`Irak' is Haags schimmenspel geworden

Hoeveel wijkt PvdA-leider Bos af van zijn eerdere standpunt over Irak? Nul, zegt hij zelf. Maar de onduidelijkheid over de PvdA-lijn neemt toe.

Een schimmenspel zo zou je het debat over Irak in de Nederlandse politiek kunnen omschrijven. Een oppositieleider die het standpunt van zijn partij wijzigt, daarbij bezwerend dat er niets nieuws onder de zon is. Wat verder niemand gelooft. Een regering en een coalitie die verklaren dat men nog in het geheel niet weet hoe het verder moet. Terwijl iedereen dat eigenlijk al weet.

Dat alles tegen een achtergrond van fundamenteel gesproken grote politieke eensgezindheid. Want met de mogelijke uitzondering van SP en, in mindere mate, GroenLinks, zijn de doelstellingen van de Nederlandse buitenlandse politiek in de grond onomstreden: bijdragen aan een herstel van de goede betrekkingen tussen Europa en de Verenigde Staten, en ervoor zorgen dat Nederland niet tot een onbeduidende mogendheid in de wereld verzinkt onder andere door met troepen nuttig werk te verzetten in brandhaarden.

De rest is politiek. Niets wees er de afgelopen weken, toen de Tweede Kamer bij herhaling sprak over een mogelijk langer blijven van de Nederlandse troepen in Irak, dat er een meningsverschil bestond tussen de grote partijen. Ook de ministers Bot (Buitenlandse zaken) en Kamp (Defensie) deden net alsof deze zaak nog volledig open lag, al moest iedereen wel lachen toen een overijverige Kamp het er wel een beetje erg dik oplegde (,,ik heb echt nog geen enkel idee en mijn collega Bot heeft ook nooit iets tegen mij gezegd waaruit ik zou kunnen opmaken dat hij wel een idee heeft.'').

De consensus in de politiek luidde, bleek uit die debatten: het langer blijven van Nederlandse troepen is denkbaar, maar liefst niet in het kader van de Amerikaans-Britse bezettingsmacht van thans, die niet alleen internationaalrechtelijk nogal dubieus is, maar ook in toenemende mate impopulair in Irak zelf. Langer blijven is denkbaar, maar dan liefst onder nieuwe voorwaarden: een verzoek daartoe van een nieuw souverein overgangsbewind in Irak zelf (dat komt er vermoedelijk) of, wat nog beter zou zijn, op grond van een verzoek van de Verenigde Naties.

Het laatste zou het meest wenselijk zijn, omdat daarmee de oude doctrine kan worden hersteld, dat Nederland met troepeninzet bijdraagt aan de internationale rechtsorde. Die is door de Amerikaans-Britse oorlog in Irak immers nogal op de proef gesteld.

Het probleem is echter dat, hoewel de Amerikanen in toenemende bereid lijken de Verenigde Naties een rol toe te kennen inzake Irak, het voorlopig toch niet tot een VN-mandaat van de Veiligheidsraad of iets dergelijks inzake Irak lijkt te komen.

In de mate waarin PvdA-leider Bos nu juist de rol van de VN als toetssteen voor een langer blijven van de Nederlanders in Irak uitroept, spreekt hij zich daarmee dus uit tegen de blijvende aanwezigheid van de troepen in Irak. En dat doet Bos: hij wil, volgens het interview in deze krant, een ,,door de Verenigde Naties gesteunde coalitie''. Die komt er zeker niet, voor half juni, het uiterste moment waarop Nederland over het blijven of gaan van de troepen in Irak moet beslissen.

Dat Bos thans `nul' afwijkt van eerdere PvdA-standpunten, zoals de buitenlandwoordvoerder van de PvdA Koenders in een toelichting zegt, is niet zeer geloofwaardig. De PvdA heeft in de Tweede Kamer tot twee keer toe vóór het zenden van de troepen naar Irak gestemd.

Wel is daarbij steeds gepleit voor een grotere rol van de VN, maar dat was geen groot verschil met de andere grote politieke partijen. Het verzet tegen de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak was in de PvdA tot nu toe een minderheidsstandpunt.

De VVD laat niet na om de PvdA, in verband met haar gewijzigde houding inzake Irak, nu van een ,,zwichten voor terreur'' te beschuldigen, daarmee suggererend dat de grootste oppositiepartij uit de machtswisseling in Spanje lessen heeft getrokken. Bos zegt dat zijn uitlatingen met `Madrid' niets te maken hebben, en voornamelijk bedoeld waren om Balkenende er, bij zijn ontmoeting met Bush op het Witte Huis, toe te brengen sterk aan te dringen op een grotere rol voor de VN.

Als de PvdA-leider zich gisteren daadwerkelijk niet heeft gerealiseerd dat zijn standpunt zou worden ontvangen als een les uit `Madrid', lijkt dat een ernstige politieke inschattingsfout. En niet zijn eerste op dit dossier. Tijdens de kabinetsformatie van CDA en PvdA vorig jaar begon dat al: Bos wekte toen aan de onderhandelingstafel de indruk in te stemmen met het zenden van Nederlandse raketten naar Turkije. In de openbaarheid verzette hij zich tegen deze gedachte. De daaruit voortvloeiende heisa droeg bij aan sfeerbederf in de formatie CDA-PvdA.

Of de PvdA blijft bij het verzet tegen het blijven van Nederlandse troepen in Irak is de vraag: er zijn binnen de partij invloedrijke krachten die sterk pro-Atlantisch georiënteerd zijn. Die zien weinig heil in avontuurlijk populisme in uitspraken over de buitenlandse politiek, van het genre zoals Bos die nu doet: ,,Het is mooi geweest''. Niet voor niets was het verzet binnen de fractie in december, tegen een verlenging van de Nederlandse aanwezigheid, tot twee Kamerleden geslonken.

Hoewel alle andere partijen ten aanzien van de kwestie-Irak nog de kaarten tegen de borst houden eerst eens even wachten op de uitkomsten van de ontmoeting tussen president Bush en premier Balkenende lijkt een eventuele verlenging van de Nederlandse aanwezigheid er desnoods ook wel zonder steun van de PvdA te kunnen komen. Toch ziet het CDA er, in tegenstelling tot de VVD, nog van af commentaar te leveren op Bos' laatste stellingname: Nederlandse politici zien voor beslissingen over buitenlandse politiek, oorlog en vrede, liefst brede consensus.