Ruimte in dienst van de economie

Ruimte voor de Randstad moet Nederland concurrerend houden. Schiphol en Rotterdamse haven moeten doorgroeien. Nieuwe woningen komen vooral in Almere en deels in het Groene Hart.

De betrokken ministers zijn eruit. `Ruimte voor ontwikkeling' is het motto waaronder het ruimtelijke beleid de komende jaren moet bijdragen aan een krachtige economie in een land dat ook leefbaar is.

Om de economie de ruimte te geven en tegelijkertijd Nederland niet vol te bouwen, komt er een ,,bundeling'' van economische activiteit in zes stedelijke netwerken. ,,De concurrentiepositie van Nederland wordt versterkt door de ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra'', aldus de Nota Ruimte die volgende maand door de ministerraad wordt vastgesteld. De betrokken bewindslieden hebben gisteren ingestemd met de uitgangspunten van het ruimtelijk beleid van minister Sybilla Dekker (VROM). Volgende week begint het overleg met bestuurders en maatschappelijke organisaties.

Er komen in totaal zes nationale stedelijke netwerken. Dat zijn de `Randstad Holland', de Brabantse stedenrij (`Brabantstad'), Maastricht-Heerlen, Twente, Arnhem-Nijmegen en Groningen-Assen. Leeuwarden krijgt ook extra geld. De netwerken moeten bestuurlijk samenwerken en zelf met voorstellen komen. Het rijk geeft zelf extra steun aan bijzondere projecten zoals de Amsterdamse Zuidas, alsmede aan de `sleutelprojecten', de stationsgebieden van Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem en Breda. Ook zorgt het rijk voor voldoende ruimte voor tuinbouw in vijf greenports: het Westland; Aalsmeer en omstreken; rondom Venlo; de bollenstreek en Boskoop.

Belangrijkste doel is het versterken van de concurrentiepositie van Nederland. Het kabinet wil ,,krachtige steden en een vitaal platteland'' bevorderen. Waardevolle landschappen worden beschermd en versterkt. Ook zal de veiligheid van de Nederlanders moeten worden gewaarborgd, vooral tegen hoog water.

Tussen de zes stedelijke netwerken moeten ,,betrouwbare'' infrastructurele verbindingen komen. En de open ruimte tussen de steden moet dagrecreatie dienen. De steden moeten niet aan elkaar groeien, vindt het kabinet. Wel moeten de groene gebieden tussen de steden, de voormalige `rijksbufferzones', toegankelijker worden gemaakt voor fietsen, wandelen, varen en paardrijden. ,,Maar ook de aanleg van een skihal of een openluchttheater zijn voorbeelden van dagrecreatieve voorzieningen, die hierbij passen.'' Buiten deze groene gebieden is er bescherming van de echte natuurgebieden. Ook worden negentien ,,nationale landschappen'' aangewezen waarin slechts beperkt mag worden gebouwd.

Het kabinet zet in op `Randstad Holland' als motor van de BV Nederland. ,,De Randstad is het politieke, bestuurlijke, sociale en culturele hart van Nederland èn de belangrijkste economische motor van logistiek, zakelijke en financiële dienstverlening en toerisme.''

Maar de positie van de Randstad is ,,niet onaantastbaar'', aldus de door de ministeries goedgekeurde nota. ,,Er zijn geduchte internationale concurrenten.'' Om die reden krijgen de luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven ,,ruimte'' om zich verder te ontwikkelen. In de directe omgeving van Schiphol mogen in elk geval de komende 25 jaar geen woningen meer worden gebouwd. ,,Dit betekent dat woningbouw in de omgeving van de luchthaven op plaatsen waar dit uit een oogpunt van geluid en veiligheid niet wenselijk is, moet worden vermeden.''

De zone waarbinnen niet meer gebouwd mag worden, wordt uitgebreid van de zogenoemde 30-Ke zone naar de 20-Ke zone. Hierdoor kunnen plannen voor grootschalige woningbouw tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep niet doorgaan, en moeten ook vliegroutes over Noordwijkerhout en de de Legmeerpolder bij Uithoorn vrij van bebouwing blijven.

Ook de Rotterdamse haven krijgt een impuls. Op de Tweede Maasvlakte wordt chemische industrie mogelijk geacht. In de Hoeksche Waard moet een groot bedrijventerrein verrijzen voor aan de Rotterdamse haven gelieerde activiteiten. Ook in Moerdijk moet een nieuw, groot bedrijventerrein komen. ,,Het rijk acht de aanleg van bedrijventerreinen in de Hoeksche Waard en Moerdijkse Hoek van nationaal belang voor een duurzame economische groei.''

Goede verbindingen tussen de Randstad en het achterland zijn van groot belang. Knelpunten op weg, spoor en water van en naar deze economische centra worden eerder worden aangepakt dan knelpunten elders in Nederland, ,,ook in geval van een gunstiger verhouding van kosten en baten bij knelpunten op andere verbindingen''. Belangrijk knelpunt is de autosnelweg A4, die ter hoogte van Delft moet worden doorgetrokken naar de Beneluxtunnel en vervolgens naar de Hoeksche Waard. Het kabinet wil werk maken van een Zuiderzeelijn van de Randstad naar het noorden, het liefst een hogesnelheidslijn of een magneettrein als dat te betalen valt. Later volgt wellicht een aparte goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Antwerpen.

In de Randstad zullen in de periode 2010-2030 ongeveer 440.000 nieuwe woningen moeten komen, op verschillende locaties. Almere moet uitgroeien tot een stad van ten minste 300.000 inwoners, en krijgt een betere wegverbinding met Amsterdam. Er is nog geen keuze gemaakt tussen een nieuwe snelweg of een brug over het IJmeer, dan wel uitbreiding van de bestaande wegen.

De randen van het Groene Hart worden op enkele plaatsen opgeofferd. Zo kunnen de Bloemendalerpolder en ook het KNSF-terrein ten oosten van Amsterdam worden bebouwd. Er komen woningen tussen Leiden en Alphen aan den Rijn. In de Zuid-Hollandse Zuidplaspolder is ruimte voor wonen en bedrijvigheid zoals kassen. Ook het gebied tussen Leiden en Haarlemmermeer, net buiten het Groene Hart, zal worden verstedelijkt. Mogelijk is tevens de aanleg van bedrijventerreinen in de Oostvlietpolder bij Leiden en tussen Haarlem en Amsterdam.

Het rijk kiest in de Nota Ruimte voor gebundelde verstedelijking in de zes netwerken. Daarbuiten krijgt elke Nederlandse gemeente de mogelijkheid om ,,zoveel woningen te kunnen laten bouwen als overeenkomt met hun natuurlijke bevolkingsaanwas''. Ook krijgen ze ruimte voor ,,lokaal georiënteerde bedrijvigheid''. In de negentien nieuwe `nationale landschappen' kunnen eveneens beperkt woningen worden gebouwd. Uitzondering zijn gemeenten in de buurt van kwetsbare natuur en in gebieden die met hoog water te maken kunnen krijgen. Daar kan het bieden van ruimte ,,moeilijk, onmogelijk dan wel ongewenst'' zijn. Gestreefd wordt om 40 procent van de uitbreidingen binnen het bestaande bebouwde gebied te realiseren, waarbij de grenzen uit het jaar 2000 gelden.

De verstedelijking moet waar mogelijk niet ten koste gaan de open ruimte, vinden de ministers.