`De kans bestaat dat er geen oplossing is'

Beleggers hopen dat de commissie-Oosting snel een oplossing biedt in het conflict over aandelenleaseproducten. ,,In april moet duidelijk zijn of er een akkoord komt.''

In 2000 verdiepte Marten Oosting zich nog in de vuurwerkramp in Enschede, een kleine vier jaar later leest hij wekelijks over aandelenlease (beleggen met geleend geld). Duizenden teleurgestelde beleggers hebben hun hoop gevestigd op Oosting, lid van de Raad van State en voormalig voorzitter van de commissie die de vuurwerkramp in Enschede onderzocht.

Sinds september 2003 is hij de preses van de commissie geschillen aandelenlease. Op nadrukkelijk verzoek van minister Zalm van Financiën. Oosting moet proberen een oplossing te vinden voor het conflict tussen de duizenden bezitters van aandelenleaseproducten en de aanbieders. Zalm hoopt met de commissie een jarenlang juridisch gevecht, en de daarmee verbonden onzekerheid in de tussentijd, te kunnen vermijden.

Zelf noemt Oosting zich geen actieve belegger. ,,Ik kreeg in het verleden ook wel folders binnen van aandelenleaseproducten, maar die verdwenen meteen in de prullenbak. De beloofde rendementen waren zo onwaarschijnlijk hoog'', zegt Oosting in zijn kamer in het kantoor van de Raad van State.

De belangen in het aandelenleaseconflict zijn groot. Voor de aanbieders gaat het om miljarden euro's. Ze heten Aegon, DSB, Fortis, ING, Levob, Ohra, SpaarSelect en Dexia, de gesprekpartners van de commissie. Dexia is op afstand marktleider en bekend om zijn Legio Lease-producten. Voor individuele beleggers gaat het vaak om schulden van tienduizenden euro's, soms meer dan 100.000 euro. Zij worden vertegenwoordigd door belangenclubs als Stichting Leaseverlies/Eegalease, de Consumentenbond, Stichting Adviesverlies, Stichting Leaseleed, Stichting Gesp, Stichting Juniorlease en de Vereniging Pay-back.

,,Ik wist wel dat er problemen waren rond aandelenlease, maar niet in wat voor mate. Toen minister Zalm mij vroeg voor de commissie, heb ik niet meteen ja gezegd. Maar als je voor een omvangrijk probleem als dit zo nadrukkelijk wordt gevraagd, dan kan je niet nee blijven zeggen. Wij hebben inmiddels vele tientallen brieven binnengekregen van mensen, vaak met schrijnende verhalen en enorme schulden.''

Van 1995 tot 2002 hebben particulieren en masse aandelenleaseproducten aangeschaft. In 2001 stonden in Nederland 700.000 contracten uit met een totale waarde van 6,5 miljard euro. De producten hadden namen als No Risk, Safe Invest en Maximaal Rendement Effect. Maar toen in de loop van 2000 de aandelenkoersen dramatisch daalden, bleven veel beleggers achteraf, vaak tot hun grote verrassing, met grote schulden zitten. Veel teleurgestelde bezitters van aandelenleaseproducten zeggen nu dat ze nooit zijn ingelicht over de risico's van beleggen op krediet.

Oosting blijkt zijn opdracht niet te onderschatten. ,,Ik heb niet meteen gedacht: dit is een mission possible. De kans dat het mislukt om een oplossing te vinden is levensgroot aanwezig. De sleutel voor de oplossing ligt bij de betrokken partijen. Je hebt bovendien niet met twee partijen te maken, maar met meerdere. Dan is er ook al een juridische strijd

gaande, wat het niet eenvoudiger maakt.'' Want veel beleggers waren al naar de rechter gestapt, individueel of

via stichtingen als Leaseverlies en Leaseleed.

De voorzitter van de commissie heeft haast. Het liefst heeft hij zijn klus geklaard in mei. Anders gaat het hem te lang duren. Eerst moest hij echter wachten op het Dutch Securities Institute (DSI), het keurmerkinstituut van de effectenbranche. Bij de klachtencommissie van DSI hebben bijna 2.000 klagers procedures lopen tegen Dexia, de grootste aanbieder van aandelenleaseproducten. Dat klaagloket heeft tien vergelijkbare dossiers onderzocht en maakte vorige maand de resultaten ervan bekend. Op basis van de uitspraken wil de klachtencommissie een `spoorboekje' samenstellen. Dat moet DSI weer de mogelijkheid geven om andere zaken – met soortgelijke kenmerken – sneller af te handelen. Dexia heeft al laten weten in beroep te gaan tegen de uitspraken van de klachtencommissie van DSI.

Oosting en zijn commissie zullen onder meer de DSI-uitkomsten gebruiken bij hun verdere gesprekken met de verschillende partijen. ,,Elke partij zal kijken naar de beste perspectieven: bemiddeling of de rechter. Als niet iedereen meegaat, heb je een probleem. De aanbieder wil immers een punt zetten achter de rechtszaken en de negatieve publiciteit. Het zal nooit lukken om alle individuele gedupeerden achter een eventueel akkoord te krijgen. Maar het moet wel een heel eind richting de 100 procent gaan, anders ben je niet veel opgeschoten. In april, hoop ik, moet duidelijk zijn of er een akkoord in zit.''