Universiteiten

De bijdrage van Enrico Perotti over ,,de bloedeloze universiteiten'' in Nederland laat opnieuw zien dat het een voorrecht van de buitenstaander is om de waarheid te kunnen zien: dat de keizer geen kleren aan heeft (NRC Handelsblad, 4 maart). De universiteiten zijn niet alleen bloedeloos zoals hij aangeeft, ze zijn nog blind ook. Het artikel laat namelijk ook zien dat er een fundamenteel gebrek is aan zelfreflectie.

De universiteiten en hogescholen zijn in de afgelopen jaren vooral gefocust op het punt waarop ze in de praktijk worden afgerekend: de aflevering van het product onderwijs. De rangorde in de beoordeling van visitatiecommissies is daarbij maatgevend. Iedereen kijkt daarbij naar het product van de ander en probeert zich daarin zo goed mogelijk te positioneren. Het oordeel van de student is in de praktijk ondergeschikt gemaakt.

Het onderwijs is vooral gericht op bestaande kennis en gaat voorbij aan de mogelijkheid bij studenten een passie te kweken om dingen te begrijpen, laat staan een passie voor de fundamentele ervaring van het begrijpen zelf.

Men lijkt niet (meer) te weten hoe dat moet en dus gebeurt het niet. Als docent word je daar ook niet op afgerekend. Een fundamentele discussie over de functie van de universiteiten zou mijns inziens wel eens een parallel verloop kunnen hebben met die over de kenniseconomie. Over beide onderwerpen lijkt geen echt waardevol inzicht meer aanwezig te zijn in onze maatschappij.

Wordt het inzicht van Perotti als buitenstaander vanuit een ander land gedeeld door Nederlanders aan onze universiteiten? Maar weet men niet meer hoe men zo'n discussie kan voeren? Het laatste valt te hopen, maar optimisme lijkt me in deze helaas nogal voorbarig.