WAO-uitkeringen

Het kabinet wil het aantal volledig en duurzaam arbeidsongeschikten, en daarmee het aantal WAO-uitkeringen, beperken door alleen diegenen als duurzaam arbeidsongeschikt te beschouwen die volgens statistieken geen kans op herstel binnen vijf jaar hebben. Betrouwbare gegevens over het verloop van arbeidsongeschiktheid per diagnose zijn op dit moment echter niet eens beschikbaar. De kans dat de gevolgen en het verloop van ziekte in werkelijkheid zullen afwijken van statistische voorspellingen is bovendien zeer reël, zoals tot nu toe door alle deskundigen is bevestigd.

En dat zal in de praktijk leiden tot schrijnende situaties voor mensen die niet kunnen werken maar toch geen WAO krijgen. Weliswaar zegt het kabinet dat, als later blijkt dat iemand inderdaad niet herstelt, hij alsnog een WAO-uitkering kan krijgen. Maar wat betekent dit in de praktijk? Eerst je huis verkopen, je kinderen muziekles, sport en vakanties afnemen en vijf jaar lang op of beneden het minimum leven, en dan alsnog WAO?

Een stelsel waarin het recht op een WAO-uitkering afhangt van een onzekere prognose zal per definitie tot dergelijke onrechtvaardige situaties leiden. Ik ben daarom van mening dat niet de prognose, maar de werkelijke arbeidsongeschiktheid bepalend moet zijn voor het recht op een WAO-uitkering.