Aachen moet de skybox nog uitvinden

Alemannia Aachen is gisteren tot de Duitse bekerfinale doorgedrongen. Eindelijk weer een succes in de schrale geschiedenis van de club uit de tweede Bundesliga, waar je nog met een bockworst en een pot bier de tribune op kunt.

Op de spaarzame momenten dat Alemannia Aachen iets heeft te vieren, gebeurt dat intens en uitbundig. Zoals gisteravond na de overwinning (1-0) op Borussia Mönchengladbach in de halve finale van het Duitse bekertoernooi. De tweede Bundesligaclub uit de grensstreek met Zuid-Limburg bestaat weliswaar 104 jaar, maar gerekend naar de prestaties heeft een eeuw voetbalgeschiedenis Aken weinig hoogtepunten gebracht. Op het veld is Alemannia Aachen een Traditionsverein met weinig traditie.

De gekte die gisteravond in Aken na het bereiken de finale uitbrak, was puur, oprecht en ontwapenend. In de vele cafés van de euforische binnenstad goten de duizenden trouwe fans gulzig liters spiritualiën in hun schor geschreeuwde kelen. Evenals de meeste spelers, die hun succesvolle acties buiten het veld in benevelde sferen een vervolg gaven. Voetbal ontnam Aken voor één nacht zijn waardigheid, zoals de Nederlandse spits Erik Meijer had aangekondigd: ,,Als we de finale halen, ga ik niet slapen.'' En hij hield woord.

Het was overigens een mirakel dat Alemannia Aachen zich voor de finale plaatste, omdat het tegen Borussia Mönchengladbach de onderliggende partij was. Met het nodige geluk bleven tegentreffers uit, zodat met veel pijn en moeite de 1-0 voorsprong doelpunt in de 42ste minuut uit een vrije trap van de Bosniër Glric tot eindstand werd gepromoveerd.

Een treffer met aangename sportieve en financiële gevolgen. Als medefinalist Werder Bremen zich plaatst voor de Champions League schuift Alemannia Aachen automatisch door naar het UEFA-Cuptoernooi. Als koploper van de Bundesliga heeft Werder Bremen een voorsprong van negen punten op nummer twee Bayern München.

Met de bekerfinale en de eventueel daaruit voortvloeiende Europese wedstrijd(en), hoopt de clubleiding genoeg geld te genereren om de schuld van vier miljoen euro weg te werken. Een erfenis van het vorige bestuur, dat door de Duitse belastingdienst hard is aangepakt voor dubieuze praktijken bij spelerstransfers. Vooral het `vermarkten' van televisierechten moet geld in het laatje brengen.

Extra inkomsten zullen eveneens noodzakelijk zijn om de huidige begroting van 5,6 miljoen euro op te krikken in het geval Alemannia Aachen naar de Bundesliga promoveert. En die kans is met een vierde plaats reëel aanwezig, omdat de eerste drie rechtstreeks promoveren en de nummer vier nacompetitie moet spelen. Probleem is evenwel dat Alemannia Aachen in de competitie aan het sukkelen is geraakt en na de winterstop, die het als Herbstmeister inging, al drie plaatsen heeft moeten prijsgeven.

Alemannia Aachen in de Bundesliga, dat zal de met luxe stadions verwende tegenstanders zwaar vallen. De nostalgische voetballiefhebber, die walgt van de toenemende zakelijkheid, vindt in Aken een club waar het woord `skybox' nog moet worden uitgevonden. Het overwegend uit hout opgetrokken stadion Tivoli is klein, kneuterig en sfeervol. De clubcard bestaat hier niet.

,,Alemannia Aachen is nog een voetbalclub in de ware betekenis van het woord'', vertelt Erik Meijer, die met Eric van de Luer en Quido Lanzaat de Nederlandse enclave vormt. ,,Je koopt gewoon een kaartje bij de kassa en gaat met een bockworst en een pot bier de tribune op. Er is ook geen supportersgeweld; fans van beide clubs lopen door elkaar heen en wisselen zelfs clubsjaals uit. Spelen voor Alemannia Aachen is speciaal. De mensen in Aken zijn trots en identificeren zich sterk met de stad en de club. Daar profiteren wij van. Er is even sprake geweest om voor de halve finale uit te wijken naar het aanzienlijk grotere stadion van Schalke 04. Maar daar is mede op aandrang van de spelersgroep van afgezien, omdat wij alleen een kans hebben in Tivoli, ook al kunnen er maar 20.000 toeschouwers in.''

Wie overdag de catacomben van het petieterige Tivoli binnenloopt, heeft een gerede kans tegen Willi Sieprath op te lopen. Hij is bejaard (78) en dovig, maar nog helder van geest en als archivaris van Alemannia Aachen een onuitputtelijke bron voor informatie. Sieprath is de schrijver van de kroniek `100 jaar Alemannia Aachen' die in 2000 ter gelegenheid van het eeuwfeest is uitgebracht.

In een kantoortje waar de computer het enige moderne element vormt, vertelt Sieprath gepassioneerd over de schrale geschiedenis van Alemannia Aachen. De club heeft van 1967 tot en met 1970 slechts drie jaar in de Bundesliga gespeeld en was twee keer verliezend finalist van het bekertoernooi: in 1953 werd in Düsseldorf met 2-1 verloren van Rot Weiss Essen en in 1965 in Hannover met 2-0 van Borussia Dortmund. Hét jaar van Alemannia Aachen was zonder twijfel 1969, toen de club als tweede eindigde achter landskampioen Bayern München.

Handicap bij het schrijven van zijn kroniek was voor Sieprath dat tijdens de twee wereldoorlogen veel informatie verloren is gegaan. In de opstelling waarmee de wedstrijdverslagen werden afgesloten bij Alemannia Aachen staat veelvuldig de naam van Reinhold Münzenberg, de enige speler van de club die het tot international (41 keer) heeft geschopt. ,,De grootste speler die Alemannia Aachen heeft gehad'', aldus Sieprath over de linksback uit de jaren dertig. ,,Na een wedstrijd tegen Engeland op Wembley, zei de legendarische Stanley Matthews in een interview over hem: `Ik heb nooit eerder tegen zo'n harde, kopsterke en compromisloze verdediger gespeeld.'''

Münzenberg wordt in stadion Tivoli geëerd met een borstbeeld, maar ook met een foto waarop hij als Duits international de Hitler-groet brengt. Kenmerkend voor Alemannia Aachen, dat al geen rijke geschiedenis heeft, maar het zwarte deel daarvan niet wegmoffelt.