Verdampte miljarden

Eén van de politieke mantra's aan het einde van de jaren negentig was dat er meer geld naar de gezondheidszorg moest. De wachtlijsten liepen op, de budgetten werden ontoereikend, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg liepen steeds groter gevaar omdat de financiële kraan was dichtgedraaid. De politieke druk werd binnen het tweede paarse kabinet opgevoerd door coalitiegenoot PvdA, waar fractieleider Melkert meer geld voor `zorg, onderwijs en veiligheid' als een gebedsmolen afdraaide. Verder wist de Socialistische Partij van geen ophouden met klagen over de afbraak van de zorg en uiteindelijk ging de hele Tweede Kamer mee. Eind 2000 was minister Borst (Volksgezondheid, D66) om. Door de hoogconjunctuur was er veel meer geld te verdelen en in haar nieuwe beleid, toepasselijk genaamd `Boter bij de vis', gingen alle remmen los bij de budgettaire kaders voor de zorg. Daarna zette minister Bomhoff (LPF) deze omslag naar `recht op zorg' tijdens zijn kortstondig ministerschap in het eerste kabinet-Balkenende door. Er werd massaal geld in de zorg gepompt.

Een commissie van Kamerleden heeft onderzocht wat er met de extra uitgaven voor de zorg is gebeurd. Haar rapport, Miljardenzorg, is vandaag gepresenteerd en het leidt tot een onontkoombare conclusie: de zorg is een zwarte doos waarin bakken met geld zijn gekieperd. In de twee paarse kabinetsperiodes – 1994-2002 – is met een hyperbolische versnelling 15,6 miljard euro extra naar de zorg gegaan, waarvan ruim de helft in de laatste twee jaar. Wat de effecten van deze stijging van het zorgbudget met 67 procent zijn geweest, valt eigenlijk niet te achterhalen. Het ministerie van Volksgezondheid kan, aldus het rapport, niet aangeven wat de relatie tussen geld, prestaties en effecten is.

Met een verrassende bereidheid tot kritische reflectie stelt de commissie vast dat de Kamer geen voorwaarden heeft gesteld voor de besteding van het extra geld en dat de Kamer ook geen zekerheid had dat extra middelen ingezet worden voor het beoogde doel. ,,De Kamer is zich onvoldoende bewust van de complexiteit van de zorg'', aldus het rapport. Door meer geld te eisen zonder doelgerichte budgetten heeft de Kamer aan illusiepolitiek gedaan en de toenmalige minister van Volksgezondheid is hierin meegegaan. Achteraf valt niet te achterhalen of het geld doelmatig is besteed. Omstreeks de helft is gegaan naar loonstijgingen en compensatie voor prijsstijgingen, de rest naar vermindering van wachtlijsten en werkdruk, en verbetering van de kwaliteit. Maar of dat heeft gewerkt, blijft ondoorzichtig. De commissie stelt dat het geen zin heeft dit te onderzoeken, aangezien het maatschappelijke veld van de zorginstellingen zo divers is dat bestedingen niet meer zijn te achterhalen.

Dit zijn opmerkelijke conclusies. Ten eerste ontkrachten ze de populaire stelling dat er op de zorg alleen maar wordt bezuinigd. Een stijging van het budgettaire kader zorg met 67 procent over acht jaar, waarvan een gemiddelde volumegroei van 3,4 procent per jaar, is aanzienlijk. Ten tweede blijkt de bestemming van een deel van het geld onduidelijk. Het zal ongetwijfeld ergens goed voor zijn geweest, maar niemand kan precies achterhalen waarvoor. Ten derde is het een voorbeeld van lineair denken dat er met iedere euro extra een probleem minder bestaat. Zo werkt dat niet. De zorginstellingen hebben dankbaar gebruikgemaakt van de opening van de financiële sluizen in de nadagen van Paars II en de huidige minister van Volksgezondheid, Hoogervorst, moet nu proberen die sluizen weer dicht te krijgen.