`Nederland te klein voor drie TU's'

De drie technische universiteiten gaan samenwerken. Het is geen fusie, maar ,,voor het buitenland vormen ze vanaf 2010 één gezicht''.

Eigenlijk moesten de drie technische universiteiten alleen hun onderwijsaanbod op elkaar afstemmen. Dat had staatssecretaris Nijs aan ze gevraagd, zoals ze dat ook had gevraagd aan alle faculteiten letteren en natuurwetenschappen.

Maar de Technische Universiteit Delft, de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Twente besloten een stap verder te gaan. In 2010 vormen ze de Federatie van Technische Universiteiten. Vooral voor het onderzoek heeft de samenwerking grote consequenties: onderzoeksgroepen zullen worden verplaatst of opgeheven, andere worden versterkt.

Loek Hermans, voorzitter van MKB Nederland en oud-minister van Onderwijs, is voorzitter van de stuurgroep die het Sectorplan Wetenschap & Technologie heeft opgesteld. Vanochtend presenteerde hij, in bijzijn van de drie collegevoorzitters van de TU's, het plan aan staatssecretaris Nijs.

Federation of Technical Universities, dat klinkt niet echt goed in het buitenland.

,,Over de precieze naam moeten we het nog hebben. Misschien wordt het Technical Universities Netherlands. Maar als blijkt dat `Delft' een te belangrijk merk is in het buitenland, moet dat in de naam. Zeker is dat we ons in het buitenland als één instelling zullen presenteren.''

Betekent dit het einde van concurrentie tussen de drie TU's?

,,Ik kan me niet voorstellen dat de concurrentie helemaal zal verdwijnen. Wel moet het verband in 2010 zodanig zijn dat het er niet meer toe doet waar een bepaalde onderzoeksopdracht terechtkomt. Nederland is te klein voor concurrentie tussen drie technische universiteiten. Dit gaat over bundeling van krachten, om samen te kunnen concurreren met andere universiteiten. Denk aan Aken, Lausanne, Zürich, Berlijn, en instellingen in Engeland. Maar ook het MIT in de VS is onze concurrent.''

Het plan mikt op een herbestemming van vijftien tot twintig procent van de rijkssubsidie voor onderzoek, dat betekent 25 tot dertig procent van het onderzoeksbudget per universiteit. Wie beslist over die herbestemming, en hoe?

,,De reshuffling van vakgroepen moet zoveel mogelijk aansluiten bij de huidige instellingsplannen. Elke TU is momenteel bezig om de eigen prioriteiten vast te stellen. Die lijstjes leggen we op elkaar, in een matrix. Dan kun je zien of bepaalde onderzoeksterreinen dreigen te verdwijnen, en waar de doublures zitten.''

Nanotechnologie is zowel voor Twente als Delft een zwaartepunt. Dat wordt moeilijk kiezen.

,,Dat kan in dit geval ook niet, dat zal op twee plaatsen blijven. Niet alles moet per se tot één lokatie worden teruggebracht. Ook vanwege de regionale instroom van studenten moeten bepaalde studies in meerdere steden beschikbaar blijven. Maar als één instelling evident de beste is op een bepaald gebied, moeten de andere twee dat onderzoek laten varen. Natuurlijk komt er een forse discussie: wie pakt wat?''

Eerdere versies van het sectorplan stuitten op verzet, omdat men een extra bestuurslaag vreest die van bovenaf dingen oplegt.

,,Daarom is nadrukkelijk gekozen voor een bottom-up benadering, en niet top-down. In eerste instantie bepalen de onzerzoekers zelf welke keuzes er worden gemaakt, zij geven aan waar de prioriteiten liggen. Maar zo'n bottom-up benadering kan een zachte spons worden, als je geen knopen doorhakt. Je moet een top-down beslissingsmoment inbouwen. Daarom krijgen de drie collegevoorzitters `doorzettingsmacht'. En als zij er onderling niet uitkomen, komt het bij de Raad van Advies, dat als bindend gremium boven de instellingen moet staan. We hebben al mensen benaderd, namen noem ik nog niet.''

U vraagt 210 miljoen euro van het kabinet. Hoe kansrijk is dat ten tijde van bezuinigingen?

,,Dit plan sluit perfect aan de ambities van het kabinet en het Innovatieplatform ten aanzien van versterking van de kenniseconomie. Investeren is noodzakelijk als we op Europees topniveau mee willen doen. Als er één moment waarop je moet doorzetten, dan is het nu.''