Irakees: land gaat vooruit

Naarmate de overdracht van de macht in Irak op 30 juni nadert, gaan de Iraakse burgers meer verlangen naar een nieuwe sterke leider. Dat blijkt uit een opiniepeiling die is uitgevoerd onder 2.700 Irakezen in opdracht van de Britse BBC, het Amerikaanse tv-kanaal ABC en andere nieuwsorganisaties.

De peiling wijst daarnaast uit dat 56 procent van de Irakezen vindt dat het nu beter gaat dan onder Saddam Hussein. Een meerderheid is tamelijk optimistisch over de toekomst. De enquête is uitgevoerd door Oxford Research International.

Volgens de peiling blijven de Iraakse politici en partijen die nu deel uitmaken van de Iraakse regeringsraad en van wie de meesten waarschijnlijk ook deel zullen uitmaken van het na 30 juni te vormen bestuur, zeer impopulair. Dat was ook het geval in een in december door hetzelfde bureau uitgevoerde opiniepeiling onder ruim 3.200 Irakezen. Evenals nu drukten de ondervraagden toen veruit het meeste vertrouwen uit in hun religieuze leiders – hoewel zij niet vinden dat die een regering moeten gaan vormen. De politie en het nieuwe leger komen daarna in volgorde van vertrouwen; de Iraakse regeringsraad, de ministeries in Bagdad, het Amerikaanse civiele bestuur en de bezettingstroepen kunnen daarentegen op meer wantrouwen dan vertrouwen rekenen.

Gevraagd welk regeringssysteem zij het wenselijkst achten (`in hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende uitspraak?'), was meer dan 70 procent het volstrekt eens met de stelling dat Irak een democratisch systeem nodig heeft. Maar tegelijkertijd was 65 procent het even hard eens met de uitspraak dat Irak nú een sterke leider nodig heeft. En over twaalf maanden (één antwoord)? Dat leverde 28 procent voor democratie op, en 46 procent voor een sterke man. Dat was in december van het afgelopen jaar nog respectievelijk 35 en 29 procent.

De sterke man is dus erg aan de winnende hand. Volgens de BBC blijft Saddam Hussein ook een van de zes populairste politici in het land.

Hoewel meer dan de helft van de Irakezen antwoordde dat het leven nu beter is dan onder Saddam Hussein, was minder dan de helft, ongeveer 49 procent van de ondervraagden, het helemaal of enigszins eens met de stelling dat het ,,vanuit het perspectief van vandaag'' juist was dat Amerikanen en Britten vorig jaar het land binnenvielen en het bewind ten val brachten. En steunen zij de huidige aanwezigheid van de buitenlandse troepen? Ruim 39 procent wel, maar meer dan 50 procent niet. 15 procent zei dat ze meteen wegmoeten, en 17 procent achtte geweld tegen de buitenlandse militairen zelfs aanvaardbaar. 36 procent meende dat de troepen moeten blijven tot er een Iraakse regering is.

Onduidelijk was of met de Iraakse regering het nog te vormen interimbestuur na 30 juni werd bedoeld.

Het gebrek aan veiligheid blijft de grootste zorg van de Irakezen. Volgens de peiling is herstel van de veiligheid voor 85 procent de hoogste prioriteit, gevolgd door verkiezingen (30 procent). Dit terwijl de zo populaire shi'itische geestelijk leiders de laatste maanden een groot punt hebben gemaakt van snelle verkiezingen. De economie heeft voor 25 procent van de ondervraagden de hoogste prioriteit.