Bij oplaaiend geweld in Kosovo 22 doden

Bij ernstige etnische rellen zijn gisteren op diverse plaatsen in Kosovo 22 doden en meer dan 500 gewonden gevallen. Daarmee beleefde Kosovo gisteren de bloedigste dag sinds de oorlog van 1999. De slachtoffers zijn volgens de laatste berichten zowel Albanezen als Serviërs.

In alle grote steden en bij alle Servische enclaves in Kosovo was gisteren sprake van etnisch geweld. De zwaarste rellen vonden plaats in Kosovska Mitrovica, in het noorden. Deze stad is sinds de oorlog van 1999 verdeeld in een Servische enclave ten noorden van de rivier de Ibar en een veel grotere Albanese wijk ten zuiden van de rivier. KFOR, de door de NAVO geleide vredesmacht, controleert de brug tussen beide delen.

De NAVO heeft vandaag 350 militairen ter versterking van KFOR naar Kosovo gestuurd. Meer militairen worden in gereedheid gehouden.

Aanleiding voor de ongeregeldheden was de dood van twee, mogelijk drie Kosovo-Albanese kinderen, die in de buurt van Mitrovica in de Ibar terechtkwamen en verdronken. Twee lichamen zijn geborgen, naar het derde wordt nog gezocht. Het nieuws sloeg bij de Albanezen van Mitrovica in als een bom. Zij beweerden dat lokale Serviërs de drie kinderen met honden de rivier hadden ingejaagd. De spanning in Mitrovica was toch al groot, nadat begin deze week een Servische jongen uit een voorbijrijdende auto was neergeschoten. Uit woede blokkeerden Serviërs vervolgens een doorgaande weg.

Aan weerskanten van de brug over de Ibar verzamelden zich gistermiddag grote menigten, die elkaar uitscholden en bekogelden met stenen. Uiteindelijk werd er geschoten. KFOR-soldaten en de internationale politie stonden ondanks het gebruik van schokgranaten, traangas en rubberkogels machteloos toen Albanezen massaal de brug over trokken en slaags raakten met Serviërs. Zes van de doden vielen gisteren in Mitrovica.

Toen het nieuws van de onlusten elders doordrong, sloeg ook daar de vlam in de pan. Albanese inwoners van de hoofdstad Priština doorbraken wegversperringen van KFOR en de VN-politie en trokken naar een Servische enclave, het dorp Caglavica. Daar vielen drie doden toen handgranaten werden gegooid en Servische huizen in brand werden gestoken. In een andere Servische enclave, Kosovo Polje, werden tien huizen, een postkantoor, een ziekenhuis en een school in brand gestoken, in de stad Prizren een orthodox seminarie en een klooster en in het dorp Belo Polje, nabij Pec, 25 huizen van Servische vluchtelingen die onlangs naar Kosovo waren teruggekeerd. Hier viel één dode. Vanmorgen duurde het geweld nog voort. In Obilic bij Priština werd een orthodoxe kerk in brand gestoken.

In Servië werden in alle grote steden protestbijeenkomsten gehouden, soms met geweld. In Belgrado werd de enige moskee van de stad, die dateert uit de 17de eeuw, in brand gestoken. Ook in Niš brandde de moskee af. De Servische premier Koštunica riep gisteravond zijn kabinet in spoedzitting bijeen. Hij zei na afloop dat de rellen in Kosovo aantonen waartoe ,,het Albanese separatisme'' in staat is. De minister van Defensie van de unie Servië-Montenegro, Boris Tadic, bood het VN-bestuur in Kosovo Servische troepen aan. Die zouden in Kosovo Serviërs moeten beschermen.

Analysepagina 5