Dansen

Soms is sloop reden tot vreugde, soms tot droefenis. In een serie artikelen over bouwwerken die op het punt staan te verdwijnen vandaag het Rotterdamse busstation van Rem Koolhaas.

Rem Koolhaas is de beroemdste architect van Nederland, maar dit voorkomt niet dat een van zijn vroegste gebouwen, het busstation uit 1987 voor het Centraal Station in Rotterdam, gaat worden gesloopt. Het gebouwtje moet wijken voor de grondige vernieuwing van het Rotterdamse stationsgebied die de komende jaren zal plaatsvinden.

Het is hoog tijd dat het Rotterdamse stationsgebied eens wordt aangepakt. Elke keer als je uit het station komt, valt weer op hoe armzalig de toegang tot Rotterdam is. Hetzelfde geldt trouwens voor de gebieden rondom de centrale stations in Amsterdam, Haarlem en Den Haag. Nederlandse ontwerpers weten zich geen raad met de stationsgebieden, waar onvermijdelijk veel taxi's, bussen en/of trams samenkomen om de aangekomen passagiers verder te vervoeren. Bijna onveranderlijk zijn Nederlandse stationspleinen treurige gebieden met de allure van een afwerkplek voor straatprostituees. Ze geven de treinreizigers het gevoel tot het legioen losers te behoren dat zich geen auto kan permitteren.

Wie in Rotterdam het station verlaat, stuit op een wirwar van taxibanen, busbanen, trambanen en haltes. De trams kunnen van alle kanten komen, dus is het raadzaam voor de treinreiziger die zijn tocht te voet vervolgt, onmiddellijk naar de zijkanten van het gebied te gaan. Dat is weliswaar een omweg, maar daar is hij tenminste iets zekerder van zijn leven. Wie een strippenkaart moet kopen, heeft pech en moet wel de tram- en busbanen over om bij het busstation te komen dat om een of andere (of misschien wel geen) reden midden in het gebied is geplaatst.

Hoe het stationsgebied in de toekomst precies gaat worden, is nog niet duidelijk. De ontwerpers werken er nog hard aan. Zeker is wel dat Koolhaas' busstation verdwijnt en het station flink zal worden verbouwd. Hoeveel er uiteindelijk overblijft van het station en of het niet onherkenbaar wordt veranderd, is ook nog niet te zeggen. Maar het zou zonde zijn als het station net zo grondig zou worden verbouwd als het gezicht van Michael Jackson. Het is een van de weinige stations van de architect Sybold van Ravensteyn die Nederland nog heeft.

Eens hadden vele Nederlandse steden een mooie Van Ravensteyn als station. Maar de meeste zwierige, neobarokke stations van Van Ravensteyn, die in de jaren dertig al had vastgesteld dat het Nieuwe Bouwen een dood spoor was in de architectuur, zijn in de loop der jaren gesloopt. Meestal moesten ze plaats maken voor monsters, zoals het nieuwe station van Utrecht.

In Rotterdam liet Van Ravensteyn zich voor zijn station uit de jaren vijftig inspireren door het spoorwegstation Termini in Rome. Net als het Romeinse station heeft het Rotterdamse één grote voorhal. De zwierigheid zit in dit geval in het dak en de gevel. Het dak bestaat uit een serie omhoogstrevende krommingen, de gevel, met aan weerszijden een abstract geometrisch kunstwerk, is gebogen.

De grote kromme luifel van Koolhaas' busstation is een antwoord op de zwierigheid van het Centraal Station. Maar de luifel danst als een magere vrouw met olifantsbenen: de dunne schil, die jarenlang roze was maar nu punkgroen, wordt omhooggehouden door een paar dikke zwarte palen. Het eigenlijke busstation zelf, met onder meer een ruimte voor de loketten en een pauzehok voor de chauffeurs, is een eenvoudig doosje met een dikke dakrand en een paar ronde namen. Niets opmerkelijks: wie zou raden dat dit gebouwtje is ontworpen door een van de meest gevierde architecten ter wereld?

Als het busstation straks wordt afgebroken, heeft het nog geen twintig jaar bestaan. Dat is zelfs in deze tijd, waarin gebouwen niet meer voor de eeuwigheid worden gebouwd, kort. Financieel gezien is hier dan ook vermoedelijk sprake van kapitaalvernietiging. Maar er gaat geen groot meesterwerk verloren.