Irak uit, Europa in, en het nieuwe Spanje

Irak uit, Europa in. Dat was samengevat de boodschap die de nieuwe Spaanse leider Zapatero gisteren gaf. De VS lijken een bondgenoot minder te hebben, Europa kan daarentegen weer rekenen op een volwaardig lid. Is het al zover?

Precies een jaar geleden stonden de Amerikaanse president Bush, de Britse premier Blair en de Spaanse premier Aznar zij aan zij op hun top op de Azoren vlak voordat de oorlog in Irak begon. Aznar stapte om Blair heen om direct naast Bush te poseren en zo zijn politiek gewicht uit te beelden. Bush verwees toen, maar ook later, vaak naar Aznar als moedige en trouwe partner, als hijzelf weer kritiek kreeg op zijn vervreemding van de grote Europese bondgenoten zoals Frankrijk en Duitsland.

Nu de Spaanse bevolking Aznar afgelopen zondag naar huis heeft gestemd, heeft Bush meer dan een belangrijke vriend verloren. Hij is niet langer verzekerd van Spanje's steun in Irak en dat is een dreun voor de toch al niet massieve Amerikaans-Britse coalitie. De nieuwe Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero heeft in harde bewoordingen de oorlog veroordeeld en gedreigd de 1.300 Spaanse troepen unilateraal terug te trekken, tenzij er een mandaat van de Verenigde Naties voor Irak komt als de Amerikanen daar op 30 juni de macht overdragen.

Wat dit Spaanse drukmiddel betekent voor de Amerikaanse onderhandelingspositie bij de VN is nog niet exact voorspelbaar. Maar zeker is dat die er niet sterker op wordt, gezien het feit dat de Amerikanen grote moeite hebben internationale troepen te vinden en zelf uit zijn op een VN-rol voor Irak.

In de kring rond NAVO-chef Jaap de Hoop Scheffer, en ook breder in de NAVO, die eventueel een rol wil vervullen in Irak, is geen sprake van grote consternatie. ,,De Spaanse toon is anders, maar dat wil nog niet zeggen dat het beleid ook radicaal verandert. Spanjaarden zitten stevig in hun vel'', zegt een hoge NAVO-diplomaat.

NAVO-diplomaten noemen de uitlatingen van Zapatero over vertrek uit Irak wel ,,zorgwekkend''. ,,Het gevaar is natuurlijk dat meer landen nu zwakke knieën gaan krijgen'', zegt een NAVO-topdiplomaat. Diplomaten vergelijken de Spaanse positie met die van Nederland, waar ook al eerder, vóór de aanslagen van vorige week, een discussie gaande was over de eigen troepen, de noodzaak van een VN-mandaat en de regeling van de politieke overgangssituatie in Irak.

,,Maar'', zegt dezelfde hoge NAVO-diplomaat, ,,ik moet nog zien dat het komt tot een Spaanse terugtrekking uit Irak. Spanje heeft van oudsher transatlantische banden en altijd een rol gespeeld in vredesoperaties. Kijk maar naar de Balkan.''

Volgens NAVO-diplomaten is Zapatero zelfs ,,al aan het terugkrabbelen''. Voor de verkiezingen drong hij nog ,,ongekwalificeerd aan op terugtrekking. Nu wil hij blijven als er een VN-mandaat komt'', zegt een NAVO-diplomaat. ,,Zapatero zal straks vanzelf wel wat milder en gouvernementeler worden'', zegt een andere NAVO-diplomaat.

De Poolse NAVO-ambassadeur Nowak is volgens diplomaten wel ,,zeer bezorgd'' over Zapatero's uitlatingen. Volgens een afspraak zal Spanje later dit jaar het commando van de Poolse vredesmacht in een sector in Irak overnemen. Nowak heeft gezegd dat Polen bereid is die leiding langer op zich te nemen als de Spaanse troepen weggaan.

