Verwarring na 11/3

De reacties op de aanslagen in Madrid hebben in de Europese publieke opinie één ding gemeen: de roep om urgentie. Maar het debat over terreur heeft een helder brandpunt nodig, zo snel mogelijk gevolgd door een aanpak die recht doet aan de omvang van dit vraagstuk. Dat na 11/3 dingen zijn gezegd die voorbarig waren of onjuist konden worden geïnterpreteerd is begrijpelijk, hoewel het de verwarring groter maakt en het terroristen zal sterken in hun overtuiging dat ze met hun perfide daden doel treffen. In een aantal landen, waaronder Nederland, dreigt de kwestie over militaire aanwezigheid in Irak die over effectieve terreurbestrijding te overstemmen. Spanje heeft dat ingeleid door de uitlatingen van de nieuwe premier, Zapatero. Die deed overigens niets anders dan herhalen wat hij voor de verkiezingen ook al zei: de Spaanse troepen zullen uit Irak worden teruggetrokken als er geen uitgebreider mandaat voor de Verenigde Naties komt.

Sommigen hebben dat opgevat als bezwijken voor terrorisme. Zapetero had zich beter op de vlakte kunnen houden. Zijn onervarenheid als aankomend staatsman leidde ertoe dat een herhaalde verkiezingsbelofte een eigen leven is gaan leiden. Zapatero's woorden dat het terrorisme nu zijn ,,meest onmiddellijke prioriteit'' is vielen er in ieder geval tegen weg. Iets dergelijks, maar wel op beperktere schaal, speelt in Nederland. Op een spreekbeurt zei PvdA-leider Bos maandag dat het mooi is geweest met de Nederlandse aanwezigheid in Irak. Dat riep de toorn van de VVD op, die het bij monde van Kamerlid Wilders betreurde dat de PvdA zwicht voor wat er in Madrid is gebeurd.

Verlenging na 30 juni van de militaire aanwezigheid in Irak is een zaak die losstaat van de Madrileense aanslagen. Zoals eerder betoogd op deze plaats zullen Tweede Kamer en kabinet over `Irak' een zorgvuldige en integrale afweging moeten maken. De informatie over wat de Amerikanen en de Britten in de tweede helft van dit jaar met hun troepen doen, over de rol van de VN en over de opstelling van de andere coalitiepartners is nog te beperkt om nu al een eindoordeel te kunnen vellen. Feit is wel dat de legering van Nederlandse militairen ter plaatse in meerdere opzichten zwaar weegt. Het is riskant werk met een verplichtend karakter en een sterke internationale profilering. Nederland is het stadium voorbij dat het luchthartig kan zeggen dat het nu welletjes is geweest. Dit is geen vrijblijvende aangelegenheid.

Het wegstemmen van de partij van Spanje's oud-premier Aznar toonde aan dat over terreurdaden maar beter geen partijpolitiek kan worden bedreven. Europa moet de rijen zo snel mogelijk sluiten en overgaan tot de échte prioriteit: de bestrijding van deze pest. Het is veelzeggend dat – zoals bij de aanslagen van 11/9 – de inlichtingendiensten over de aanslagen van 11/3 kennelijk weinig of niets wisten. Veelzeggend is ook dat zelfs vanuit internationale politiekringen stemmen klinken die zeggen hoe gebrekkig de samenwerking tussen de Interpol-landen is. Het is goed dat premier Balkenende en president Bush in Washington elkaar plechtig beloofden schouder aan schouder te staan in de strijd tegen het terrorisme. Maar bij die mooie woorden mag het niet blijven. De VS zouden Osama bin Laden oppakken, een belofte die nog niet is ingelost. Bondgenoot Saoedi-Arabië, een land met een dubbelzinnige houding tegenover moslimterrorisme, wordt nog steeds door Washington met rust gelaten.

Het gaat nu om het bedenken van een gerichte strategie, die snel in beleid resulteert. Een hernieuwde aanzet tot een Europees antiterreurbeleid kunnen de Europese Commissie en de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken deze week geven. Op hun bijeenkomsten rust bij voorbaat een zware hypotheek.