Nederlands technicus gedood in Irak

Bij een aanslag in het stadje Hilla, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van Bagdad, is gisteren een Nederlandse ingenieur doodgeschoten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag bevestigt de aanslag, maar weigert te zeggen wie de man is en voor welk bedrijf hij werkt. Het ministerie wil eerst zijn familie in Nederland inlichten.

Volgens een woordvoerder van de Duitse stad Bremen is de Nederlander in dienst van een bedrijf uit die gemeente dat een waterzuiveringsinstallatie in Irak aanlegt. Hij zou woonachtig zijn in Sleeswijk-Holstein. Bij de aanval kwamen ook een Duitse collega-ingenieur van de Nederlander, een Iraakse chauffeur en een Iraakse politieagent door kogels om het leven. Ze zouden zijn beschoten vanuit een passerende auto.

Volgens de Duitse krant Die Welt droegen de Duitser en de Nederlanders wapens, omdat zij in het gebied al eerder waren aangevallen. Maar ze zouden zodanig zijn verrast, dat ze hun wapens niet konden hanteren. In het gebied waar het schietincident plaatsvond, zijn Poolse militairen gelegerd.

Het is voor het eerst sinds de verdrijving van Saddam Hussein dat een Nederlander in Irak wordt gedood. Momenteel bevinden zich ruim dertienhonderd Nederlandse militairen van de Stabilisatiemacht in het land. Hoeveel Nederlandse bedrijven en werknemers zich in Irak bevinden, wordt volgens het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering in Den Haag niet geregistreerd. De Nederlandse ambassade in Bagdad was vanmiddag niet voor informatie bereikbaar.

Premier Balkenende, op bezoek in Washington, noemde de aanslag ,,een vreselijk bericht, zeer te betreuren''. Hij sprak zijn medeleven uit met de familie van de vermoorde man. De aanslag maakt volgens de premier nog eens duidelijk welke risico's er zijn in Irak.