Alchemistisch schilderen met zwavel

Zou Pieter Laurens Mol een Belg zijn? Dat zou in ieder geval veel verklaren, zowel wat betreft de inhoud van zijn werk als de ontvangst daarvan in Nederland. Mol (Breda, 1946) mag dan een van Nederlands bekendere kunstenaars zijn, echt doorgebroken naar een breder publiek is hij nog niet. Hij exposeerde over de hele wereld, is zelfs een van de weinige Nederlanders die een solo in het MoMa van New York kan claimen. Toch is hij tegenwoordig maar weinig in Nederlandse musea te zien, misschien met uitzondering van het Van Abbe.

Gezien Mols `potentie' wekt het geen verbazing dat zijn galerie, Nouvelles Images in Den Haag, zijn nieuwe tentoonstelling maar meteen groots heeft aangepakt – met maar liefst 53 werken, uit de periode van 1974 tot heden, is die van museale allure. Daarmee wordt ook meteen duidelijk hoe on-Nederlands Mols werk is. Wie over de tentoonstelling loopt wordt geconfronteerd met een authentieke dromer, die het liefst werkt in de traditie van het surrealisme. Niet voor niets vertelt hij in een korte film, eerder uitgezonden door VPRO's RAM, dat hij in zijn jeugd gefascineerd was door raketten, die hij aan de lopende band tekende en bouwde. Zo'n jongen is Mol altijd gebleven, alleen heeft hij zijn werkterrein uitgebreid naar onderwerpen als oude schilderkunst, poolreizen en alchemie. Zo heeft hij iets met `pure stoffen' als pigment, waarvan hij in de installatie The Total Amount 72 soorten naast elkaar in twee vitrines exposeert. Maar ook een alchemistisch materiaal als zwavel fascineert hem; hij schilderde er landschapjes mee, maar maakte er ook een beeld mee: Lucifero Domesticus, dat bestaat uit een groot ei, met zwavel ingesmeerd, dat als een vogel op pootjes in een kooitje staat. Zo is het beeld een typische Mol: door dingen onverwacht in een curieus verband bij elkaar te brengen hoopt hij de toeschouwer – en misschien ook wel zichzelf – op bevrijdende, speelse en inzichtgevende associaties te brengen. En daarmee past hij perfect in de traditie van Belgische kunstenaars als Thierry de Cordier, Patrick van Caeckenbergh en Panamarenko. Ook omdat bij Mol, net als bij deze Belgen, de melancholie nooit ver weg is.

De vergelijking met deze Belgen geeft ook aan waar het Mol soms aan ontbreekt: er zit net te weinig method in his madness. Waar De Cordier overtuigend de moderne monnik speelt en Panamarenko zijn obsessie voor vliegtuigen nooit heeft losgelaten, is Mols werk veel diffuser. Hij benadrukt vaak dat hij het graag speels houdt, en inderdaad ontlokken zijn beelden je regelmatig een tevreden grinnik. Mol lijkt ook een groot vertrouwen in zijn toeschouwer te hebben: die mag zijn verbanden zelf leggen en doordat Mol hem zovéél aanreikt lukt dat met gemak. Maar toch blijft ook het besef knagen dat je al die elementen met evenveel gemak volkomen anders zou kunnen interpreteren. En dan schiet Mol, ongetwijfeld zijns ondanks, zijn doel net voorbij.

Pieter Laurens Mol, Seashore/Semaphore. Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. T/m 31 maart.