Geen raadsenquête fraude Amsterdam

De gemeenteraad van Amsterdam zal geen raadsenquête instellen naar de fraude en de financiële tekorten bij de Dienst Stadstoezicht. Dat heeft de raad gisteren besloten.

De gemeenteraad debatteerde gisteren over het rapport van een vooronderzoekscommissie over de Dienst van eind februari. Daarin werd de aanbestedingsprocedure van het parkeerbeheer in het stadsdeel Oud-Zuid onder de loep genomen. De gemeentelijke dienst verloor deze procedure. Dat betekende een groot verlies omdat Oud-Zuid goed was voor 20 procent van de omzet en ruim 120 banen.

De raad uitte gisteren forse kritiek op verantwoordelijk wethouder H. Maij (CDA) over de manier waarop de procedure was verlopen. Nadat Stadstoezicht het contract had verloren, bood de directeur van de Dienst aan om het werk alsnog uit te voeren tegen de prijs die de winnende partij PCH had bedongen. De raad sprak gisteren van ,,onderbieding'' en verweet Maij dat zij met deze actie grote financiële risico's had genomen. Als het stadsdeel na de onderbieding alsnog het contract aan Stadstoezicht had gegund, hadden er volgens de raad miljoenenclaims kunnen komen. Alleen collegepartij PvdA vond dat deze ,,desperate poging'' binnen het oorbare viel.

Wethouder H. Maij betuigde spijt over deze procedure en beloofde haar excuses aan te bieden aan stadsdeel Oud-Zuid. Maij maakte tevens bekend dat stadsdelen die hun parkeerbeheer nu door Stadstoezicht laten uitvoeren, deze voorlopig niet openbaar mogen aanbesteden, totdat de gemeentelijke dienst haar financiën, ziekteverzuim en integriteitsbeleid op orde heeft. Volgens de wethouder zijn de betrokken stadsdelen akkoord gegaan met het uitstellen van de aanbesteding.

In het rapport stond eveneens dat het Amsterdamse college van B en W mede verantwoordelijk was voor het voortduren van de fraude met parkeervergunningen bij de gemeentelijke dienst. Ook stond beschreven dat de dienst, die in 1997 geplaagd werd door miljoenenfraude met parkeergelden door werknemers, losjes werd geleid en controleprocedures nauwelijks bestonden.