`Als dit doorgaat, bestaan we straks niet meer'

Door nieuw beleid dreigt een marginaal bestaan voor grote energiebedrijven als Nuon en Eneco. Ze schreeuwen moord en brand maar hebben weinig steun.

Een droevig lot bedreigt de energiebedrijven. Vijf jaar geleden waren ze volop in de race om groot te worden in de distributie en handel van stroom. Ze moesten af van hun imago als overheidsbedrijf en stonden te popelen om de wereld van het grote zakenleven te betreden. Tientallen miljoenen euro's werden geïnvesteerd in de branding van Nuon, Eneco, Essent en Delta. Met schitterende resultaten. ,,Als nu een geelpaarse auto voorbijrijdt, denkt 95 procent van de burgers meteen: Nuon'', zegt gedeputeerde N.J. Wijsman van de provincie Gelderland, die circa 45 procent van de aandelen Nuon bezit.

De vraag is alleen of de campagnes – inclusief de financiering van voetbalclubs (Nuon en Vitesse) en sponsoring van voelbalstadions (het Sparta-stadion heette een tijdje Eneco Stadion) – ergens goed voor zijn geweest. Minister Brinkhorst (Economische Zaken) legt de ministerraad morgen plannen voor die, volgens de bedrijven zelf, hun toekomst op het spel zetten. ,,Wij worden een cowboy zonder paard'', zegt Eneco-bestuurder H. ten Berge. En J. de Jong van Essent, die spreekt voor de ondernemingsraden van de vier bedrijven: ,,Als deze plannen doorgaan, bestaan de bedrijven over een paar jaar niet meer''.

Brinkhorst wil een einde maken aan de dubbelfunctie van de stroombedrijven. Ze combineren nu een publieke taak – het beheren van stroomnetten – met commerciële activiteiten – de stroomverkoop aan burgers en bedrijven. De markt voor burgers gaat bovendien naar alle waarschijnlijkheid in juli open, zodat elke consument zelf zijn leverancier kan kiezen. Voor de bedrijven een cruciaal moment.

Juist nu komt de minister met zijn plannen het netbeheer los te koppelen van de handel. Hij reageert daarmee onmiskenbaar op ongerustheid over stroomuitval door verwaarloosd netbeheer. Er zou stiekeme kruissubsidiëring hebben plaatgevonden – geld voor netbeheer zou in de commerciële poot van bedrijven zijn gestopt. ,,Netbeheer is bij uitstek een publiek belang'', zei Brinkhorst vorige week in het weekblad FEM Business.

Intussen zet de minister nog een stap. De privatisering van de bedrijven – nu nog volledig in handen van provincies en gemeenten – wordt opgeschort. Zo krijgen ze alsnog tijd om met voldoende vlees op de botten de vrije markt op te gaan. Maar de bedrijven vrezen dat ze door de afsplitsing van hun elektriciteitsnetten – hun belangrijkste bezit – dan al zijn gemarginaliseerd. Met de netten in handen, die door hun stabiele inkomstenstroom miljarden waard zijn, kunnen ze kapitaal aantrekken voor extra investeringen, bijvoorbeeld in nieuwe stroomproductie. Zonder dat vermogen verworden ze tot stroomhandelshuisjes met een kaartenbak van klanten als enig bezit. ,,Nederland stuurt aan op onderinvestering in de elektriciteitsproductie. Het licht gaat uit'', waarschuwt Ten Berge van Eneco.

Net nu ze kunnen oogsten wordt ze de pas afgesneden, zegt de Eneco-bestuurder. ,,Geef ons de kans om van overheidsbedrijf uit te groeien tot commercieel bedrijf'', zegt Ten Berge. ,,We zitten nu in de puberfase. We leren zelfstandig in het leven te staan. De overheid moet leren loslaten, maar dat kunnen ze niet'', aldus Ten Berge. De overheid heeft bovendien ,,een slecht geheugen''. Sinds de jaren tachtig was het idee dat de bedrijven de stroomproductie zouden afstoten en alleen zouden leveren en verkopen. Wijers, minister van Economische Zaken van 1994 tot 1998, wilde distributie en verkoop per se bij elkaar houden. Nu wordt distributie uit de commercie gestoten. ,,Uitermate willekeurig en inconsequent'', vindt Ten Berge.

