Bewijs zaak-Lucia de B.

Amber Zuiderwijk, een van de vermeende slachtoffers van verpleegkundige Lucia de B., heeft vlak voor haar dood, op 4 september 2001, een hoge dosis van het hartmedicijn digoxine toegediend gekregen.

Dat bleek vanochtend tijdens het hoger beroep tegen De B. De oud-verpleegster en -prostituee staat terecht voor de moord op dertien patiënten, onder wie de baby Amber, en vijf pogingen daartoe. Deze conclusie, van klinisch forensisch toxicoloog F. de Wolff, in opdracht van het hof, kan belangrijk bewijsmateriaal zijn in de zaak tegen De B.

Volgens de rapportage van De Wolff kunnen de symptonen die de toen bijna vijf maanden oude Amber vlak voor haar dood vertoonde en haar manier van overlijden door een dergelijke dosis van het medicijn verklaard worden.

In het eerdere vonnis van de rechtbank, die De B. schuldig bevond aan vier moorden en een poging daartoe, werd digoxinevergiftiging al als doodsoorzaak van Amber aangewezen. Maar toen waren er, ook bij deskundige de Wolff, nog twijfels over de betrouwbaarheid van de bloedanalyse. Na aanvullend onderzoek rapporteerde De Wolff vandaag aan de rechter dat het ,,geen twijfel lijdt'' dat Amber een eenmalige hoge dosering van digoxine is toegediend.

Hoewel Amber het hartmedicijn om medische redenen kreeg toegediend, is het volgens de Wolff ,,uitgesloten'' dat de na overlijden gemeten concentraties in haar bloed daarvan afkomstig zijn.