Teruggave Rusland blijft nog ver weg

De terugkeer van de Koenigs-tekeningen uit Oekraïne is een doorbraak. Maar geen garantie voor succes in Rusland, waar nog ruim 300 werken zijn.

,,Oorlogstrofeeën'', zo noemde de voormalige Sovjet-Unie de kunstwerken die zij na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland meenam. Een alleszins gerechtvaardigde compensatie voor de plundering die het had ondervonden van de Nazi's. Toch verbiedt het Haagse Unesco-verdrag uit 1954 over cultureel erfgoed in tijd van oorlog het houden van buit als vergoeding van oorlogsschade.

Deze tegenstelling vormt de kern van een jarenlang slepende controverse tussen Nederland en de Russische Federatie over de Koenigs-collectie die tot de oorlogsbuit behoorde. In Rusland bevindt zich nog steeds een belangrijk deel van de Russische tak van de Koenigs-collectie, waarvan het bestaan overigens pas in 1992 werd erkend. Dit werd in 1995 gevolgd door een tentoonstelling in het Poesjkinmuseum. Van teruggave was echter geen sprake.

Uit onverwachte hoek is nu een doorbraak gekomen. Oekraïne geeft een deel van deze wereldberoemde collectie terug aan ons land. In januari 1987 gaf de toenmalige regering van Oost-Duitsland al 33 tekeningen terug aan Nederland.

De bijna 2.700 tekeningen en prenten behoorden ooit toe aan de Duitser Frans Koenigs, die zijn collectie kwijtraakte aan zijn bank. De tekeningen kwamen in handen van Rotterdamse havenbaron Van Beuningen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een deel ervan verkocht aan de nazi's.

Een claim van kleindochter Christine Koenigs tegen de Nederlandse staat werd onlangs afgewezen door de Commissie-Polak die de regering adviseert over restitutie van zogeheten oorlogskunst. De commissie concludeerde dat de verkoop niet viel onder de oorlogsomstandigheden, en zelfs niet de schaduw die deze vooruit wierpen, hetgeen alsnog een grond voor teruggave had kunnen opleveren. Dat is precies het argument dat Rusland in stelling heeft gebracht tegen de Nederlandse claim. Het was een reguliere aankoop van Van Beuningen.

Is dat echter niet te kort door de bocht? Van Beuningen mag de werken dan wel regulier hebben verkregen, de doorverkoop tijdens de oorlog naar Duitsland is andere koffie. De Nederlandse regering in ballingschap heeft direct na de bezetting transacties met de vijand verboden, op straffe van het verval van eigendom aan de staat. Dit is later bevestigd door de zogeheten Interallied Declaration van 1943 die door Rusland is ondertekend.

De Russen hebben zich beroepen op een geallieerde raad die zich uitsprak voor herstelbetalingen (in natura) en op het Verdrag van Versailles na de Eerste Wereldoorlog dat Duitsland opdroeg België te compenseren met kunstwerken. Aan de andere kant heeft het Russische Constitutionele hof in 1999 op grond van een nieuwe wet over de oorlogstrofeeën gezegd dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen buit die afkomstig was uit vijandelijke staten en anderen. Dat bood volgens mr. A. van Woudenberg van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het Juristenblad ,,een verwachting dat de weg naar succesvolle onderhandelingen weer open staat'.

Dat succes is nu gekomen uit Oekraïne. Daarbij moet wel worden bedacht dat na het uiteenvallen van de Sowjet-Unie Rusland en Oekraïne hun eigen weg zijn gegaan. De nu bereikte overeenkomst met Kiev - belangrijk als hij is - zegt nog niet alles over de Nederlandse claim op Moskou.