Abdulgani

Remco Raben vergelijkt de door mij geschreven biografie van Roeslan Abdulgani met een ander, ook door mij geschreven, boek over hem uit 1995 (Boeken, 06.02.04). Raben schrijft dat, om Roeslan te doorgronden, het eerste boek misschien wel te prefereren is. Het nieuwe boek zou `de smaak van een opgewarmd kliekje hebben'. Dit omdat sommige passages uit dat eerste boek letterlijk in het nieuwe boek zijn terug te vinden. Rabens keuze voor de krantenlezer heeft echter geen zin, omdat de zeer kleine oplage van het eerste boek is uitverkocht en de uitgeverij opgeheven.

Indonesië heeft sinds 1995 turbulente jaren doorgemaakt. Vandaar die nieuwe, geactualiseerde uitgave met kritische beschouwingen over vooral de politieke situatie, de alom tegenwoordige corruptie, de stagnerende economie en de discutabele mensenrechten. En natuurlijk gaat het boek ook nu van het begin tot het einde over de mens Abdulagani, op hoge leeftijd gekomen en nog wekelijks zijn visie in columns van vijf kranten weergevend, letterlijk tot op de dag van vandaag.

Maar hij houdt zijn mond ook wel eens. Zoals over het feit dat hij in de jaren zestig informant zou zijn geweest van een Nederlands geheim agent, zoals in 1998 in het boek Villa Maarheeze over de geschiedenis van de Buitenlandse Inlichtingen Dienst uitvoerig door twee onderzoekers uit de doeken wordt gedaan. Het ging dus niet om hardnekkige geruchten, zoals Raben schrijft. De toenmalige Chef Intelligence in Jakarta geeft echter na zoveel jaren in dit tweede boek zijn visie op wat toen vermoedelijk is gebeurd. Daarover komt Raben niet verder dan enkele woorden.