Schrijvende vuistvechter keert terug in de ring

Vijf jaar na zijn laatste gevecht keert Don Diego Poeder (32) terug in de boksring. ,,Maar schrijven is een grotere uitdaging.''

Ooit hoopt hij nog eens een uitnodiging te ontvangen voor het Boekenbal. Hij, voormalig profbokser die geheel op eigen kracht uitgroeide tot een gevierd schrijver. Dat zou wat zijn. ,,Ik en m'n eigen boekje, ja, daar droom ik van.''

Misschien dat die dag ooit komt, misschien ook niet. Maar: ,,Ik blijf hoe dan ook dromen.'' Daar is nog nooit iemand minder van geworden, weet Don Diego Rivelino Alfredo Poeder. ,,Ik geloof in het waarmaken van mijn droom. Je moet ergens in durven geloven, en je ambities niet onder stoelen of banken steken.'' Dat doet hij dan ook niet, de goedlachse reus met de schalkse oogopslag.

Vooralsnog kent het grote publiek hem als bokser. Of beter: ex-bokser. Want het is al weer ruim vijf jaar geleden dat hij voor het laatst de ring betrad. In de Verenigde Staten, en een succes was het niet. Voor de tweede keer binnen negen maanden stuiterde de geblokte Rotterdammer tegen het canvas. Twijfels hadden hem in de greep. Het was het begin van het einde.

Van zijn professionele bokscarrière welteverstaan. Eenmaal verlost van het jachtige bestaan als prof in Amerika en het beulswerk tussen de touwen ging een wereld voor hem open. Hij had een gastrol in een tv-comedy, schoof aan in de studiebanken en ontpopte zich als een bevlogen welzijnswerker in de achterstandswijken. Poeder kon en wilde meer dan lukraak om zich heen slaan. Hij was veelzijdiger, ja, artistieker vooral, dan hij zelf ooit had kunnen bevroeden.

Des te verrassender was het nieuws dat donderdag wereldkundig werd gemaakt: Don Diego Poeder (32) keert terug in de ring. Op 8 mei om precies te zijn. In waar anders? Rotterdam, zijn thuishaven en de stad die zich sinds wijlen Bep van Klaveren zo graag mag profileren als dé boksstad van Nederland. Naar `een passende tegenstander' wordt driftig gezocht.

Een rentree dus en zijn beweegredenen kwam de voormalig wereldkampioen van de World Boxing Union gisteren uiteenzetten in een speciaal daartoe belegde persconferentie in het Rotterdamse Topsportcentrum. Het was een verhaal, zoals dat al zo vaak is verkondigd door herintredende topsporters: het afscheid kwam bij nader inzien te vroeg, het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Poeder wil vooralsnog slechts de gedachten aan het onbevredigende slot van zijn imposante bokscarrière uitwissen. Want toen Terry Pitts hem destijds in Connecticut tegen de grond mepte, waande de vuistvechter zich een figurant in een B-film, die kort daarop was veroordeeld tot een demonstratiepartij. ,,Een zanger die afscheid neemt als playback-artiest'', in zijn eigen woorden. En: ,,Je neemt geen afscheid met een demonstratiepartij'', klonk het vastberaden.

Het optreden voor eigen publiek kan zowel een begin- als een eindpunt zijn. Wie zal het zeggen? ,,Deze rentree past in mijn ontwikkeling. Ik wil het nog een keer proberen. Kijken of het me bevalt. Na die partij weet ik hoe mijn lichaam aanvoelt. Boksen zal hoe dan ook niet mijn leven vullen. Daarnaast blijf ik andere dingen doen. Zoals schrijven. Daar kan ik mezelf ook in kwijt.''

Zijn rentree is niet van risico's ontbloot. Boksen is geen kinderspel, en hoewel hij al twintig kilo kwijt is, lijkt de Poeder van nu in weinig meer op de geweldenaar van toen, die vooral befaamd was om zijn stootkracht (Poeder Power!). ,,Ik weeg nu 99 kilo, veertien kilo meer dan voorheen en ben niet alleen zwaarder, maar ook trager geworden'', erkende hij enigszins beschroomd. En dus straks ,,liever geen ex-wereldkampioen, want ik moet realistisch zijn''.

Vraag is of de olijke krachtpatser zich heeft laten inpakken door het snelle geld? Door de organisatoren, die niet vies zijn van wat extra publiciteit voor hun serie van in totaal vier profgala's? Zelf verwierp Poeder die suggestie. ,,Dit is helemaal mijn ding, ik doe het met mijn hart.'' Bijval kreeg hij van oud-sportjournalist Hans de Bruijn van de Top Sports Group. ,,Don is sinds oktober weer in training. Hij is bloedserieus en zelf op ons afgekomen. Dit is geen gril.''

Boksfanaat Aad Veerman, flamboyant zakenman te Rotterdam, juicht de rentree van het zwaargewicht toe. ,,Die jongen ken echt boksen. Beter dan die [Regillio, red.] Tuur. Die heeft een hele grote mond en verder niets. Ik ben blij dat díe niet terugkeert.'' Veerman signaleerde gisteren slechts één minpunt. ,,Poeder praat me te veel over schrijven. Prima hoor, maar een schrijvende bokser? Nog nooit van gehoord.''

Maar dan zou Veerman eens nader kennis moeten maken met de Stephen King-adept, die drie jaar geleden een schrijfwedstrijd won. Poeders script werd kort daarop verfilmd en kreeg de titel De Sofa mee. Twee jaar geleden, bij het Nederlands Film Festival in Utrecht, ging de surrealistische en zeven minuten durende thriller in première. De auteur was zo trots als een pauw.

De liefde voor het schrijven ontdekte hij kort na het beëindigen van zijn bokscarrière, toen hij dagelijks met de trein op en neer pendelde tussen Rotterdam en Goes. Daar volgde Poeder een opleiding aan het CIOS, temidden van ,,de vijftien- en zestienjarigen van wie tachtig procent rookte en die mij tijdens schoolfeesten voortdurend probeerden uit te dagen''. Het was, kortom, een prima school, maar een verkeerde omgeving voor een fijngevoelig mens als hij.

In de trein vond hij rust en ,,kwamen de demonen omhoog''. Laat dat nu net de titel zijn van het boek, waarmee hij nu druk in de weer is: Demonen. Ooit zal dat levenswerk op de plank liggen, bezwoer de bokser gisteren met glimmende ogen. ,,Schrijven is op dit moment een grotere uitdaging dan het boksen.''