Judoka Elmont wil op Spelen naam gaan maken

Voor Guillaume Elmont is judo a way of life. Bij de Olympische Spelen kan hij zijn naam vestigen; nu is hij voor het grote publiek nog een grote onbekende.

De Amsterdammer Guillaume Elmont (22) staat als judoka qua naam in de schaduw van mannen als Mark Huizinga en Dennis van der Geest. Maar hoe lang nog? Want na zijn toernooizege in Praag van afgelopen weekeinde is hij vrijwel zeker van uitzending naar de Olympische Spelen in Athene. Cor van der Geest kreeg Elmont vijf jaar geleden onder zijn hoede en is laaiend enthousiast over hem. ,,Hij heeft het vermogen een wereldtopper te worden.''

Van der Geest typeert Elmont, die uitkomt in de kwantitatief zware klasse tot 81 kilo, als een groot talent, die in de goede zin van het woord eigenwijs is. De trainer: ,,Een fijne, introverte en intelligente jongen, die vooral op kwaliteit moet trainen om nog effectiever te worden. Een kwestie van veel schaven; bij judo verlopen die processen nu eenmaal langzaam. Hij heeft zich ooit de woorden van judoka Jenny Gal goed in de oren geknoopt, dat topsport het verzamelen van zo veel mogelijk lootjes is, zodat de kans op de hoofdprijs steeds groter wordt. En Guillaume beseft zich terdege, dat hij nog meer lootjes moet verzamelen.''

Hoe verklaar je dat je niet zo bekend bent bij het grote publiek?

Elmont: ,,Dat weet ik niet. Bij het judopubliek ben ik in ieder geval wel bekend. En in Praag won ik ook niet mijn eerste toernooi. Vorig jaar was ik de beste in Rome en het jaar daarvoor won ik de Dutch Open. En als junior werd ik in 2000 al Europees kampioen.''

Wie is Guillaume Elmont?

,,Een Amsterdamse jongen die al vanaf zijn zesde jaar judoot en nu in zijn derde studiejaar psychologie zit. Die richting heb ik gekozen vanwege mijn interesse voor mensen. Nee, ik kan niet zeggen dat ik met mijn studie baat heb bij het judoën. Psychologie heeft betrekking op mensen die niet in orde zijn en bij het judo is daar geen sprake van. Misschien dat ik me ga specialiseren als sportpsycholoog; ik neem tenslotte veel praktijkervaring mee. Maar daar moet ik nog goed over nadenken.''

Hoe ben je met judo in contact gekomen?

,,Dankzij mijn moeder, die het een goede sport vond voor mijn broertje en mij. Dat was bij Henny Pleizier in Amsterdam, waar ik vijf jaar geleden ben vertrokken. Ik had geen goede tegenstanders meer en besloot naar Kenamju, de club van Cor van der Geest, in Haarlem te gaan. Een bewuste stap, omdat Kenamju een topclub is en ik niet van wisselingen houd.''

De overgang naar Kenamju betekende het laatste stapje naar de top?

,,Ja, omdat ik daar tactisch heb leren judoën. Vooral in de top is dat aspect zó belangrijk. De krachtsverschillen zijn dermate gering, dat het vooral op inzicht aankomt. Neem afgelopen weekeinde in Praag; daar won ik, terwijl ik in de twee toernooien daaraan voorafgaand vijfde werd, hoewel ik tussen dezelfde jongens stond. Judo is een moeilijke sport, waarbij je zeer geconcentreerd moet zijn. Als je even niet oplet, heb je een score tegen.''

Voor je kracht- en judotraining reis je naar Haarlem, maar niet voor je looptrainingen. Waarom niet?

,,Dat vind ik niet nodig. En ik bespaar me een reis naar Haarlem. Lopen kan ik ook in Amsterdam. En de programma's die ik heb geleerd op trainingskampen kan ik goed thuis oefenen.''

Hoe zou je jezelf omschrijven als judoka?

,,Als een technische judoka met veel snelheid en een goed inzicht. Ik ben best een sterke jongen, maar ik moet het niet van mijn fysieke kwaliteiten hebben, hoewel ik het smijten met mensen wel een van de aantrekkelijke aspecten van judo vind. Je zou me uitgekiend kunnen noemen.''

Wat zijn je ambities?

,,Ik vind het moeilijk om daar iets over te zeggen; ik blijf liever bescheiden. Ik wil alleen altijd winnen; de beste zijn in alles wat ik doe, dat zit in mijn karakter. Ik heb me bijna geplaatst voor de Olympische Spelen in Athene, maar je zult mij niet horen roepen dat ik al zeker ben van uitzending; daarover wil ik eerst zekerheid.''

Je hebt niet de A-status van sportkoepel NOC*NSF. Is dat een doel?

,,Niet meer. Dat was het. Maar het werkte tegen me, want ik focuste me alleen op die A-status, met als gevolg dat de resultaten tegenvielen. Vooral bij de EK in Slovenië hebben mijn prestaties daaronder geleden. Ik werd zevende, terwijl ik voor de A-status bij de eerste vijf had moeten eindigen. Sindsdien houd ik me daar niet meer mee bezig; ik concentreer me op het judoën en als de resultaten goed zijn, komt de A-status vanzelf. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat ik het geld goed kan gebruiken, vooral voor mijn studie.''