De man

Op de Huishoudbeurs in de Amsterdamse RAI wilde ik mijn aandacht nu eens niet op de vrouw, maar op de man richten.

Geen geringe opgave, want overal waar je gaat of staat vullen vrouwen volledig je blikveld. Ze waren weer met hele busladingen tegelijk uit alle hoeken van het land aangevoerd. Halverwege de middag telde ik vierenzestig bussen, afkomstig uit de verste oorden, zoals Heerenveen, Winschoten, Horst en Sint Willebrord.

De vrouwen die eruit rolden, hadden vaak een grote omvang met elkaar gemeen. Misschien was mijn oog te selectief, maar ik zou me toch aan de vaststelling willen wagen dat de Nederlandse vrouw steeds dikker wordt. Allemachtig, wat een massieve vlezen. Waarom eten ze zoveel? Zijn ze zó ongelukkig? Dit schreeuwt om medisch-sociologisch onderzoek.

Geen wonder dat de schaarse mannelijke bezoekers er verloren bijliepen. Mijn aandacht ging dan ook al snel louter naar de talrijke mannelijke standhouders uit. Zij schaamden zich allerminst voor hun aanwezigheid. Ik heb groot respect voor hen gekregen. Iemand moet het doen. Zij doen het.

Daar was de man van de Wiroreiniger, een steenachtige substantie waarmee je gootstenen en fornuizen kunt poetsen. Zijn oogopslag was droefgeestig, maar toch bleef hij vanachter zijn helgroene voorschoot rake volzinnen plaatsen. ,,Mevrouw, schuren hoeft niet meer, behalve als je niets liever doet. Het zijn de enzymen die het 'm doen. En u kunt het gewoon op het aanrecht laten staan. Als de hond er een happie van neemt, gaat-ie hooguit bellen blazen.''

Even verderop stond een man elastieken, bruine broekjes te verkopen. Er zijn mannen die daarvoor 's nachts hijgend de waslijn van hun buurvrouw moeten frequenteren. ,,Bij een string puilt alles eruit'', legde hij zonder omwegen uit, ,,maar dit broekje geeft stevigheid en houdt het zaakje goed bij elkaar.'' Ik durfde niet te vragen of het voor alle bezoeksters gold.

Een andere standhouder trof ik in een oranje Bhagwan-achtige outfit aan. `De Prikkel' stond er in grote letters boven zijn nering. Hij verkocht `geleiders die aansluiten op de elektrische velden in het lichaam'. Ze zagen eruit als de garde waarmee je slagroom klopt. Hij noemde ze ook wel `verwenharkjes', een woord dat ik meteen besloot nooit meer te vergeten.

Hij plaatste steeds enkele dames naast elkaar op een bankje en bewoog dan, als een kapper achter hen staande, het harkje zachtjes masserend over hun schedel. Dit moest leiden tot ,,totale ontspanning en opwekking van seksuele gevoelens''. Déze man had ik graag willen zijn, het liefst voor de rest van mijn leven. Maar hij wilde helemaal niet met me ruilen, hij vroeg alleen maar: ,,Meneer, zal ik u ook even helpen?''

Elders stond een verkoper met een waterslang in een wc-pot te spuiten. Hij was van de `Plassticker Company' en verkocht stickers die je in de pot moet plakken, zodat de mannelijke plasser zich daarop kan richten zonder de pot verder te besmeuren. Er toonden nogal wat vrouwen belanstelling, maar ze behoorden niet allemaal tot de doelgroep. ,,Ja, dames, als u geen man in huis hebt, houdt het op'', zei hij ongeduldig tegen twee meisjes.

Mochten we het weer een geslaagde Huishoudbeurs noemen?

Dat mochten we. Maar mede dankzij de man.