Hoewel Spanje na de aanslagen van vorige week Europa op een andere manier bezighoudt, was het voor het Brusselse vergadercircuit toch een welkome mededeling: de aankondiging van Zapatero dat hij als aanstaand premier de onderhandelingen over een Europese grondwet wil versnellen. Een verstandig compromis over de machtsverdeling tussen de verschillende lidstaten kon als het aan hem lag snel tot stand worden gebracht, zei de socialistische leider gisteren voor de radio.

Of dit nu ook betekent dat een akkoord binnen de Europese Unie over de grondwet werkelijk binnen handbereik ligt, is de vraag. Daarvoor is tevens een inschikkelijkheid van anderen nodig, zoals vanmorgen ook nog eens wordt opgemerkt in een stuk op de opiniepagina van de Financial Times van de Ierse premier en huidig voorzitter van de Unie, Bertie Ahern. Wat dat bewegen betreft wordt er nu vooral gekeken naar de Franse president Chirac die eigenlijk nauwelijks wil tornen aan de ontwerptekst van de grondwet.

Maar in elk geval heeft de Spaanse socialistische leider Zapatero met zijn snelle signaal wel blijk gegeven van een veel soepeler houding dan de vertrekkende Aznar die zich eind vorig jaar samen met zijn Poolse ambtgenoot Miller fel verzette tegen de concepttekst van de grondwet die beide landen een minder zwaar gewicht dan nu in de Europese besluitvormingsmachinerie geeft.

Niet dat Zapatero met zijn gebaar aan Europa echt een verkiezingsbelofte inloste. De Europese grondwet speelde in de verkiezingscampagne nauwelijks een rol. Maar zijn souplesse is wel een illustratie voor de andere houding van de Spaanse sociaal-democraten ten aanzien van Europa vergeleken bij die van de Conservatieven van Aznar die de afgelopen acht jaar regeerden.

Pro-Europees zijn beide partijen – zoals ook de Spanjaarden meer dan gemiddeld pro-Europees zijn. Maar terwijl Aznar Europa toch steeds meer beschouwde als een samenwerkingsverband van afzonderlijke natiestaten geloven de socialisten juist dat op diverse terreinen bovennationale Europese politiek onontbeerlijk is. Voor Aznar was bijvoorbeeld met de introductie van de euro en de daarbij behorende monetaire politiek van de Europese Centrale Bank de grens voor wat Europa aan economische politiek kon bedrijven bereikt.

De socialisten zijn er daarentegen van overtuigd dat een monetaire unie alleen een succes kan worden als er ook op belangrijke terreinen een centrale Europese economische politiek gevoerd wordt. ,,Coördinatie en integratie van economische politiek is noodzakelijk'', aldus de Spaanse socialisten in hun visie op het toekomstige Europa die zij drie jaar geleden in een uitvoerig document vastlegden. Irak, de Europese grondwet; de toon uit Spanje is met de wisseling van de wacht ontegenzeggelijk veranderd. Maar de komende tijd zullen de daden moeten aantonen in hoeverre er werkelijk sprake is van een andere koers.

Inmiddels voltrekt zich onder Europese topdiplomaten nog een andere discussie: in hoeverre is de regeringswisseling in Spanje al dan niet het gevolg van terrorisme? ,,Politiek en democratie zijn kennelijk te verstoren door terreur'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,Dat is een conclusie die je uit de gebeurtenissen van de afgelopen dagen kunt trekken, en die de daders misschien ook zullen trekken. Dat is zeer zorgwekkend.''

Een naaste medewerker van de Spaanse EU-buitenlandcoördinator Javier Solana is het hiermee oneens. ,,Je kunt niet zeggen dat Al-Qaeda en of hun geestverwanten met deze aanslagen een regimewijziging tot stand hebben gebracht'', zegt deze topdiplomaat. ,,Het is niet Al-Qaeda maar de regering Aznar die je hiervoor verantwoordelijk moet houden. Er was al onvrede onder de Spaanse bevolking over Aznars relatie met de Amerikanen. En daar is ontevredenheid bijgekomen over hoe zij is omgegaan met de verwijzingen naar de ETA onmiddellijk na de aanslagen. Dit is geen overwinning voor Al-Qaeda.''