Minister

Hoe leuk is het om minister van Vreemdelingenzaken en Integratie te zijn? Waar begin je aan?

Dat had Rita Verdonk zich ook wel eens afgevraagd, zei ze gisteravond op een VVD-avondje in het café de Heeren van Aemstel aan het Thorbeckeplein in Amsterdam. Op de stoep was ze geconfrontreerd met een groepje jonge demonstranten van de `Internationale Socialisten' die hard hadden gescandeerd: ,,Stop de deportaties, Verdonk verdwijn!''

De minister was zo onopvallend mogelijk komen aanlopen, in de achterste linie van een groepje medewerkers en veiligheidsmensen. De demonstranten probeerden haar niet aan te raken, maar er was wel een jongen groot, donkerharig – die met een wit, verbeten gezicht tegen de ramen van het café schreeuwde: ,,Moordenaar! Moordenaar!''

Ga naar binnen en discussieer met haar, had ik graag tegen hem gezegd, maar het leek niet helemaal het goede moment. Niemand van de demonstranten maakte van de zeldzame gelegenheid gebruik om de verbale confrontatie aan te gaan. Ze bleven nog een uurtje mokkend schreeuwen en dropen toen af.

Zodoende mocht de minister binnen een thuiswedstrijdje spelen voor haar goedgeluimde VVD-aanhang, die vrolijk aan het bier ging. Op het podium hield de minister, gekleed in een bruin suède jasje en zwarte rok tot net over de knie, het op een wit wijntje. De iron lady wordt ze wel eens genoemd, met een knipoog naar Margaret Thatcher, maar de minister oogt gemoedelijker, ze bezit een hoekig soort charme.

Haar rechtlijnigheid en vastberadenheid zijn er niet minder om. Ze kijkt 's morgens vaak in de spiegel, vertelde ze, en zegt dan tegen zichzelf: ,,Yes, we gaan het beter maken.''

Naar zoveel vooruitgangsgeloof kan ik ademloos luisteren, vooral als het gestut wordt door uitspraken als: ,,Als we één keer toegeven zijn we weg'', ,,Mijn adviseurs zeggen: eindelijk een minister die doet wat wij al jaren wisten.''

Twijfel over haar beleid kent de minister niet – die 26.000 asielzoekers moeten hoe dan ook het land uit. Een man uit Angola, vijf jaar in Nederland, stelde haar een vraag. ,,Heeft u een verblijfsvergunning?'' vroeg de minister. ,,Nee? Dan moet u terug naar uw land. U bent nog een jonge vent, grijp uw kansen!''

Maar zo gemakkelijk is het niet altijd, dat weet de minister ook wel. Heel terloops vertelde ze over een teruggestuurde asielzoeker die na terugkeer ,,met foltering bedreigd werd''. Daar was de diplomatie snel ingesprongen, zei ze.

Hoe moet dat straks als mensen in Nederland gaan onderduiken, vroeg haar interviewer. De minister begon een verhaal over vertrekcentra, politie en marechaussee. Eén zinnetje, hoe snel ook uitgesproken, bleef even akelig natrillen: ,,Kinderen kunnen gewoon afscheid nemen op hun school.''

Vastberadenheid en triomfalisme gaan gauw hand in hand. Toen de naam van Jan Pronk viel, klonk er vanuit het café veel honend gelach. De minister speelde daar gretig op in. ,,Als hij ontslag neemt, neemt hij een verstandige beslissing'', lachte ze.

,,Teksten tegen Pronk doen het hier altijd goed'', zei de interviewer.

,,Niet alleen hier'', zei de minister, en ze keek guitig het café in.