Toch hebben de bedrijven blijkbaar veel goodwill verloren. De VVD-fractie in de Tweede Kamer, lange tijd op de hand van de stroombedrijven, maakte gisteren bekend dat zij nu ook kiest voor een ongeclausuleerde ontkoppeling van handel en netbeheer. Daarmee is een meerderheid in de Kamer voor afsplitsing van het netwerk.

Zelfs in eigen kring is er steun voor de plannen van Brinkhorst. Zo zegt Wim Naeije, tot 2000 de eerste bestuursvoorzitter van het in 1995 gevormde Eneco, dat het beter is handel en netbeheer te scheiden. ,,Door de koppeling zijn er ernstige marktverstorende verschijnselen. De prijzen zijn relatief hoog, een kleine groep bedrijven beheerst de markt, nieuwkomers krijgen nauwelijks een voet tussen de deur. En er zijn veel aanwijzingen dat de zittende bedrijven winst vanuit netbeheer aanwenden om hun handelspositie te versterken.'' Bovendien, zegt Naeije, als consultant en commissaris nog altijd actief in de branche, ,,zijn netbeheer en stroomleverantie twee totaal verschillende dingen''. Het publieke belang van een betrouwbare stroomvoorziening weegt nu eenmaal zwaarder dan de rendementspositie van een bedrijf, vindt Naeije.

Het argument dat de bedrijven als scharminkels achterblijven zodra ze greep op de netten verloren hebben, betwist hij ook. ,,Stroomhandel is marginale business dus je weet niet wat daarvan overblijft. Maar de grote netbedrijven met hun activa blijven natuurlijk gewoon bestaan, alleen waarschijnlijk onder een andere naam.'' Hetgeen de vraag oproept of het rijksbeleid van eind jaren negentig, waardoor de bedrijven zo uitvoerig in hun naamsbekendheid investeerden, niet tot een enorme verkwisting van publiek geld heeft geleid. ,,O zeker. Ik weet het niet, maar ik heb in de markt wel opgevangen dat in de sector tussen de 10 en 20 miljoen euro per jaar in naamsreclame is gaan zitten. Dat geld is over de balk gegooid. Want met de plannen van de minister keren we in feite terug naar de situatie van zes, zeven jaar geleden.'' Het zou Naeije niet verbazen dat er een onderzoek naar de verkwisting komt. ,,Met die mogelijkheid heb ik in mijn achterhoofd altijd rekening gehouden.''

De tragiek voor de stroombedrijven is dat ook hun belangrijke bondgenoten – de aandeelhouders – zich in toenemende mate scharen achter de plannen van Brinkhorst. Veel lagere overheden hebben lange tijd zitten azen op het geld dat ze met de verkoop van hun aandelen konden incasseren. De provincie Gelderland, voor circa 45 procent aandeelhouder van Nuon, heeft eind vorig jaar in informeel overleg op Economische Zaken al ingestemd met ontkoppeling van de netten. ,,Het belangrijkste is dat de stroomvoorziening betrouwbaar blijft'', zegt verantwoordelijk gedeputeerde Wijsman. ,,Splitsing is voor de meeste aandeelhouders van alle mogelijkheden de beste.'' Het gevaar dat Nuon daarna als handelsbedrijfje wordt opgeslokt door een Europese reus, ziet Wijsman niet. ,,De markt is geliberaliseerd. Dan moet je niet klagen dat je als bedrijf verkocht kan worden. Dat hoort erbij.''