De tamtam van Jeths smaakt naar veel meer

De één associeërt hem met `aan tafel!', de ander met het Journaal en Willem Jeths verwijst er mee naar de Hades. Bedoeld is de uit China geïmporteerde bronzen tamtam, niet zelden verguld en versierd met houtsnijwerk en karakteristiek in zijn doordringende, boventoonrijke geluid.

Een tamtam van liefst drie meter hoogte benut Willem Jeths voor zijn nieuwe opera Hades' Wane (Het vervagen van Hades), waarvan we dinsdag in Paradiso een voorproefje kregen voorgezet door een hoogst geïnspireerd Schönberg Ensemble en met een bijzonder overtuigend aandeel van sopraan Susan Narucki.

Onbestemde zware en glazig lichte klanken vormen het handelsmerk van componist Jeths, die steeds op zoek is naar een uitbreiding van het gebruikelijke klankpalet. Dit is de wereld van de trompe d'oreille; alleen wat verwarring brengt, bevredigt. En alleen wat verbaast, kan nog waar zijn. Die wereld is bij uitstek geschikt om magie en mysterie op te roepen, en Jeths' opera eist dat ook.

De openingsscène Songs From Within heeft de vorm van een kronkelige monologue intérieur. Solistisch behandelde, tegen elkaar in spelende strijkers suggereren het effect van een film die wordt teruggedraaid. Het libretto van Friso Haverkamp, sterk in woorden die als rottende zwammen uit de mond glijden maar dit keer voor zijn doen minder hermetisch, verhaalt over Tzu Hsi, de Chinese keizerin die in het stervensuur haar stormachtig leven overdenkt. In koortsachtige opiumdromen vereenzelvigt ze zich met keizer Dzengh, de grondlegger van de Tsjin-dynastie die zij zal afsluiten. Ze voelt zich met hem verbonden en weet zich door haar zelfmoord voor eeuwig met hem verenigd.

Hoe betoverend avantgardistisch het grote orkestapparaat ook uitpakt, de zang is, enkele hysterische uitbarstingen daargelaten, eclectisch elegant en uiterst zangerig. Knap vooral is hoe bij alle details een grote spanningsboog wordt volgehouden, uitmondend in wat anders dan de tamtam. Dit smaakt naar meer!

Een enorm contrast leverde daarna Les malheurs d'Orphée (1924/26) van Darius Milhaud. Hierin wordt het Orfeus-drama uiterst luchtigjes behandeld. Milhaud was geen liefhebber van diepzinnigheden. Als een gong klinkt, is het hooguit de deurbel. Orfeus is geen held, maar een brave kerel die de buurman zou kunnen zijn, Euridice een zigeunerin. Ravel was gek op deze dolle boel, en vond de opera het beste wat er sinds Debussy's Pelléas et Mélisande was gecomponeerd. En inderdaad is het bijna onmogelijk niet te vallen voor Milhauds goede humeur, dat hier uit vrijwel elke zinsnede spreekt.

Concert: Schönberg Ensemble en solisten o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Zuidam, Jeths en Milhaud. Gehoord: 16/3 Paradiso, Amsterdam. Radio 4: 26/5.