Zewalds klarinet schittert in Poulencs Sonate

Francis Poulenc hield wel van violen, maar niet van de viool. In zijn werken voor soloinstrumenten koos deze Franse componist liever voor blazers. Zo ontstond in 1962 de Sonate voor klarinet en piano, opgedragen aan de in 1955 overleden componist Arthur Honneger, met wie Poulenc in de befaamde Groupe des Six had gezeten. Aan deze dynamische sonate, waarin passie, melancholie en absurdisme elkaar op onnavolgbare wijze de hand reiken, valt onmiddellijk af te luisteren hoezeer Poulenc zich aangetrokken voelde tot de heldere, open klank van de klarinet.

Nadat ze in 2001 het Concours van de Stichting Vrienden van het Koninklijk Concertgeboworkest en de Eduard van Beinum Prijs, en in 2002 de Philip Morris Kunstprijs had gewonnen, verklaarde de klarinettiste Céleste Zewald in een interview in deze krant: ,,Wat me aantrok was dat de klarinet binnen het orkest altijd een omvangrijke en virtuoze partij te spelen had. De klank ben ik mooier gaan vinden naarmate ik langer speelde. Maar als ik opnieuw zou mogen beginnen, zou ik de viool kiezen. Daar is zo ontzettend veel mooi repertoire voor geschreven.''

Voor haar debuut in de serie Rising Stars van het Amsterdamse Concertgebouw koos Zewald vanzelfsprekend de betere stukken uit het nog altijd bescheiden klarinetrepertoire, waaronder de sombere Sonate in Bes voor klarinet en piano (op. 107) van Max Reger, de lyrische, aanvankelijk voor hobo en piano gecomponeerde Drei Romanzen (op. 94) van Schumann, en de speelse Sonatina (op. 29) uit 1951 van Malcolm Arnold. Ook stond de Nederlandse première van Chalumeau for Clarinet and Piano van Robin de Raaff (1968) op het programma, in 2003 in opdracht van het Concertgebouw geschreven voor Zewald en haar vaste pianist Jaap Kooi. In dit indringende werk worden het donkere timbre van de laagste regionen van de klarinet en van de vleugel op ingenieuze wijze uitgespeeld tegen de hogere registers van beide instrumenten.

Van al deze stukken gaf de bloedmuzikale Zewald, voor wie de klarinet simpelweg een verlengsuk van haar frêle lichaam lijkt, animerende vertolkingen. Daarbij werd ze met veel inzet begeleid door pianist Jaap Kooi, met wie ze levendige, doordachte en fraai uitgebalanceerde dialogen voerde. En toch vormde de Sonate van Poulenc het hoogtepunt van Zewalds recital. In de eerste plaats omdat het gewoon het meest overtuigende werk op het programma was, en ook omdat Zewald dankzij Poulenc haar sterkste troeven optimaal kon uitspelen: instrumentale virtuositeit, muzikale natuurlijkheid en een wonderlijk vermogen om met haar klarinet lyrische frases te modelleren en karakteristieke klankkleuren op te roepen.

Concert: Céleste Zewald (klarinet), Jaap Kooi (piano). Werken van Arnold, Reger, Schumann, De Raaff en Poulenc. Gehoord: 17/3 Concertgebouw Amsterdam.