Dagboeken van Lucia de B.: tarot of moord?

In het hoger beroep tegen Lucia de B. draaide het gisteren om haar dagboeken. ,,Elke keer door het oog van de naald gekropen, waarom moet ik gezond en in vrijheid blijven?''

Lucia de B. wist het zelf vaak ook niet meer, waarom ze al die dingen in haar dagboeken had opgeschreven. Vreemd vond ze dat niet. ,,Er zijn toch geen regels hoe je een dagboek moet schrijven? Ik ben ze niet tegengekomen.'' De verpleegkundige, die in Den Haag in hoger beroep terecht staat voor de moord op dertien patiënten en vijf pogingen daartoe, kon het gerechtshof daarmee niet overtuigen.

Gisteren, op de 22ste dag van het hoger beroep, behandelde het hof de periode dat De B. in het Penitentiair Ziekenhuis in Scheveningen werkte. In die periode, van maart 1998 tot september 1999, zou de verpleegkundige volgens het openbaar ministerie één moord gepleegd hebben, op een 64-jarige gedetineerde. Door de rechtbank werd ze eerder voor dit feit vrijgesproken.

Gisteren ging het in de rechtszaal vooral over de dagboekaantekeningen van Lucia de B. uit die tijd. Bijna vier uur lang hield voorzitter Von Brucken Fock van het gerechtshof haar fragmenten uit haar dagboek voor. Waarom had zij in februari 1999 opgeschreven: ,,ik ben iemand met meervoudige persoonlijkheden, waarvan de helft een sociopathisch karakter heeft: koud, gevoelloos en geen berouw van daden''. Dat verbaasde het hof. Volgens De B. had het te maken met haar fascinatie voor seriemoordenaars op dat moment. Ze las er veel boeken over (waarvan ze een aantal overigens had meegenomen uit het Penitentiair Ziekenhuis), de film Silence of the Lambs was net uitgekomen. ,,Ik vond het interessant, raakte geboeid, ik ben daarin misschien een beetje doorgeslagen, zo ben ik nou eenmaal.'' Volgens De B. was het realiteitsgehalte ,,nul''. Het hof begreep het niet. ,,Waarom jezelf zo beschrijven zonder dat er enig realiteitsgehalte in zit? Dat schrijf je toch niet op als je somber bent? Dan schrijft u toch: ik snap niets van dit sombere gevoel?''

Voor haar werkten de dagboeken anders, vertelde de verpleegkundige. Iets maalde in haar hoofd, ze schreef het op, en was het kwijt. ,,Zo werk ik, ik kan het niet anders duiden. Dat het raar is, ben ik helemaal met uw eens.'' In april 1998 schreef De B. in haar dagboek: ,,Ik heb in situaties gezeten waardoor ik dood, verminkt, in de gevangenis zou moeten, als gedetineerde ja! [...] Elke keer door het oog van de naald gekropen, waarom moet ik gezond en in vrijheid blijven?'' Vervolgens beschreef ze zichzelf. Ze was egoïstisch, manipulatief, zelfdestructief, genadeloos, had een criminele inslag.

Waar waren die aantekeningen op gebaseerd, wilde het hof weten. Volgens De B. voelde ze zich schuldig omdat ze verliefd was geworden op een medewerker van het ziekenhuis. ,,Ik voelde mij heel slecht. Ik zou mijn man daarmee pijn doen. En het criminele had te maken met mijn prostitutieverleden.''

Het hof ging ook in op fragmenten waarin De B. schreef over ,,haar compulsie''. Aantekeningen daarover krijgen veel aandacht omdat ze op de dag van de dood van één van haar patiënten in het Rode Kruis Ziekenhuis schreef: ,,Vandaag weer toegegeven aan mijn compulsie. Toch maak ik er veel mensen gelukkig mee. Vreemd hoor!'' Volgens De B. gaat het om leggen van tarotkaarten.

Die kaarten kwamen ook terug in de verhouding die De B. begon met de ziekenhuismedewerker. Het hof boog zich over fragmenten uit april 1998 waarin De B. schrijft dat ze hem ,,bijna alles verteld heeft, alleen het grootste geheim nog niet''. Volgens De B. betrof dat de tarotkaarten. Von Brucken Fock leek daar moeite mee te hebben. ,,U vertelt hem alles, over uw jeugd, de slechte relatie met uw moeder, uw prostitutieverleden, de zeven zelfmoordpogingen, uw verhouding met een vrouw, maar over het leggen van tarotkaarten zegt u niets? Past dat wel in het rijtje? En u schrijft: als ik het vertel. zal het zijn hele leven door zijn hoofd spoken.''

De B. leek het met hem eens. ,,U heeft gelijk hoor. Soms lees ik het terug, en denk ik, jeetje meid. Maar ik vond dat leggen van tarotkaarten toen echt heel erg. Ik was bang dat hij me zou verlaten als ik het zou vertellen.''

Vier uur lang bleef Lucia de B. zo antwoorden geven op de vragen van het hof. Na weer een vraag, dit keer over de onvolledigheid van haar dagboekaantekeningen, wees ze om zich heen en verzuchtte: ,,Als ik dit had geweten had ik álles opgeschreven, en gedetailleerd.''