Nederland bij tekortlanden EU

Nederland had vorig jaar het op drie na hoogste begrotingstekort van de Europese Unie. Het Nederlandse tekort van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) werd alleen overtroffen door het Verenigd Koninkrijk (3,2 procent), Duitsland (3,9 procent) en Frankrijk (4,1 procent).

Dit blijkt uit cijfers die vanmorgen zijn vrijgegeven door Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie. Volgens Eurostat zijn in 2003 de overheidsschulden en begrotingstekorten in de Europese Unie flink opgelopen. In totaal stonden de vijftien EU-landen eind 2003 voor 5.958 miljard euro in het rood, een toename van 221 miljard. Uitgedrukt als deel van het bbp zijn de schulden opgelopen van 62,5 procent naar 64 procent.

De stijging komt na enkele jaren van een schulddaling. De overheden zagen in de voorbije jaren hun schuldquotes steeds dalen, dankzij een stringent begrotingsbeleid. De schuld is nu terug op het niveau van 2000. De begrotingstekorten zijn in 2003 gestegen van 2,0 naar 2,6 procent van het bbp. Elf van de vijftien landen meldden een stijging. Zes van de vijftien lidstaten hebben nog steeds een overschot op de begroting. Grootste surplus is van Finland, met 2,3 procent, gevolgd door Denemarken, met 1,5 procent. In Nederland ging het tekort van van 1,9 procent in 2002 naar 3,0 procent in 2003. Morgen debatteert de Tweede Kamer op verzoek van de PvdA over nieuwe bezuinigingsplannen van het kabinet-Balkenende.

Die bezuinigingen moeten voorkomen dat het tekort in 2004 oploopt tot een door het Centraal Planbureau voorspelde 3,2 procent van het bbp.

Eurostat meldde vanmorgen ook de financiële positie van de dit jaar toetredende lidstaten. Die landen hebben veel grotere begrotingstekorten dan de huidige EU-landen. Koplopers zijn Tjechië (12,9 procent) en Malta (9,7 procent).