Weglopen helpt niet

Deze week is het een jaar geleden dat met de operatie Shock and Awe de oorlog tegen het Irak van Saddam Hussein is begonnen. De dictator zit achter de tralies in afwachting van zijn proces, er is een regeringsraad van Irakezen, verkiezingen liggen in het verschiet. Een meerderheid van het volk (56 procent) vindt het leven beter dan voor de oorlog. Een mooi succes. Dat heeft volgens een recent bericht van persbureau Reuter (11 maart), gebaseerd op schattingen van Amerikaanse think-tanks het leven gekost aan 431 leden van de coalitietroepen, van wie 314 na het officiële einde van de oorlog op 1 mei 2003. Cijfers voor de niet-Iraakse burgers: respectievelijk 218 en 170. In totaal zijn er tussen de 4.895 en 6.370 Irakese soldaten gesneuveld – het hangt van de geraadpleegde bron af – en tussen de 8.437 en 10.282 burgers.

Zie de coalitie als een onderneming die haar jaarverslag presenteert. Dat bestaat niet alleen uit de min of meer harde cijfers. Er hoort ook een vergelijking van doelstellingen en behaalde resultaten bij en een prognose. De doelstellingen waren

1. opsporen van massavernietigingswapens;

2. wisseling van het regime;

3. bestrijding van het internationaal terrorisme door het opheffen van de verbindingen tussen Saddam Hussein en Al-Qaeda;

4. stichting van een modeldemocratie tot voorbeeld van het hele Midden-Oosten;

5. om zodoende de definitieve oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict te vergemakkelijken.

Samengevat: een grootschalige humanitaire, de algemene vrijheid en veiligheid diendende onderneming.

Dan nu het hoofdstuk resultaten: de mvw's, kern van de casus belli, zijn niet gevonden. Of daarover gelogen is, waarom, en door wie, laten we nu maar in het midden. De onvindbaarheid heeft de hoofddirectie, en in het bijzonder een paar directeuren van belangrijke rayons, wel in grote moeilijkheden gebracht. Wisseling van het regime: gelukt. Verbindingen tussen Saddam en Al-Qaeda bestonden niet. Wel oefent het Irak van nu grote aantrekkingskracht uit op buitenlandse terroristen, wat door niemand wordt betwist. En tienduizend burgerslachtoffers is veel voor een humanitaire operatie. De modeldemocratie is nog niet van de grond, het experiment blijkt niet onweerstaanbaar te zijn, zoals in Iran en Syrië wordt bewezen.

Saoedi-Arabië, waar de brandstof vandaan komt en serieuze democratische initiatieven worden gestraft, wordt in het jaarverslag niet genoemd. Maar – collateral profit zou je het kunnen noemen – Libië wil geen kernmacht meer worden. Tussen Israël en Palestina duurt de oorlog onverminderd voort.

Zouden de raad van commissarissen en de aandeelhouders hun goedkeuring aan het initiatief hebben gehecht, als ze dit verslag (met het veelvoud van de materiële kosten) bijtijds onder ogen hadden gekregen? ,,Any war will surprise you'', zei generaal Dwight Eisenhower. Misschien komt het ook daardoor dat hij als president nooit aan een oorlog begonnen is, maar integendeel, provocaties tot oorlog kundig heeft omzeild (tot grote woede van een deel van de aandeelhouders, die ook toen maar één remedie wisten: hard aanpakken!). Hier houdt de vergelijking met het jaarverslag op.

Over een jaar of vijftig, misschien, zullen de historici een verschil van mening hebben over de vraag of president Bush c.s. een wijs besluit hebben genomen door de oorlog te beginnen, dan wel de weg naar de verkeerde kant hebben gekozen. Ik, die in 2054 geen historicus zal zijn, houd het op het laatste.

Maar oorlog en bezetting zijn voldongen feiten. Een jaar na het begin van de oorlog staat het Westen voor een aanmerkelijk ingewikkelder situatie dan aan het begin. De terreur is niet beëindigd maar heeft kennelijk nieuwe impulsen gekregen. De Amerikanen verkeren in een dwangpositie, in plaats van dat ze de dageraad van de oplossing zien. Waar is de uitgang, vraagt nu ook de populaire pers. De president is poeslief tegen de partijen – de NAVO en de Verenigde Naties – die hij een jaar geleden als `irrelevant' terzijde had geschoven. En of de meerderheid van het volk in Irak nu voor of tegen de oorlog is, het feit blijft dat binnenkort het land ontruimen gelijk zou staan met het ontketenen van een burgeroorlog. Dat zou kunnen leiden tot een heel andere hervorming van het Midden-Oosten.

Het saldo van de tussentijdse balans is dat het mondiale vraagstuk van het terrorisme zich grimmiger aandient dan ooit, terwijl de bezetting van Irak de wederopbouw dient maar ook moet worden volgehouden om daar een burgeroorlog te voorkomen. De oorlog heeft niet de resultaten gebracht die de oorlogsleiders hadden beloofd. Verre van. Maar is dat een reden om, zoals de nieuwe Spaanse regeringsleider wil, dit tot een wereldprobleem geworden land de rug toe te keren?

Door het verloop van de oorlog en wat we eufemistisch het naspel noemen, zijn het Amerikaanse en het Europese belang weer congruent geworden. Het probleem is dat er aan geen van beide kanten van de oceaan een staatsman is die deze congruentie aan de kiezers kan uitleggen.

Integendeel, uit een vandaag gepubliceerd onderzoek blijkt dat de kloof nog even groot is als vorig jaar. In Europa wordt deze Amerikaanse regering niet vertrouwd, en na de wisseling van het bewind in Spanje ziet Washington de Europeanen op de loop gaan.

Het opmerkelijke is daarbij dat 55 procent van de Amerikanen de Atlantische samenwerking noodzakelijk vindt, het hoogste percentage van de lijst. (Nederland komt er niet op voor). Dat is iets heel anders dan hun president vorig jaar liet blijken. Er is aan beide zijden van de oceaan wel een besef van het gemeenschappelijk belang, maar geen leiderschap.

Daarom is het, in afwachting van de Amerikaanse verkiezingen, het beste als de internationale organisaties zo vlug en zo nauw mogelijk bij de problemen van Irak en het internationale terrorisme – nu met elkaar verweven – worden betrokken. Weglopen uit Irak helpt dat land verder van de wal in de sloot en tast de bondgenootschappen en internationale organisaties verder aan. Het wachten is op de nieuwe leiding.