Besteding van zorggelden niet te achterhalen

Het is nauwelijks te achterhalen waaraan de 15,4 miljard euro is besteed waarmee het budget van de zorgsector tussen 1994 en 2002 is gestegen. Minder dan een derde van dat bedrag is vermoedelijk gebruikt voor meer zorg, terwijl de Tweede Kamer voor ogen had dat het grootste deel van het geld die bestemming kreeg. De rest van het geld zou kunnen zijn opgegaan aan loonsverhogingen, verbeterde arbeidsvoorwaarden, vermindering van de werkdruk en compensatie voor gestegen prijzen.

Dit concludeert de Tijdelijke Commissie Onderzoek Zorguitgaven onder voorzitterschap van Kamerlid Mosterd (CDA). De Commissie publiceerde vanochtend de conclusie van haar verkenning of kan worden achterhaald waaraan dat extra geld is besteed. Volgens haar is dat achterhalen wel mogelijk, maar dan alleen met zeer kostbaar onderzoek. De Commissie vindt voortzetting van haar onderzoek naar de besteding over die periode dan ook zinloos.

De Commissie werd eind 2002 door de Kamer ingesteld om na te gaan of het extra geld in de zorg effectief is besteed. Onder de paarse kabinetten stegen de uitgaven voor de zorgsector met bijna 70 procent, van ruim 23 miljard euro tot 39 miljard euro in 2002. De Kamer besloot tot het onderzoek omdat bij de bespreking van de begroting voor 2003, waarbij werd aangedrongen op een sterkere groei van het budget, niet kon worden aangegeven of het extra geld in het verleden effectief was besteed.

Volgens de Commissie is die `effectiviteit' niet te achterhalen, ook al niet omdat de Kamer indertijd heeft verzuimd aan te geven wat ze met het verstrekken van het extra geld precies wilde bereiken. Zij constateert voorts dat de minister maar een zeer beperkte greep kan hebben op de sector die voornamelijk bestaat uit private organisaties. Er is wel toezicht op de besteding van het geld door de hulpverlenende organisaties, maar dat concentreert zich op de `rechtmatigheid' van de uitgaven. Er wordt nauwelijks gekeken naar de doelmatigheid van de besteding.

De Commissie adviseert de Kamer, als zij voortaan met extra geld specifieke bedoelingen voor ogen heeft, dit door middel van het verstrekken van doelgerichte en geoormerkte budgetten te doen. Ook moet de Kamer bezien hoe zij achteraf kan controleren of het geld effectief wordt besteed. De Commissie noemt het wel al een verbetering dat er vanaf 2000 min of sprake is van een koppeling tussen het verstrekken van extra geld voor de aanpak van wachtlijsten en de daardoor verrichte productie. Vanaf dat jaar zou de Algemene Rekenkamer mogelijk wel een nader onderzoek kunnen doen naar de besteding van het budget.

Volgens de Commissie is de Kamer zich onvoldoende bewust geweest van de complexiteit van de sector en van de beperkte invloed die de minister kan uitoefenen op de concrete besteding ervan. Ook denkt Kamer ze tot dusver `te lineair', bijvoorbeeld dat extra geld voor het wegwerken van wachtlijsten niet vanzelfsprekend alleen daaraan besteed wordt, maar ook dat het probleem met geld alleen opgelost zou kunnen worden. De Commissie verwijt de Kamer dat zij onvoldoende gebruik heeft gemaakt van bestaande, diepgravende analyses van de wachtlijstproblematiek en het functioneren van de zorgsector.

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) verklaarde vorige week, in een reactie op berichten over een uitgelekte versie van het rapport, niet de indruk te hebben dat al het extra geld dat tussen 1994 en 2002 in de zorg is gestoken, verkeerd is besteed. Wel is de verantwoording van wat er met dat geld is gedaan ondermaats, zodat onduidelijk is of die miljarden ook doelmatig zijn besteed.

Oud-minister Borst (Volksgezondheid, D66), die in de paarse kabinetten verantwoordelijk was voor de kostenstijging, zei dat volgens haar de extra miljarden goed zijn besteed.

HOOFDARTIKEL: pagina 9