Een `lichtgroene' bruggenbouwer

Arie van den Brand was pas enkele maanden Tweede-Kamerlid voor GroenLinks, toen hij op een avond een bioscoop in Alkmaar bezocht. Terwijl hij keek naar De Tweeling voelde het plotseling ,,alsof een olifant op zijn borst ging staan''. Hartaanval. Van den Brand werd per ambulance naar het VU Ziekenhuis in Amsterdam gebracht, waar hij werd gedotterd.

In de daarop volgende maanden revalideerde hij op zijn boerderij in het Noord-Hollandse Hensbroek. Na het zomerreces pakte hij voorzichtig zijn werk als fractiewoordvoerder landbouw op. Maar het Kamerlidmaatschap bleek te zwaar. Vorige week nam hij voortijdig afscheid van de politiek.

,,Fin de carrière?'' vroeg minister Veerman (Landbouw) zich gisteren retorisch af bij de afscheidsreceptie van het Kamerlid. Nee. Van den Brand volgt op 6 april Ria Beckers op als voorzitter van Biologica, de koepelorganisatie voor boeren, producenten en winkels van biologische landbouwproducten. Deze baan, die hem ongeveer een dag per week zal kosten, verdraagt zich beter met zijn fysieke beperkingen. Van den Brand is aangetrokken om zijn ,,visie, kennis en enthousiasme'', legt Biologica-directeur Bert Ruitenbeek uit. ,,Hij is daarbij breed geaccepteerd in de wereld van de landbouw en de politiek. Een bruggenbouwer die met iedereen door een deur kan, en dat is erg belangrijk voor ons lobbywerk.''

Dat Veerman een toespraak gaf bij zijn afscheidsreceptie is geen toeval. De twee kennen elkaar goed uit de tijd dat ze zij aan zij werkten bij de samenvoeging van de regionale groente- en fruitveilingen tot coöperatieve onderneming The Greenery. ,,Een mooie, spannende tijd'', memoreerde Veerman. Het moeilijkste was het breken van de weerstand van de afzonderlijke veilingbesturen, die met hun eigen opheffing akkoord moesten gaan. Tijdens de vele overlegronden hadden de twee al hun overredingskracht nodig. In de Kamer waren de rollen anders. ,,We weten allebei waar het naartoe moet: duurzamer'', zei Veerman. ,,Alleen de weg erheen verschilt.''

Van den Brand (1951, Oostvoorne) heeft HBS-B in Brielle doorlopen en ging daarna naar de Landbouwuniversiteit in Wageningen. Hij studeerde cultuurtechniek, maar de combinatie landbouw en natuur heeft altijd zijn belangstelling gehad. Zijn hele loopbaan heeft Van den Brand gewerkt bij land- en tuinbouworganisaties. In 1997 richtte hij de koepelorganisatie voor boerennatuurverengingen `In Natura' op, waarvan hij vijf jaar directeur was. Momenteel vervult hij in Europa en de VS diverse advies- en bestuursfuncties bij organisaties die zich bezighouden met duurzame landbouw, zoals het Amerikaanse Sustainability Institute en de Groep van Brugge.

Van den Brand typeert zichzelf als `lichtgroen'. In zijn partij, waar veel milieuactivisten zich van nature toe aangetrokken voelen, vertegenwoordigt Van den Brand de `lichte kant' van het ecologisch bewustzijn. Hij mag graag een biefstuk eten, en slacht zelf een kip als kinderen een bezoek brengen aan zijn boerderij. ,,Ik vind het belangrijk dat ze zien waar hun kipfilet vandaan komt'', zegt hij. ,,Pas als ze dat hebben gezien, realiseren ze zich de waarde van voedsel en brengen ze respect op voor het dier.'' Door Van den Brands gezag in de agrarische wereld was hij voor de partij ook bij uitstek iemand die een brug kon slaan met de boeren, een groep die met GroenLinks over het algemeen weinig opheeft.

Ook het fractielid Duijvendak, zelf afkomstig van Milieudefensie, beschouwt de korte tijd die hij met Van den Brand heeft samengewerkt als een ,,verrijking''. ,,Door hem heb ik het perspectief van de boeren leren kennen. Zij waren altijd `het probleem'. Ik heb nu meer oog voor hun kant van de zaak en hun belangen.''

In zijn nieuwe functie wil Van den Brand definitief de doorbraak van de biologische landbouw forceren naar het grote publiek. De `verduurzaming van de boodschappentas', noemt hij het. ,,Dat wordt de komende tien jaar het centrale thema in de Europese landbouw'', weet Van den Brand. ,,Landschapsbeheer, natuur, voedselkwaliteit, dierenwelzijn; het zijn allemaal punten die nu volop in de belangstelling staan. De biologische landbouw moet daarvan kunnen profiteren.''

En de sector mag best een wat vrolijker imago krijgen, vindt hij. ,,Biologisch is niet alleen gezond en milieubewust, maar vooral ook erg lekker. Dat moeten we veel meer overbrengen bij het grote publiek. Ik pleit voor de herontdekking van de smaakpapil.''