Enkeltje China of toch maar niet?

Industriële toeleveranciers worstelen met de vraag of ze productie moeten uitbesteden of verplaatsen naar lagelonenlanden, zoals China. Voor de risico's is nauwelijks aandacht.

Ton de Bruine heeft niks te zoeken in China. ,,Ik ben er wezen kijken en ik was zeker onder de indruk, maar het is niks voor mijn bedrijf.'' De Bruine is directeur van Brinks Metaal in Vriezenveen en was tot eind vorig jaar voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Algemene Toeleveranciers (Nevat). Net als veel andere industriële ondernemers worstelde hij met de vraag of hij productie zou moeten uitbesteden aan bedrijven in lagelonenlanden of zou moeten verplaatsen naar bijvoorbeeld China of Oost-Europa. ,,Die vraag is actueel voor vrijwel iedere toeleverancier.''

Brinks Metaal (125 werknemers, omzet 15 miljoen euro) bewerkt blokken staal en aluminium tot onderdelen voor auto's, machines en hydraulische systemen. ,,Dat gebeurt vrijwel volledig machinaal, ongeveer 15 procent van alle kosten is arbeid.'' Voor die 15 procent is het volgens De Bruine niet zinvol om naar Oost-Europa te verhuizen. ,,De staalprijs is daar ongeveer hetzelfde, dus op inkoopkosten kan ik niet besparen, en ook de machines zijn er even duur.''

Het voordeel is volgens De Bruine dan ook beperkt. ,,Tegelijkertijd haal je je allerlei problemen op de hals. Om een nieuwe fabriek in een vreemd land goed te kunnen leiden, moet je bijvoorbeeld je beste mensen daarheen sturen. Maar die kan ik hier helemaal niet missen.''

De Bruine realiseert zich dat zijn keuze om alle productie in Nederland te houden klanten kan kosten. Maar hij is ervan overtuigd dat de meeste afnemers eigenlijk helemaal niet willen overstappen op toeleveranciers in lagelonenlanden. ,,Ze gebruiken het vooral als dreigement om de prijs omlaag te krijgen. In werkelijkheid hechten ze veel waarde aan zaken als stipte levertijden, een constante hoge kwaliteit en flexibiliteit. Wat ze eigenlijk willen is een leverancier die bij ze in de buurt zit, maar die levert tegen de prijzen van China.''

Volgens directeur Hans van der Spek van de Nevat, die gisteren op de vakbeurs voor toeleveranciers in de Jaarbeurs in Utrecht een symposium organiseerde over uitbesteden aan lagelonenlanden, denken veel bedrijven te gemakkelijk over het verplaatsen van productie. ,,Ze kijken alleen naar de lage lonen, maar ze vergeten dat kwaliteit en flexibiliteit voor afnemers ook een waarde hebben, die misschien wel hoger is dan het voordeel van de lage lonen. Het gaat er niet om waar de lonen het laagst zijn, maar waar de totale kosten het laagst zijn, alles inbegrepen. En dat kan best in Nederland zijn.''

Waarmee hij overigens niet wil zeggen dat productie verplaatsen naar China of Oost-Europa per definitie onverstandig is. ,,Als een bedrijf dat niet alleen voor de lage lonen doet, maar ook omdat het daar nieuwe afzetmarkten zien ontstaan, dan is het een ander verhaal. Dan produceer je ook voor de lokale markt, niet alleen voor export. Dat is een veel steviger basis om ergens anders een fabriek te beginnen. Maar dan is het ook geen verplaatsing, maar uitbreiding van de productie.''

Ook inkoopspecialist Stefan Westdijk van accountant Deloitte waarschuwde gisteren op het symposium voor overhaaste beslissingen. ,,Produceren in China brengt altijd hoge kosten met zich mee en levert nooit direct voordeel op. Het wordt altijd pas op de middellange of zelfs lange termijn rendabel.'' In zijn jaarlijkse enquête onder Nederlandse industriële bedrijven becijferde Deloitte dat één op de drie productiebedrijven verwacht binnen twee jaar productie te verplaatsen naar een lagelonenland. ,,Vrijwel alle ondervraagde bedrijven noemen kwaliteit en leveringsbetrouwbaarheid heel belangrijk. Maar door productie uit te besteden aan bedrijven in China lever je daar vrijwel altijd op in. Een leverancier met wie je een contract hebt kan van de ene op de andere dag de productie staken of overgenomen worden, waardoor de levering plotseling kan stoppen. Dan heb je wel een groot probleem.''

Bedrijven die direct zakendoen met een bedrijf in China zijn hierin het kwetsbaarst. Het is dan ook veiliger om te werken via één van de vele gespecialiseerde bureaus die de lokale markt goed kennen en zaken als het onderhandelen met toeleveranciers, het organiseren van het transport en het fiscaal en juridisch afwikkelen van alle transacties volledig uit handen nemen. ,,Maar die hebben ook weer een groot nadeel, want zij rekenen daar torenhoge provisies voor.''