Als `de mannen op de paarden' komen

Naar schatting 2.500 dorpen in de Soedanese regio Darfur zijn afgelopen jaar door oorlog verwoest. Een vluchteling in Tsjaad vertelt over de aanval op zijn dorp.

Ismayne Bara lag te rusten op zijn slaapmat toen geronk van een helikopter hem wekte. Hij sprong overeind toen geweerschoten klonken. Het was vier uur in de ochtend in het dorpje Koudoumi in Darfur, de West-Soedanese regio waar het regeringsleger samen met Arabische milities sinds een jaar oorlog voert tegen Afrikaanse rebellen. Hij gluurde naar buiten en zag hordes mannen te paard en op kamelen langs galopperen. Aan de rand van het dorp stond een jeep met laadbak waarop regeringssoldaten een soort kanon in stelling brachten. Zijn buren renden in paniek naar buiten, er klonken knallen en ze vielen dood neer in het zand.

Ismaynes vrouw rende gillend rond op het erfje achter hun huis. Drie van hun vijf kinderen waren in paniek weggelopen. Hij greep zijn vrouw beet en nam de twee andere kinderen aan de hand mee over het zandpad dat naar het bos van mangobomen leidde. Maar hij deinsde terug toen hij de helikopter boven het bos zag vliegen. Er klonken doffe ontploffingen, alsof er bommen werden uitgeworpen. Hij rende terug met zijn gezin en verborg zich in een diep gat vlakbij de hoofdstraat. Daar schuilden ze twee dagen lang.

Het was een heldere hemel met een sterke maan die dag van de aanval. Vanuit zijn schuilplaats kon hij zien wat er verder gebeurde. ,,De mannen op paarden hadden alle toegangen tot het dorp afgesloten. Op iedereen die toch probeerde te ontsnappen werd geschoten'', vertelt hij. Hij zag zijn vader met een groepje bejaarden naar de moskee rennen. Enkele minuten later klonk er kortstondig geweervuur: de oudjes waren geëxecuteerd. Twee dagen later konden de overlevenden van Koudoumi de balans opmaken: 128 doden, van wie zes kinderen die de keel was afgesneden. Koudoumi is een van de naar schatting 2.500 dorpen in Darfur die het afgelopen jaar bij dit soort aanvallen zijn verwoest.

Ismayane Bara arriveerde deze week met zijn uitgedunde familie in een nederzetting voor vluchtelingen in Tsjaad, waar al meer dan 100.000 inwoners van Darfur hem zijn voorgegaan. Zijn drie zoekgeraakte kinderen heeft hij niet teruggevonden. In een zandstorm zit hij onder een rieten afdakje ervaringen uit te wisselen met gevluchte landgenoten.

Volgens de vluchtelingen bestaat er slechts één verklaring voor de oorlog in Darfur: Arabische Soedanezen willen hun Afrikaanse landgenoten verdrijven. ,,De aanvallers waarschuwen ons dat de zwarten naar Afrika moeten terugkeren, Soedan is volgens hen alleen voor Arabieren'', zegt een vluchteling. Dit is een simplificatie van het conflict, maar door de aangewakkerde tegenstellingen worden deze raciale vooroordelen steeds meer bewaarheid. ,,Vroeger konden wij zwarten goed samenleven met de Arabieren in Soedan'', zegt een oude man, ,,Maar nu neemt de regering het louter op voor de Arabieren. Daarom gaat het fout in ons land.'' De aanwezigen onder het afdakje knikken instemmend: ,,Ai, ai.''

De talrijke getuigenissen van de vluchtelingen, opgetekend door hulpgroepen in Tsjaad, laten ruimte voor slechts één interpretatie: de aanvallen op de Soedanezen van Afrikaanse afkomst worden uitgevoerd door regeringssoldaten, samen met milities van Arabische of gearabiseerde stammen. In de Soedanese volksmond zijn deze milities janjawid gaan heten, `de mannen op paarden'. Sommige van deze aanvallers te paard en op kamelen communiceren volgens ooggetuigen met Thuraya mobiele satelliettelefoons. Het conflict in Darfur is geen primitieve stammenoorlog maar een bewuste militaire strategie om de rebellie te smoren.

Er woedde al eerder oorlog in Darfur. Eind jaren tachtig raakte het gebied betrokken bij de burgeroorlog in Tsjaad, waar gelijksoortige tribale en raciale verhoudingen bestaan als in Soedan. Arabische Soedanese stammen gebruikten Libische wapens om de Furs te bestrijden, de grootste Afrikaanse bevolkingsgroep van Darfur, hoewel Libië had gewild dat ze de wapens in Tsjaad hadden gebruikt. De Furs zochten hulp bij de Zuid-Soedanese verzetsbeweging van John Garang, het SPLA, waarop de toenmalige premier Sadiq al-Mahdi de Arabische milities inzette tegen zowel de Furs als het SPLA. Vredesbesprekingen tussen tribale en religieuze leiders van Darfur, en de militaire staatsgreep in 1989 tegen Sadiq al-Mahdi, maakten een einde aan deze oorlog.

Zara Ibrahim knoopt haar krijsende baby van de rug los en zoekt tussen haar opslagdoeken naar haar borst. ,,Het is een oud probleem: de Arabieren willen op onze geboortegronden hun vee laten grazen'', zegt ze en stopt haar tepel in de mond van het kindje. ,,Zo is het altijd geweest. Met het verschil dat de regering nu alleen de Arabieren helpt.'' De Arabische nomaden trokken uit de Sahara van Noord-Darfur in de droge tijd zuidwaarts en lieten hun vee grazen in de gebieden van de Afrikaanse landbouwers. Zolang er genoeg land was, leidde deze periodieke migratie niet tot grootschalige conflicten. ,,We overlegden met hen en de sultan bemiddelde'', vertelt Zara.

De oprukkende woestijn, de vloed aan wapens en de opportunistische politiek van de regeringen in Soedan, Tsjaad en Libië hebben geleid tot de huidige grootschalige oorlog in Darfur. Landbouwers van de Furs begonnen zich te bewapenen en namen het op tegen de Arabische `binnendringers'.

Begin vorig jaar richtten zij het Soedanese Bevrijdingsleger (SLA) op en formuleerden nationale doelstellingen. Het SLA vecht voor ,,een nieuw Soedan waar niet een Arabische kliek de macht uitoefent maar gemarginaliseerde volkeren als die in Darfur hun invloed kunnen laten gelden''.

Het verbond van Arabische stammen en de Soedanese regering is er de afgelopen weken in geslaagd het SLA terug te dringen. Maar door de prominente rol van de Arabische milities in de strijd heeft de oorlog raciale trekken aangenomen. Ismayne Bora had tot voor kort niet van het SLA gehoord. ,,In de omgeving van ons dorp hadden we nog nooit iets van de SLA-rebellen vernomen'', zegt hij. ,,Nu weet ik dat de Soedanese regering ons zwarten wil uitroeien. We moeten ons verdedigen. Kunt U me vertellen waar ik me kan aansluiten bij het SLA?''

Tweede verhaal van een drieluik over de oorlog in de Soedanese regio Darfur. Deel een stond 15 maart in de krant.