Jenkins maakt grimmig drama van `Monster'

Soms zijn filmprijzen toch zo voorspelbaar oneerlijk. Charlize Theron had de Oscar lang voor de uitreiking al op zak voor haar kale vertolking van Lee in Monster, de verfilming van de geschiedenis van een prostituee die uiteindelijk als lesbische seriemoordenares terechtkwam in de elektrische stoel. De in Zuid-Afrika opgegroeide en in Amerika beroemd geworden actrice liet zichzelf voor deze rol van blonde schoonheid afglijden naar alcoholistische zwerfster met buikje, vet haar en leverkwaal-vlekken. Dat is inderdaad moedig voorzover je moed definieert als een stap buiten de gebaande paden in Hollywood.

Maar kijk eens goed naar Christina Ricci, haar tegenspeelster in dezelfde film, en durf dan opnieuw te kiezen. Selby, het personage van Ricci is al interessanter dan de Lee van Theron, en Ricci maakt haar driedubbel interessanter. Het zijn kleine oogopslagen, blikken die eerst wanhopig, dan verliefd, dan wreed en ten slotte schijnheilig zijn. Van een onooglijk lesbootje verandert Selby in een verwende tiran en dat komt allemaal uit dat merkwaardig samengebalde lijf van Ricci.

Regisseur Patty Jenkins toont eenzelfde soort moed als hoofdrolspeelster en medeproducent Theron, de moed om af te wijken van een algemeen geaccepteerde visie op de geschiedenis van Aileen `Lee' Wuornos, de prostituee die in de jaren tachtig zeven mannen vermoordde. Jenkins kiest nadrukkelijk het perspectief van Lee, waardoor je kunt beweren dat zij begrip toont en vraagt voor haar daden. We zien plastisch hoe Lee wordt mishandeld door een klant en hoe ze hem neerschiet als hij dreigt haar te doden. Het monster handelt bij haar eerste moord dus uit zelfverdediging.

Maar dit is geen docudrama, het gaat Jenkins niet om een reconstructie van een misdaad, maar om de gemoedstoestand van twee vrouwen in een uitzonderlijke situatie. De vergelijking met Thelma and Louise dringt zich steeds op, maar Monster is nooit geestig-opwindend, alleen grimmig.

Het knappe van de film is dat Lee nooit sympathiek wordt, maar dat ze ondanks haar gelieg en gebluf en gedraai toch medeleven afdwingt. Theron weet haar te belichamen met de afstotelijke hardheid van een straatkind. Ze werpt haar hoofd achteruit in een houding van kom-maar-op, terwijl je aan alles ziet dat ze geen veertje meer kan wegblazen.

Waar het aan schort is de ontwikkeling van Lee's karakter. Ze verandert éénmaal, als ze wanhopig een bar inloopt voor een biertje en een handdoek en ze daar de verlegen Selby ontmoet die eruitziet alsof ze voor het eerst van haar leven in een gay-bar zit. Ze laat Selby toe, zoals ze zelden iemand lijkt te hebben toegelaten in haar leven en verwart dat met zielsverwantschap.

Daarna verandert Lee's positie ten opzichte van Selby nauwelijks meer, terwijl Selby's positie ten opzichte van Lee voortdurend verandert. Het lijkt wel alsof dat juist komt door de verregaande transformatie van Theron. Alsof de actrice zich zo vastbeet in de straatrat Lee en het gebarenarsenaal dat ze voor haar verzon, dat ze te weinig dacht aan de verliefde vrouw die ze ook moet spelen.

Monster. Regie: Patty Jenkins. Met: Charlize Theron, Christina Ricci, Bruce Dern, Annie Corley, Pruitt Taylor Vince. In: 20 bioscopen.