Mediadebat in Europa over keuze Bush of Kerry

Premier Balkenende is op bezoek bij de Amerikaanse president Bush. Over de vraag of het in het belang van Europa is dat Bush een tweede termijn krijgt, is veel debat gaande.

Maakt het voor Europa wat uit wie de volgende president van de Verenigde Staten wordt? Over deze vraag is al enkele weken een levendig debat gaande in de Europese media, waarbij wordt gewezen op de politieke, economische en veiligheidsbelangen die voor de Europese Unie op het spel staan. Nederlandse politici en opinieleiders hebben zich hierover tot nu toe nog nauwelijks uitgesproken. Daartegenover staat de nieuwe Spaanse leider, de socialist Zapatero, die enkele weken geleden nog zei uit de grond van zijn hart te hopen dat Bush in november niet zal worden herkozen.

Britse columnisten en commentatoren, met name in conservatieve kranten als de Daily Telegraph en The Financial Times, maken zich al een tijdje vrolijk over wat ze de `ABB-stemming (Anything But Bush) op het continent' noemen. Ze doelen daarbij onder meer op de symphatieke portretten en commentaren die de afgelopen weken met name in Duitse en Franse bladen verschenen van de Democratische presidentskandidaat Kerry.

Kranten en tijdschriften van voornamelijk linkse signatuur zoals Libération en Nouvel Observateur in Frankrijk en Stern in Duitsland besteden, net als Nederlandse media overigens, veel aandacht aan de `Europese' kant van Kerry, met als boodschap dat hij de Europeanen beter begrijpt dan Bush omdat hij hun taal spreekt en er een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht (op een kostschool in Zwitserland).

Zo schreef Stern een maand geleden (19/2): ,,Kerry's Duits is beter dan Schröders Engels. Hij spreekt bovendien vloeiend Frans, en als een Zweedse gast opduikt werpt hij die zelfs een paar zinnen Zweeds toe. Dat is het onderscheid met de president. Terwijl Bush gelooft dat men in Mexico Mexicaans spreekt, slaat Kerry zich door dit land met zijn Spaans. Bush citeert uit de bijbel, Kerry Pablo Neruda. Bush houdt van dorpsromannetjes, Kerry van Shakespeare. Terwijl Bush geen kranten leest en er nog trots op is ook, leest Kerry Le Monde.''

Het probleem met deze `ABB-houding', schreef militair analyst Lawrence Freedman (King's College, Londen) bijna twee weken geleden in The Financial Times, is dat een belangrijk historisch feit dreigt te worden vergeten. Zo bestaat er een groot verschil in gedrag tussen presidenten in hun eerste en tweede termijn. In het eerste geval let de president eerder op z'n kiezers in het binnenland dan op Amerika's bondgenoten daarbuiten, aldus Freedman. Hij is vaker enthousiast en naïef dan sceptisch en ervaren. De tweede termijnen van presidenten als Dwight Eisenhower, Ronald Reagan en Bill Clinton verliepen aanmerkelijk bondgenootschappelijker dan de eerste, aldus Freedman. Dat zou ook voor Bush kunnen gelden, stelt hij. Zie hoe eendrachtig hij met de Fransen in Haïti samenwerkt en meer steun zoekt bij zijn bondgenoten voor de strijd tegen het terrorisme.

Op economisch terrein slaan schrijvers van verschillende pluimage (onder meer in The Economist) elkaar om de oren met observaties over het vermeende protectionisme van Bush en Kerry. In theorie zou de Europese Unie een Republikeinse president moeten verwelkomen omdat aanhangers van deze stroming instinctief meer voor vrijhandel zijn dan Democraten, die eerder hun oren laten hangen naar de vakbonden. Zeker bij een snel uitdijende Europese Unie met relatief goedkope producten uit de nieuwe lidstaten in Oost-Europa lijkt dit een aanlokkelijk perspectief.

Toch spreken de feiten dit zwartwitschema tot nog toe tegen: Bush nam, geheel in strijd met zijn vrijhandelsretoriek, een aantal stevige protectionistische maatregelen. Op diverse gebieden vochten Amerikanen en Europeanen de afgelopen jaren handelsoorlogen uit, waarvan in Nederland onder meer de staalsector en delen van de landbouw de gevolgen ondervonden.

Naast de politieke en economische discussies is er ook nog een debat van meer cultureel-religieuze aard gaande. Daarbij lijkt het de deelnemers weinig uit te maken wie straks de volgende president is. Kern van deze discussie is dat Amerika en Europa zulke verschillende continenten aan het worden zijn met uiteenlopende belangen, dat het verschil tussen Bush en Kerry hiertegen wegvalt. Daarbij wordt verwezen naar demografische factoren (de blijvende moslimimmigratie naar Europa; de Europese bevolkingsgroei is kleiner dan de Amerikaanse) en naar religieuze omstandigheden.

Zo wees de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington er twee weken geleden in een debat met de Britse liberaal Anthony Giddens in Die Welt op dat de Amerikanen niet alleen een veel geloviger volk zijn, maar dat zij bovendien steeds religieuzer worden. Dat heeft volgens Huntington grote gevolgen voor de manier waarop Amerikanen en Europeanen hun relatie met de buitenwereld definiëren. Amerikanen kijken tegen dreigingen van buiten aanmerkelijk moralistischer aan dan Europeanen, zoals blijkt uit de strijd tegen het terrorisme. Bovendien bevordert het moralisme eerder nationalisme dan multilateralisme. Elke nieuwe president heeft daar volgens Huntington rekening mee te houden, of die nu Bush of Kerry heet.