Planetoïde met diameter van 1700 kilometer ontdekt

Amerikaanse astronomen hebben ver weg in ons zonnestelsel een planetoïde ontdekt van een omvang die sinds de ontdekking van Pluto (in 1930) niet meer is vertoond. Het object, waarschijnlijk een mix van steen en ijs, is op 14 november 2003 voor het eerst opgemerkt door de Samuel Oschin-telescoop in San Diego in de Amerikaanse staat Californië. Sedna, zoals de planetoïde gedoopt is (naar de Inuit-godin van de Poolzee), staat drie keer zo ver weg als Pluto en heeft wellicht een maan.

De diameter van Sedna is voorlopig geschat op zo'n 1700 kilometer, iets kleiner dan Pluto. Waarschijnlijk maakt de planetoïde deel uit van de Kuipergordel, een buitengewest van het zonnestelsel vol rots- en ijsblokken voorbij de baan van Neptunus. Ook Pluto behoort daartoe, de status van `planeet' is onterecht. Wellicht maakt Sedna zelfs deel uit van de nog verder gelegen Oortwolk, een door de Nederlandse astronoom Jan Oort in 1950 geopperde wolk van kometen die zich uitstrekt tot halverwege de afstand naar Proxina Centauri, de meest nabije buur van de zon. Een aanwijzing hiervoor is de langgerekte baan die Sedna beschrijft, met een omloopstijd van 10.500 jaar en een maximale afstand tot de zon van 130 miljard kilometer. Ook oogt het object rood en glanst het, een zeldzame combinatie.

Het is koud op Sedna: aan het oppervlak heerst een temperatuur van -240 graden Celsius. De planetoïde is ontdekt door digitale opnamen – met tussenpozen van twee jaar door de Samuel Oschin-telescoop gemaakt – van elkaar `af te trekken', zodat alleen bewegende objecten overblijven. De omvang van de planetoïde is geschat aan de hand van infraroodopnamen die Spitzer Space Telescope van de Nasa onlangs maakte.

Sedna draait in 40 dagen om zijn as. Dat getal ligt zo laag dat de astronomen niet uitsluiten dat de planetoïde een maan heeft, die de rotatie in de loop der tijden heeft afgeremd. Opnamen met de Hubble Space Telescope moeten hierover uitsluitsel bieden.