Appels en peers (1)

Zullen we het nog één keer uitleggen, moeten ze bij bankverzekeraar ING hebben gedacht. Afgelopen maandag werd president-commissaris Herkströter van stal gehaald om uitgebreid toe te lichten waarom de beloning van de ING-top, ondanks veel protest, toch omhoog is gegaan. De argumenten zijn bekend: behoud van talent is belangrijk, en dus moet er marktconform worden betaald. Wat is marktconform? ING heeft een groep samengesteld van soortgelijke bedrijven, waaraan het haar beloning ijkt.

Het hanteren van zo'n peer group lijkt een gematigde en objectieve benadering, maar is in werkelijkheid de meest extreme weg naar een beloningsgolf. Dat is een kwestie van simpele wiskunde. Stel: er is een peer group van tien bedrijven. De meest genereuze betaalt zijn topman een miljoen. Het eerstvolgende betaalt 900.000 euro, dat daarna 800.000, tot het meest krenterige bedrjf dat maar een ton betaalt. Het gemiddelde salaris van de peer group is dus 550.000 euro.

Stel nu dat de lager betalende bedrijven hun salaris `marktconform' maken: zij betalen het volgende jaar allemaal 550.000 euro aan hun topman. De beter betalende bedrijven verlagen hun salarissen natuurlijk niet. Die asymmetrie betekent dat het gemiddelde salaris in de peer group een jaar later is toegenomen tot 675.000 euro. Ho eens even, denken de lager betalende bedrijven dan: ons salaris is niet langer marktconform, en zij passen hun beloning nogmaals opwaarts aan.

Dat heeft dan weer tot gevolg dat een jaar daarna het gemiddelde salaris is opgelopen tot 745.000 euro. De conclusie laat zich raden: het kan even duren, maar uiteindelijk zullen alle salarissen in de peer group zijn opgelopen tot dat van het best betalende bedrijf.

ING's oplossing is niet een gemiddelde te hanteren, maar een mediaan – de middelste waarneming. Die houdt de stijging enigszins binnen de perken. Maar dat veronderstelt wel dat alle tien bedrijven dezelfde peer group hanteren. En dat doen ze natuurlijk niet. ING vergelijkt zichzelf met tien anderen, waaronder ABN Amro, Ahold en buitenlandse concurrenten als AXA en Royal Bank of Scotland. Als die net als ING een bijstelling van hun eigen beloningsbeleid ter hand nemen, construeren zij hun eigen peer group.

Het ligt voor de hand dat ze daarbij peers zouden kiezen die hoger belonen dan zijzelf. Gemiddeldes, of medianen, spelen zo haasje over in de verschillende peer groups.

Zo ontstaat alsnog een opwaartse dynamiek waarbij de beloning over de hele linie omhoog kruipt naar de absolute top. Voilà, eindelijk allemaal marktconform! Maar dan inmiddels wel in een baan om de aarde.