is extreem eenvoudig. Het gaat om de manier waarop dat verhaal wordt verteld.''

Het vuistdikke overzichtswerk Julie Taymor – Playing With Fire biedt een uitputtend overzicht van Taymors ontwikkeling als verhalenvertellend theatermaakster. In de achtertuin van het ouderlijk huis regisseerde ze als kleuter haar eerste stukjes, meldt haar officiële biografie. Ze vroeg haar moeder gekke bekken te trekken, maakte daar schetsen van, en verwerkte die schetsen tot maskers of poppen – een methode die zij in haar huidige werkwijze bewust heeft geconserveerd. ,,Maar echt doorslaggevend waren voor mij vooral de perioden die ik doorbracht in India, Sri Lanka en Indonesië, en waar ik in contact kwam met oosterse theatertechnieken.

,,Ik was van kindsbeen af geïnteresseerd in antropologie en reizen. Behalve religie, folklore en culturele antropologie bestudeerde ik ook de origine van theatrale talen en vormen. Want wat is dat, verhalen vertellen? Waar komt die behoefte vandaan? Wanneer en waarom dansen mensen, wat beweegt ze muziek te maken?''

Oerwortels

Het leren begrijpen van de bronnen van theater over de hele wereld ziet Taymor als de essentie van haar werk. ,,Wanneer je zoekt naar de oerwortels van theater, zijn die onlosmakelijk verbonden met de volkstradities en de religie'', zegt ze. ,,Hier in het westen is theater door de eeuwen heen geseculariseerd tot een vorm van kunst of vermaak, maar in vele culturen is dat nog niet zo. En in essentie denk ik dat de manier waarop die `vreemde' culturen zich tot theater verhouden niet eens zo veel verschilt van het westen. Waarom doen mensen hier moeite voor geseculariseerde kunst, waarom gaan ze na een drukke werkdag naar een concert of voorstelling? Omdat schoonheid troost, heelt, communiceert en inspireert, en in die zin zeer nauw aan religie verwant is gebleven. Elke uitvoerend kunstenaar heeft daarom de verantwoordelijkheid van de theater- of concertzaal een geheiligde plaats te maken. De toeschouwer moet eenzelfde ontzag voelen als in een kerk, moskee of synagoge.''

Ontzagwekkend zijn de theatertechnieken in The Lion King zonder meer. Als ontwerpster van kostuums lijkt Taymor gebrand op perfectie. Alle uiterlijke details zijn uitgewerkt, van de kleinste kraal tot de handbeschilderde lappen die de leeuwinnen als capes dragen. ,,Schoonheid is de essentie,'' reageert Taymor met fel gesperde ogen. ,,Waarom zou je een prachtig masker willen maken? Of een prachtige kerk willen bouwen? Gebruik het woord God of niet, maar dat zijn uitkomsten van het positieve in de mens. Lelijkheid is praktisch, dus alom aanwezig. Maar we blijven mensen. Na een deprimerend forensenritje langs kilometerslange industrieterreinen, willen we een zonsopgang zien, of een theatervoorstelling. Eén thing of beauty is dan voldoende om de stemming te kantelen. In The Lion King is alles handgemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat dat de medewerkers een bijzondere sensatie geeft, zelfs al ziet het publiek niet het verschil tussen een synthetische kraal en een steentje. Als kind in Indonesië verbaasde ik me al over de schoonheid van de wajangpoppen, die immers voor de toeschouwer alleen als schaduwen op een scherm zichtbaar zijn. Maar de liefde die in de totstandkoming van die pop is gestopt, blijft. En die slaat over op de poppenspeler, en van de speler op de toeschouwer. Waarom wil Joop van den Ende een dure, onpraktische voorstelling als deze produceren? The Lion King gaat niet alleen om winst, het is ook een triomf van de ambachtelijkheid.''

Taymors eclectisch bedreven liefde voor folklore, culturele antropologie en wereldtheater worden ook in de zo vanzelfsprekend aansprekend ogende productie van The Lion King weerspiegeld. ,,Mensen denken van alles te herkennen'', reageert zij geërgerd. ,,Dan wijzen de recensentenvingertjes feilloos aan: `Ah, wajangpoppen! En kijk, elementen van het gestileerde Japanse kabuki-theater, en van bunraku, klassiek Japans poppentheater!' Maar dat is onzin. Het is mijn werk, geïnspireerd door allerlei niet-westerse theatervormen. Te zeggen dat ik gebruik zou maken van bunraku is onzinnig. In die kunst word je pas meester na zeventig jaar studie, en vrouwen mogen zich er trouwens sowieso niet aan wagen.''

The Lion King is maar een voorbeeld van Taymors oeuvre als `conceptontwikkelend regisseur en vormgeefster' (,,Sorry, er is geen echt woord voor.''). In 2002 regisseerde zij bijvoorbeeld de `biopic' Frida, met actrice Salma Hayek als de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo. Als operaregisseur stond ze voor opmerkelijke producties van onder meer Der fliegende Holländer, Salome (voor de Kirov Opera onder Valery Gergjev) en Die Zauberflöte, waarvan ze later dit jaar een nieuwe productie voor de Metropolitan Opera in New York regisseert. En dan was er Stravinsky's Oedipus Rex voor het Saito Kinen Festival in Japan – ,,de mooiste voorstelling die ik ooit heb gemaakt.'' Taymor werkte erin samen met decorontwerper George Tsypin, hier bekend van zijn decors voor Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Nederlandse Opera. Met Het Muziektheater is zij nu ook in overleg over een nieuwe opera over Beowulf, gecomponeerd door componist Elliot Goldenthal, tevens haar echtgenoot.

,,Een nieuwe opera is voor mij leuk werk, omdat je vanuit het niets alles kunt ontwikkelen'', zegt ze. ,,Maar verder is operaregie niet mijn eerste ambitie. Ik vind het moeilijk dat er zoveel vastligt. De muziek dicteert het ritme van de voorstelling. Daarbij is de decorontwerper tegenwoordig vaak belangrijker dan de regisseur. In The Lion King was de structuur van de voorstelling helemaal mijn verantwoordelijkheid. Tijd voor een luchtig liedje? Of juist een serieus intermezzo? Ik hoefde de tekstschrijvers en componisten maar aan het werk te zetten. Een luxe! Al is elke nieuwe productie weer anders en schuilt daarin ook een groot deel van de bekoring, The Lion King blijft mijn show.''

`The Lion King' met o.a. Hein van der Heijden (Scar), Kenneth Herdigein (Mufasa) en Etiënne Poeder (Simba). Vanaf 19/3 in het Circustheater, Scheveningen. Voorstellingen di t/m zo, 20u. Matinee's za en zo, 14u. Reserveren: 0900-3005000 of www.thelionking.nl

`Het mocht alles worden

ook `Lion King on Ice'

`De toeschouwer is toch niet gek?

die snapt het wel'