Autonomie tot de dood erop volgt

De laatste tijd betrap ik mezelf op de (trieste) gedachte dat ik hoop dat mijn zus een misdaad zal begaan. Niet een midaad waarbij slachtoffers vallen, natuurlijk. Maar wel net genoeg om het etiket opgeplakt te krijgen van `overlastgevende junk'.

Als overlastgevende junk zou mijn zus volgens de nieuwe regelgeving van minister Donner in aanmerking komen voor acute opname en dwangbehandeling. Maar niet als 37-jarige moeder van drie kinderen, dakloos, ernstig ondervoed, lijdend aan een dubbele longontsteking, verward en zwaar verslaafd.

De vraag dringt zich op hoe lang je als hulpverlenende instantie kan wachten, totdat iemand vrijwillig besluit zich te laten opnemen. Wanneer is het moment daar om de controle over te nemen?

Dit soort vraagstukken komt voor rekening van de psychiater. Echter, de realiteit laat zien dat het nogal uitmaakt welke psychiater je treft. Waar de ene psychiater niet twijfelt aan gedwongen opname omwille van de bestwil van het individu, verwerpt de ander deze optie volledig door zich te verschuilen achter onduidelijke regelgeving omtrent het recht op zelfbeschikking en wilsbekwaamheid.

Dergelijke individuele interpretaties van de wet krijgen een bijzonder wrange betekenis wanneer je beseft dat het leven van sommige mensen, waaronder dat van mijn eigen zus, mede afhankelijk is van deze willekeur. De laatste tijd wordt bovendien steeds duidelijker dat er onder verslaafden veel mensen zijn met een zogenaamde dubbelpathologie, dat wil zeggen dat er naast de verslaving sprake is van een psychiatrische stoornis. Nog te weinig wordt dit erkend en nog minder wordt ernaar gehandeld.

De verslavingszorg beroept zich op regels die uitgaan van de redelijk denkende mens.

Er is bijvoorbeeld de regel dat een (wilsbekwame) drugsverslaafde alleen kan worden opgenomen als hij zelf kiest voor behandeling. Uiteraard een goede zaak. Alleen, die wil moet kenbaar gemaakt worden op een wijze die ook weer past bij een kloeke Hollandse geest.

Zo kwam mijn zus niet opdagen op haar afspraak van 9.00 uur met de verslavingsarts. De conclusie was dat ze dus niet behandeld wilde worden. Vraag: ,,Dokter, heeft u wel eens een dakloze junk met een wekker gezien?'' Antwoord: ,,Regels zijn regels.'' ,,Bovendien, de methadonpost bereikt ze wel op tijd.''

Toegegeven: goed punt. Maar kinderlijk logisch. Een junk kiest voor de korte termijn. Het scoren van drugs is een kortetermijnoplossing. Een opname is dat niet. Alleen junks met wilskracht, voorstellingsvermogen, een dosis optimisme (,,als ik clean ben, vind ik wel een baan'') en een sociaal vangnet voor na de opname durven te kiezen voor de lange termijn.

De dakloze junk behoort niet tot deze categorie. Juist het ontbreken van deze elementen is een belangrijke oorzaak voor de situatie waarin de dakloze junk zich bevindt.

De ophanden zijnde `observatiemachtiging' onder de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen belooft enig soelaas. Een wet voor mensen die zichzelf dermate verwaarlozen dat zij een ernstig gevaar voor zichzelf vormen. Een psychische stoornis hoeft nog niet aangetoond te zijn. Het klinkt mooi, maar wat valt er te observeren?

Elke leek ziet dat het hier gaat om een mens in nood. En wat gebeurt na drie weken (gedwongen) observatie zonder behandeling? Iemand verdwijnt weer de straat op en is nog moeilijker te motiveren voor behandeling.

Mijn oproep aan beleidsmakers en hulpverlening luidt dan ook, en ik sluit hiermee aan bij wat psychiater Remmers van Veldhuizen gisteren in deze krant schreef: ga alstublieft nadenken over gedwongen behandeling van die verslaafden die zichzelf zo ernstig verwaarlozen dat hun leven volgens geldende medische inzichten ernstig wordt bedreigd. Ga aan de slag met verplichte behandeling.

En net zo belangrijk: zorg dat er een begeleidingstraject volgt op de verplichte behandeling. Zonder intensieve begeleiding na het afkicken heeft het geen zin om aan behandeling te beginnen.

Het past een verzorgingsstaat niet om pas serieus in actie te komen als er sprake is van overlast voor de maatschappij.

M. Jongepier is cultureel antropoloog. Ze is zus van een dakloze drugsverslaafde.