De boze geesten hebben het zwaar

Daar komt het kleine buurjongetje aangerend. Hij stopt een brandende strijker in een glazen colaflesje en vijf seconden later spat het glas alle kanten op. ,,Niet stout zijn, Reza!'', roept iemand. Ha, daar is de overbuurman. Hij is vorig jaar gescheiden en daarom gooit hij de lievelingsstoel van zijn ex-vrouw bovenop het vreugdevuur dat mijn schoonouders hebben gestookt. Later springt mijn nichtje Romina (8) over de vlammen, nadat opa het vuur met een flinke scheut benzine een handje heeft geholpen. ,,Geef me je prachtige rode kleur en neem mijn bleekheid'', prevelt ze zoals het hoort.

Zware vuurwerkontploffingen klinken overal in de Iraanse hoofdstad, de oproerpolitie rijdt in volle uitrusting rond.

Het is Chaharshanbe Suri, Rode Woensdag, die altijd valt op de laatste dinsdagavond van het Iraanse jaar. Vandaag moeten boze geesten worden verjaagd en het lichaam gereinigd voor het Iraanse nieuwjaar, Nowruz, dat begint met de lente. Maar niet alleen de boze geesten, ook de autoriteiten worstelen met de viering.

Romina's vraag aan het vreugdevuur stamt uit pre-islamitische tijden, toen in Iran de Zoroastriërs hun god middels het vuur aanbeden. Hoewel de shi'itische islam nu de staatsreligie is in het land en er naar schatting nog maar 30.000 Zoroastriërs zijn, is de traditie van Chaharshanbe Suri nog springlevend. Naast de sprong over het vuur en het afsteken van vuurwerk, delen mensen soep uit aan buren en vrienden. Voorbijgangers krijgen speciale gedroogde noten. Tegelijkertijd probeert men hun gesprekken af te luisteren omdat daarin aanwijzingen voor de toekomst zijn te vinden.

Zoals bij de meeste tradities gaat het tegenwoordig meer om het feest. Maar in Iran is de viering van Chaharshanbe Suri ook een daad van verzet tegen de heersende geestelijkheid die al die heidense gebruiken maar niets vindt, maar de afgelopen jaren geleidelijk heeft moeten capituleren. De afgelopen weken zond het regime gemengde berichten uit over de viering dit jaar. Rechtse kranten meldden dat iedereen die vuurwerk zou afsteken en vuurtjes zou maken, kon rekenen op drie maanden gevangenisstraf. Maar de conservatieve gemeenteraad liet juist weten dat er voor het eerst 40 `officiële' vreugdevuren zouden worden georganiseerd. Teherans hoofdcommissaris vertelde dat de politie niet tegen vuur en viering was. Maar ayatollah Lotfani Golpayeghani, een van 's lands hoogste religieuze leiders, noemde de feestvierders ,,onwetenden'' en het feest zelf een aanval op de islamitische cultuur.

Aangezien Irans 35 verschillende politiediensten door verschillende politieke groepen worden gecontroleerd, zijn er toch veel ordediensten op de been. In onze straat lopen agenten rond met wapenstokken, maar ze doen voorlopig niets. De hoge flats aan de overkant dienen als klankborden voor het zelfgemaakte vuurwerk. Al weken zijn opgeschoten jongens bezig met zwavel en een andere stof waarvan niemand me de juiste vertaling kan geven. Beide stoffen worden apart in kranten gewikkeld, die gaan vervolgens samen in een boterhamzakje dat met plakband wordt dichtgeplakt. Wie de `narenjak' vanaf een flat naar beneden gooit, maakt een explosie die de ramen doet trillen.

Nadat Romina haar onderarm heeft verbrand, is opgelapt en uitgehuild, besluiten mijn schoonvader, zij en ik om naar het centrale plein in onze wijk te wandelen. De dreunen van de narenjaks, het eindeloos getoeter van auto's en de geur van zwavel veranderen het normaal zo rustige plein in een voorportaal van de hel. Een dronken jongen met één schoen en één blote voet is op zoek naar een straat aan de andere kant van de stad. Een jongen met het woord `fuck' achterop zijn spijkerbroek, steekt nog een strijker af. De leden van de Baseej, de moraalpolitie, zijn alom aanwezig. Midden in de file staan tien zwarte pickup trucks met speciale oproerpolitie van de conservatieve rechterlijke macht. Ze noteren nummerplaten van auto's met muziek en vuurwerk om ze later te kunnen beboeten. We maken ons uit de voeten.

In onze straat dansen nu 200 mensen buiten rond het vuur; vanuit openstaande autodeuren klinkt housemuziek. Dit is precies waar de autoriteiten bang voor zijn bij zulke vieringen: openbaar plezier voor jongens en meisjes. Elders in de stad wordt wel hard opgetreden. Mijn 16-jarige schoonzus Negin komt huilend thuis, want een van haar vrienden is opgepakt in een van de parken. Uiteindelijk komt ook bij ons de politie weer langs en maakt rustig een einde aan het feest.

Tot diep in de nacht klinken de ontploffingen, Irans boze geesten hebben het zwaar vandaag.