Ben Stiller

Komiek Ben Stiller zal deze weken de bioscopen domineren: nu in Along Came Polly en dan volgen nog Duplex en Starsky & Hutch. De schlemiel als sekssymbool.

Tijdens de afgelopen Oscar-uitreiking mochten Ben Stiller en Owen Wilson alvast een voorproefje nemen op de instant-cult die hun Starsky & Hutch-verfilming belooft te worden. Ik voorspel dat het lullige vest waarin hij de Oscar voor Beste Korte Film uitreikte, deze zomer een modehit gaat worden. Dat wordt zweten. Maar zweten kan hij dan ook als de beste.Bijvoorbeeld als de neurotische verzekeringsagent Reuben Feffer in Along Came Polly. Hij is als komiek vooral goed in het neerzetten van personages waar je in het dagelijkse leven van moet gruwen: sukkels, underdogs, geobsedeerde idioten. Dat je nog voor het einde van de film dan toch enorm veel sympathie voor hem hebt opgevat komt omdat hij nog niet half zo gestoord of creepy is als de karakters die hem omringen.

Als Stiller, zoals in Along Came Polly, tijdens een partijtje basketbal geplet wordt tegen de buik van een harige aap, wil je hem zijn schetensymfonie wel vergeven. Het blijkt altijd nog erger te kunnen. Dat is een enorme troost voor de schlemielen onder ons. De overige één procent blijft een enorme hekel aan hem houden. Je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Benjamin Stiller werd op 30 november 1965 in New York geboren als jongste zoon van het joods-Ierse acteursechtpaar Jerry Stiller en Anne Meara, dat in de jaren zestig tot en met tachtig als duo in diverse televisieshows en films optrad. Hij speelde zijn eerste grote rol in 1986 in Steven Spielbergs Empire of the Sun en regisseerde in de jaren daarna verschillende komische televisieprogramma's waarvoor hij als snel zijn eigen gang aan komieken verzamelde. Jim Carrey bijvoorbeeld, die de hoofdrol kreeg in Stillers eerste grote film The Cable Guy in 1996. Maar Carrey was al bijna te beschaafd voor het vriendenclubje met wie hij daarna liever films ging maken: de broertjes Owen en Luke Wilson en hún favoriete regisseur Wes Anderson. Samen deden ze bijvoorbeeld The Royal Tenenbaums (2001), een uitmuntende apologie voor het soort disfunctionele wonderkinderen, zoals zijzelf waarschijnlijk zijn, vol joodse zelfspot.

Ook Adam Sandler en Jack Black horen tot zijn favorieten. Een kliek komieken met onhandige lichamen, elastieken mimiek en een hilarisch besef dat ze hun puppyvet en pubermotoriek nooit helemaal zullen ontgroeien. Het is die extreme lichamelijkheid die ze zo langzamerhand ook als romantische helden, seksymbolen bijna, geschikt maakt. Stillers zwalkende pas en te lange zwaaiende armen voegen zich elegant naar die van eeuwige meisjes als Drew Barrymore (binnenkort in Danny DeVito's Duplex), Jenna Elfman (in Edward Nortons regiedebuut Keeping the Faith) of Robert De Niro's dochter (in Meet the Parents). In Zoolander (2001) wist Stiller ook dat imago alvast te ondermijnen, als supermodel, zonder een spatje vet of een greintje verstand.