Pensioenplan PvdA 1

In het licht van de groeiende kosten van de vergrijzing heeft de PvdA het plan gelanceerd om de fiscale subsidiëring van het pensioensparen voor werknemers die anderhalf keer modaal of meer verdienen af te schaffen (NRC Handelsblad, 9 maart). Op die manier zou 2,5 miljard euro minder aan belastinginkomsten worden gederfd dan bij volledige aftrekbaarheid het geval zou zijn, geld dat de PvdA wil gebruiken voor de financiering van levensloop- en prepensioenregelingen en voor een substantiële bijdrage aan het AOW-spaarfonds.

Waarom diegenen fiscaal subsidiëren die toch al over hoge opleidingen en goede banen beschikken? Ligt het niet meer voor de hand deze bedragen ten goede te laten komen aan de onderkant en het midden van het Nederlandse loongebouw?

Zo op het eerste gezicht is er weinig in te brengen tegen deze klassieke sociaal-democratische redenering. Volgens de klassieke sociaal-democratie zijn collectieve regelingen immers vooral bedoeld ter bescherming van de zwakkeren op de arbeidsmarkt. Met tegenzin heeft de PvdA zich tot voor kort dan ook altijd onthouden van agendering van die regelingen die precies het tegenovergestelde deden, namelijk de hypotheekrenteaftrek en de premieaftrek van pensioenregelingen. De eerste regeling is allang niet meer heilig en ook de tweede moet er nu dus aan geloven.

Hoewel het PvdA-plan zo op het eerste gezicht tegemoetkomt aan criteria van sociaal-democratische rechtvaardigheid brede schouders moeten de zwaarste lasten dragen druisen de te verwachten neveneffecten polarisering van de klassen, segmentering van de verzorgingsstaat, vluchtgedrag van beter bemiddelden, ondermijning van de belastingmoraal, individualisering van sociale risico's uiteindelijk in tegen diezelfde sociaal-democratische rechtvaardigheid. Beter is het om geen slapende honden wakker te maken en de middenklasse beter te bedienen. Niemand heeft bezwaar tegen progressieve belastingheffing als de tegenprestatie die de overheid ervoor levert maar aan de maat is.