`Cyrano' als kale, tedere kinderopera

Zijn neus is niet eens erg lang. Bescheiden priemt hij omhoog en niemand maakt zich er druk om behalve de eigenaar. Cyrano, in de gelijknamige kinderopera, schaamt zich er hevig voor: wie er iets over durft te zeggen krijgt een optater, want deze held heeft liever een vlucht naarvoren dan de totale vernedering.

Zulke opvliegendheid zou mooie slapstick kunnen opleveren, met groteske vechtpartijen en sappige beledigingen over en weer. Maar het gezelschap Xynix verkiest een andere toon. Ingetogen en serieus, de tragiek is door het wapengekletter heen al snel voelbaar. Wat zielig toch dat Cyrano denkt dat iedereen hem om zijn neus uitlacht. Wat triest dat hij door zijn onzekerheid zijn nichtje Roxane niet durft te bekennen dat hij van haar houdt.

Tenminste, niet direct. Wel via een ander, de mooie Christian. Onder diens naam schrijft Cyrano Roxane prachtige liefdesbrieven. Xynix heeft ook oog voor de tragiek van de simpele Christian, die niet wordt bemind om wie hij is, maar om de woorden die een ander hem gegeven heeft.

Die woorden spelen hier een minder prominente rol dan in het toneelstuk. Verbale hoogstandjes zoals acteur Stefan de Walle ze onlangs nog bij het Nationale Toneel tevoorschijn toverde dienen zich nu niet aan. Het libretto van Imme Dros, gebaseerd op het beroemde 19e-eeuwse toneelstuk van Rostand, is compact gehouden. Alleen de taal van de muziek is weelderig. Fons Merkies componeerde ontroerende melodieën, weliswaar soms gejat van Bach maar toch markant en mooi in elkaar overlopend, en niet overal even zoet. Want naast de warmte van hobo en cello is er de kilte van het slagwerk, dat ware doodsroffels produceert zodra de handeling zich naar de oorlog verplaatst.

Regisseuse Joke Hoolboom heeft maar weinig middelen nodig om sfeer te scheppen. De speelvloer is kaal; de kleur komt van de wisselden wolkenhemels op het achtergrondscherm en van de roze, groenblauwe en paarse leren jassen van de zangers. Tenor Niek Idelenburg zingt Cyrano, mezzosopraan Jacqueline Janssen zingt Roxane en Mark Omvlee, ook een tenor, zingt Christian: een groepje jonge solisten, met een gevoelige motoriek en goede stemmen. De tegenhanger van al dit breekbare schoons is het brutale machtsmens De Quiche, de derde dinger naar Roxane's hand en de slechtste, heerlijk vilein gezongen door bariton Wiebe Pier Cnossen. Een extra bariton en een extra mezzo vullen de kleine cast aan – niks geen overdaad in deze Cyrano maar een reductie tot de kern, teder gepresenteerd aan een romantisch zwijmelende zaal.

Voorstelling: Cyrano, door Xynix. Muziek: Fons Merkies. Libretto: Imme Dros. Regie: Joke Hoolboom. Gezien: 3/3 Theater Metropole, Almere. Tournee t/m 2/5. Inl. 034-6212 231, www.xynixopera.nl.