Kamerlid nooit gezien

Vijf procent van de kiezers in Nederland heeft wel eens contact gehad met een parlementariër. Dat is relatief minder dan in landen als Duitsland en Zweden.

Dat blijkt uit vergelijkend onderzoek dat minister De Graaf heeft laten verrichten door de universiteiten van Twente en Utrecht. In Duitsland en Zweden, waar parlementariërs eigen districten hebben, is heeft 11 procent van de kiezers wel eens contact een Kamerlid. In Denemarken is dat 20 procent, in Nieuw-Zeeland 24 procent. Al deze landen hebben ook verhoudingsgewijs meer parlementariërs ten opzichte van de bevolking dan de relatief kleine Tweede Kamer.

De onderzoekers hebben Nederland vergeleken met deze landen omdat zij gemengde kiesstelsels hebben, waarin evenredige vertegenwoordiging wordt gecombineerd met een vorm van vertwegenwoordiging via districten. Het kabinet wil zo'n gemengd stelsel ook in Nederland invoeren. De Graaf leidt uit het onderzoek af dat het kiesstelsel dat hij voorstelt bevorderlijk is voor het contact tussen kiezer en parlementariër. In dit voorstel krijgt de kiezer behalve de landelijke stem ook een tweede stem voor een regionale kandidaat. Volgens de minister zijn kiezers daar voorstander van.